Na de zes tests die de eigenlijke opleiding voorafgaan, blijft van de Vlaamse kandidaten nog 15 procent over. Aan Franstalige kant is dat beduidend meer: 21 procent. Aangezien er aan beide kanten van de taalgrens ongeveer evenveel kandidaten zijn, kunnen dus minder Nederlandstaligen hun opleiding beginnen dan Franstaligen.

Dat is voor een groot deel te wijten aan de psychologische test, de vierde proef van de zes. Bij de Franstaligen slaagt 72 procent van de overgebleven kandidaten, bij de Vlamingen maar 61 procent.

De federale politie wijst erop dat de Vlaamse kandidaten overwegend een lager diploma hebben. 'Vaak een diploma beroepsonderwijs, en die kandidaten buizen vaker', zegt woordvoerder Jonathan Pfund.

ACV-vakbondsman Joery Dehaes betwijfelt die uitleg. 'Het is niet omdat je uit het beroepsonderwijs komt dat je minder psychologisch inzicht hebt. Er is vooral een verschil in quotering. Of de Vlaamse examinatoren zijn te streng, of de Franstalige te laks.'

Na de zes tests die de eigenlijke opleiding voorafgaan, blijft van de Vlaamse kandidaten nog 15 procent over. Aan Franstalige kant is dat beduidend meer: 21 procent. Aangezien er aan beide kanten van de taalgrens ongeveer evenveel kandidaten zijn, kunnen dus minder Nederlandstaligen hun opleiding beginnen dan Franstaligen. Dat is voor een groot deel te wijten aan de psychologische test, de vierde proef van de zes. Bij de Franstaligen slaagt 72 procent van de overgebleven kandidaten, bij de Vlamingen maar 61 procent. De federale politie wijst erop dat de Vlaamse kandidaten overwegend een lager diploma hebben. 'Vaak een diploma beroepsonderwijs, en die kandidaten buizen vaker', zegt woordvoerder Jonathan Pfund. ACV-vakbondsman Joery Dehaes betwijfelt die uitleg. 'Het is niet omdat je uit het beroepsonderwijs komt dat je minder psychologisch inzicht hebt. Er is vooral een verschil in quotering. Of de Vlaamse examinatoren zijn te streng, of de Franstalige te laks.'