Het stuk is gebaseerd op het gelijknamige boek dat u in 2020 met Leo Bormans schreef. Waarom wilde u er een theatervoorstelling van maken?
...

Het stuk is gebaseerd op het gelijknamige boek dat u in 2020 met Leo Bormans schreef. Waarom wilde u er een theatervoorstelling van maken? Qadir Nadery: Kent u De vliegeraar van Khaled Hosseini? Jazeker. Prachtig boek. Nadery: Voilà. Iedereen vindt het een prachtig boek over de vriendschap tussen twee Afghaanse jongens die tot een andere, rivaliserende bevolkingsgroep behoren. Maar de lezer beseft niet dat de Afghanen nog steeds in een geterroriseerde samenleving leven. Mensen moeten weten wat er in Afghanistan gebeurt, wat je doorstaat als je met je gezin naar Europa vlucht, wat voor een loterij de erkenning door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen is. Ik wachtte bijna vier jaar op erkenning, terwijl ik elk woord van mijn levensbedreigende situatie kon bewijzen. In het theater kun je je pijn echt voelbaar maken voor de ander. Daarom speel ik dit stuk. Waarom koos u niet voor een monoloog? Nadery: Toen ik regisseur Stefan Perceval over mijn leven in Kabul vertelde en foto's liet zien van de aanslag op de Franse ambassade waar ik werkte, zei hij: 'Op het podium ga je geen herinneringen ophalen met foto's. Acteurs en voorwerpen zullen die herinneringen belichamen.' Zo komt het dat ik het podium én het scherm - want wij geven onze première niet op - deel met zeven medespelers. Welke zin in het stuk wilt u ons in het oor knopen? Nadery: 'Na de oorlog speelde hij met knikkers.' Knikkeren was het enige wat ik deed als kind. Mijn knikkers zijn ook het enige wat ik kon meenemen uit Afghanistan. Er is altijd een 'na de oorlog'. Dat stampten mijn ouders erin. Zij gaven nooit op. De enige fout die mijn vader maakte, is dat hij niet tijdig is gevlucht. Hij is vermoord. Tot mijn twintigste had ik geen dromen. Afghanen dromen niet. Ze wachten tot de oorlog stopt. Nu ik met mijn vrouw en twee dochtertjes hier leef, heb ik wél dromen. Ook al blijft de angst om gedood te worden sluimeren en is de naam Qadir Nadery daarom een schuilnaam. Ik wil mensen inpeperen dat ze zélf de Rostam - dat is een Perzische superheld - in hun leven zijn en alle kansen moeten grijpen. Ik wil doen wat mijn vrouw op zee deed: al vertellend levens redden. Wat deed uw vrouw precies? Nadery: Wij vluchtten met onze kleuterdochtertjes. Die mondjes staan geen seconde stil! De mensensmokkelaar wilde hen enkel meenemen als ze zouden zwijgen. Dus kochten we voor beiden een wit jurkje - de jurkjes zijn te zien in het stuk - en vertelden hen dat we naar een land vertrokken waar een groot huwelijksfeest zou plaatsvinden. Mijn vrouw vertelde tijdens de reis voortdurend over dat feest. Die verhalen waren een extra reddingsvest. Ze hielden ons hoopvol en optimistisch. Verhalen vertellen die niet wegkijken van echte ellende en toch hoop geven: dat is vanaf nu mijn missie als vader, als schrijver én als theatermaker.