De Wereldvoetbalbond beschikt over gedetailleerde bedragen dankzij het Transfer Matching System (TMS), dat sinds de opstart ervan in oktober 2010 tot en met 2019 forse stijgingen laat zien. In de lente van 2020 brak de coronapandemie uit en die hakte er stevig in bij de clubs. In 2011 werd er voor 2,85 miljard dollar (2,41 miljard euro) door clubs uitgegeven aan transfers, een bedrag dat in 2019 was opgelopen tot 7,35 miljard dollar (6,22 miljard euro). Vorig jaar volgde dan een terugslag met 23 procent, tot 5,63 miljard dollar (4,77 miljard euro). De dertig clubs die het meeste geld spenderen aan transfers, komen volgens TMS allemaal uit Europa. Twaalf ervan spelen in de Premier League, vijf in Italië en evenveel in Spanje, drie in Duitsland, twee in Frankrijk en evenveel in Portugal en één in Rusland. Deze dertig clubs zijn verantwoordelijk voor 47 procent van de totale transferuitgaven wereldwijd. De club die de portefeuille de voorbije tien jaar het diepst heeft opengetrokken, is het Engelse Manchester City, gevolgd door Chelsea, FC Barcelona en Paris Saint-Germain. Aan de overkant van de markt zijn de Portugese teams Benfica en Sporting de clubs die het meeste geld incasseerden dankzij uitgaande transfers. Wanneer er naar het nettoresultaat, zijnde het verschil in bedragen tussen uitgaande en inkomende transfers, gekeken wordt, zijn Sporting en Benfica ook daar toonaangevend, gevolgd door Porto en Ajax. In deze lijst staan RSC Anderlecht en KRC Genk respectievelijk op een zeventiende en achttiende plaats. De clubs uit de Premier League spenderen het meeste geld aan transfers: 12,4 miljard dollar (10,5 miljard euro) over tien jaar, gevolgd door Spanje (6,7 miljard dollar; 5,6 miljard euro) en Italië (5,6 miljard dollar; 4,7 miljard euro). Ons land staat op de tiende plaats, met 925 miljoen dollar (784 miljoen euro), voor onder meer Nederland (707 miljoen dollar; 599 miljoen euro). Wat betreft de verdiensten aan uitgaande transfers, doen de clubs uit de Spaanse La Liga de beste zaken, met 6,2 miljard dollar (5,25 miljard euro), gevolgd door de Premier League (5,2 miljard dollar; 4,40 miljard euro). België staat daarin met 1,5 miljard dollar (1,27 miljard euro) op de negende plaats, maar moet daarin wel Nederland (2 miljard dollar; 1,69 miljard dollar) voor zich dulden. In de lijst met de nettoresultaten staat ons land met een positieve balans van 570 miljoen dollar (483 miljoen euro) op de zesde plaats, na Portugal (2,95 miljard dollar; 2,5 miljard euro), Brazilië, Nederland, Argentinië en Frankrijk. De Jupiler Pro League is steeds meer een doorverkoopcompetitie geworden, maar de opbrengsten gaan meestal niet integraal naar de clubs. De voorbije tien jaar werd er in België 54,7 miljoen dollar (46,4 miljoen euro) betaald aan makelaarsbijdragen, waarmee ons land wereldwijd op de tiende plaats staat. Voor een inkomende transfer ging er gemiddeld 5,8 procent naar de makelaar, voor uitgaande transfers is dat 7,3 procent van het transferbedrag. In 2019 werd er wereldwijd in totaal voor 640,5 miljoen dollar (542,8 miljoen euro) aan makelaarsbijdragen betaald. Ter vergelijking: in 2011 was dat 131 miljoen dollar (111 miljoen euro). In Engeland ging er over een periode van tien jaar 919 miljoen dollar (779 miljoen euro) de deur uit aan makelaarskosten. Over een periode van tien jaar lopen de kosten voor makelaars wereldwijd op tot 3,5 miljard dollar (2,96 miljard euro). Een explosie aan makelaarsbijdragen dus, waar de Wereldvoetbalbond zich zorgen om maakt, net als om de daling van vorig jaar in de opleidingsvergoeding voor de jeugdclubs en de solidariteitsbijdrage, die op tien jaar tijd amper gestegen is en nog zowat op hetzelfde niveau zit als in 2011. Een trend die de FIFA wil counteren met de oprichting van een Clearing House, om excessen bij transfers tegen te gaan en waarmee er jaarlijks 300 miljoen dollar (254 miljoen euro) extra naar solidariteitsbijdragen en opleidingsvergoedingen zou gaan. (Belga)

De Wereldvoetbalbond beschikt over gedetailleerde bedragen dankzij het Transfer Matching System (TMS), dat sinds de opstart ervan in oktober 2010 tot en met 2019 forse stijgingen laat zien. In de lente van 2020 brak de coronapandemie uit en die hakte er stevig in bij de clubs. In 2011 werd er voor 2,85 miljard dollar (2,41 miljard euro) door clubs uitgegeven aan transfers, een bedrag dat in 2019 was opgelopen tot 7,35 miljard dollar (6,22 miljard euro). Vorig jaar volgde dan een terugslag met 23 procent, tot 5,63 miljard dollar (4,77 miljard euro). De dertig clubs die het meeste geld spenderen aan transfers, komen volgens TMS allemaal uit Europa. Twaalf ervan spelen in de Premier League, vijf in Italië en evenveel in Spanje, drie in Duitsland, twee in Frankrijk en evenveel in Portugal en één in Rusland. Deze dertig clubs zijn verantwoordelijk voor 47 procent van de totale transferuitgaven wereldwijd. De club die de portefeuille de voorbije tien jaar het diepst heeft opengetrokken, is het Engelse Manchester City, gevolgd door Chelsea, FC Barcelona en Paris Saint-Germain. Aan de overkant van de markt zijn de Portugese teams Benfica en Sporting de clubs die het meeste geld incasseerden dankzij uitgaande transfers. Wanneer er naar het nettoresultaat, zijnde het verschil in bedragen tussen uitgaande en inkomende transfers, gekeken wordt, zijn Sporting en Benfica ook daar toonaangevend, gevolgd door Porto en Ajax. In deze lijst staan RSC Anderlecht en KRC Genk respectievelijk op een zeventiende en achttiende plaats. De clubs uit de Premier League spenderen het meeste geld aan transfers: 12,4 miljard dollar (10,5 miljard euro) over tien jaar, gevolgd door Spanje (6,7 miljard dollar; 5,6 miljard euro) en Italië (5,6 miljard dollar; 4,7 miljard euro). Ons land staat op de tiende plaats, met 925 miljoen dollar (784 miljoen euro), voor onder meer Nederland (707 miljoen dollar; 599 miljoen euro). Wat betreft de verdiensten aan uitgaande transfers, doen de clubs uit de Spaanse La Liga de beste zaken, met 6,2 miljard dollar (5,25 miljard euro), gevolgd door de Premier League (5,2 miljard dollar; 4,40 miljard euro). België staat daarin met 1,5 miljard dollar (1,27 miljard euro) op de negende plaats, maar moet daarin wel Nederland (2 miljard dollar; 1,69 miljard dollar) voor zich dulden. In de lijst met de nettoresultaten staat ons land met een positieve balans van 570 miljoen dollar (483 miljoen euro) op de zesde plaats, na Portugal (2,95 miljard dollar; 2,5 miljard euro), Brazilië, Nederland, Argentinië en Frankrijk. De Jupiler Pro League is steeds meer een doorverkoopcompetitie geworden, maar de opbrengsten gaan meestal niet integraal naar de clubs. De voorbije tien jaar werd er in België 54,7 miljoen dollar (46,4 miljoen euro) betaald aan makelaarsbijdragen, waarmee ons land wereldwijd op de tiende plaats staat. Voor een inkomende transfer ging er gemiddeld 5,8 procent naar de makelaar, voor uitgaande transfers is dat 7,3 procent van het transferbedrag. In 2019 werd er wereldwijd in totaal voor 640,5 miljoen dollar (542,8 miljoen euro) aan makelaarsbijdragen betaald. Ter vergelijking: in 2011 was dat 131 miljoen dollar (111 miljoen euro). In Engeland ging er over een periode van tien jaar 919 miljoen dollar (779 miljoen euro) de deur uit aan makelaarskosten. Over een periode van tien jaar lopen de kosten voor makelaars wereldwijd op tot 3,5 miljard dollar (2,96 miljard euro). Een explosie aan makelaarsbijdragen dus, waar de Wereldvoetbalbond zich zorgen om maakt, net als om de daling van vorig jaar in de opleidingsvergoeding voor de jeugdclubs en de solidariteitsbijdrage, die op tien jaar tijd amper gestegen is en nog zowat op hetzelfde niveau zit als in 2011. Een trend die de FIFA wil counteren met de oprichting van een Clearing House, om excessen bij transfers tegen te gaan en waarmee er jaarlijks 300 miljoen dollar (254 miljoen euro) extra naar solidariteitsbijdragen en opleidingsvergoedingen zou gaan. (Belga)