Nog snel voor de Belgische nationale feestdag werd een Brussels regeerakkoord gesloten en de hoofdstedelijke regering gevormd.

Meer van hetzelfde

'Oude wijn in oude zakken' verklaarde N-VA-fractieleider Cieltje Van Achter voor de camera. Oude wijn, dat is zeker, maar meer dan ooit oude zakken met een Franstalig bezinksellaagje.

Een veralgemeende snelheidsbeperking tot 30 km per uur in de hoofdstad van de immobiliteit, is wat ons betreft geen belangrijk 'nieuw punt' . Wij zijn niet echt onder de indruk, de maatregel bestaat al, in de vijfhoek en plaatselijk. Hem effectief toepassen, in plaats van hem aan te kondigen, daar ligt in Brussel de échte uitdaging. Zoals dat ook geldt voor huisvesting, veiligheid, netheid en, vooral, tewerkstelling.

Vlaanderen zal opnieuw de rekening betalen in Brussel.

Voor Brussel geldt, legislatuur na legislatuur, meer, of in dit geval minder, van hetzelfde. Of toch bijna.

Een nieuwe minister

Een minister van Meertaligheid : dat is wél onuitgegeven. Veel over het regeerakkoord is nog niet gekend, de tekst werd overigens goedgekeurd maar niet gelezen door de leden van de partijcongressen die over het akkoord dienden te stemmen. Particratie op zijn best.

Wordt dit 'echte' meertaligheid - in de wettelijk toegelaten zin van het woord, dus Nederlands en Frans? Het woord 'meertaligheid' alleen toont aan dat wij het wellicht bij het foute eind hebben. Nochtans bevestigt het recent verschenen taalrapport van de vicegouverneur, voor de zoveelste keer op rij, dat er voor een minister die er op toeziet dat de taalrechten van de Vlamingen in Brussel eindelijk zouden nageleefd worden, in Brussel nog veel werk weggelegd is. Zelfs burgemeester Philippe Close erkende op 11 juli dat een extra inspanning hier op haar plaats is.

Zal deze nieuwe bevoegdheid, met Brusselse creativiteit, uitdraaien op usurpatie door het gewest van gemeenschapsbevoegdheden? Tijdens de persconferentie van de onderhandelaars was sprake van kinderopvang en onderwijs. Vrees daarover is dus niet helemaal surrealistisch.

Is soloslim wel zo slim?

Brussel speelt soloslim, zo veel is duidelijk, of wil dat toch doen. En niet enkel binnen de partij van de nieuwe minister van Meertaligheid. Leedvermaak met de 'Vlaamse vleugel' van de liberalen, die met de fanfare van de herfederalisering voorop loopt en nu in het Brusselse zand bijt, zou van onze kant niet netjes zijn.

Maar toch. Hoog en luid verkondigt zelfs de Brusselse Open-VLD-minister van Meertaligheid dat, dura lex sed lex, de ordonnanties op het vliegtuiglawaai nu eenmaal bestaan en dus, wel ja, zullen moeten worden toegepast.

Maatschappijen waarvan vliegtuigen opstijgen of landen op Zaventem kunnen zich dus verder aan torenhoge boetes verwachten. Boetes die door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met het fiat van de Brusselse rechterlijke macht, sinds kort op het federale worden afgewenteld. Een nieuwe bron van Brusselse inkomsten, dat ongetwijfeld. Maar komt dat wel de Brusselse werkgelegenheid ten goede ? En dus de Brusselse economie?

De maatregelen die worden aangekondigd door de Brusselse gewestelijke coalitie kosten handenvol geld. Nieuwe fietsinfrastructuur, nieuwe metrolijnen, parkings buiten de stad, gratis openbaar vervoer voor jongeren, sociale woningen, minder CO2, klimaatneutrale woningen, betaalde opleidingen. Sociale én ecologische rechtvaardigheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar meer nog met heel veel financiële middelen. Middelen die Brussel alleen niet heeft. Is soloslim dan wel zo slim?

Het gewest is en blijft armlastig, zoals Françoise Schepmans, (MR) terecht stelt. Zelfs Défi-minister Didier Gosuin liet vorige legislatuur bij herhaling optekenen dat de financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest steeds verder ontsporen. Het 'demandeurs-de-rien' riedeltje van minister-president Rudi Vervoort klinkt bijgevolg vals.

Ook al geeft Brussel luid te kennen dat het enkel op zichzelf wil bestaan en alleen beslissen: uiteindelijk zal Vlaanderen, rechtstreeks of onrechtstreeks, de rekening opnieuw betalen.

Een beetje meer respect voor Vlaanderen, Vlamingen in Brussel en het Nederlands in onze hoofdstad zou, in deze omstandigheden, dus zeker gepast zijn.

Hugo Maes, waarnemend voorzitter VVB