'De bouwsector is een van onze belangrijke economische levensaderen', zegt minister Diependaele. De Vlaamse regering voorziet daarom heel wat middelen. 'Het is geen blanco cheque aan de sector, maar wel middelen vanuit verschillende invalshoeken, gaande van sociale woningbouw over renovatiepremies tot renteloze kredieten. Uiteindelijk komen die middelen op de een of andere manier wel de bouwsector ten goede.' Zo gaat 4 miljard euro naar sociale woningbouw. De huisvestingsmaatschappijen moeten dat geld gebruiken om betaalbare en kwaliteitsvolle sociale woningen te bouwen.

De Vlaamse regering voorziet ook in bijzondere sociale leningen. Gezinnen en alleenstaanden, met of zonder kinderen, en met een beperkt inkomen, kunnen een voordelig woonkrediet aanvragen om een eigen woning te kopen of te renoveren. Daarvoor is 3,9 miljard euro opzijgezet. Daarnaast zijn er de energie- en renovatiepremies en het renteloos renovatiekrediet, die onder meer dienen om woningen energiezuiniger te maken, goed voor samen 1,2 miljard euro. Vlamingen kunnen een renteloos renovatiekrediet afsluiten bij hun bank, samen met het afsluiten van een hoofdkrediet voor het verwerven van een woning. De ontleners lossen voor de renovatielening enkel het kapitaal af; de Vlaamse overheid de rentelast.

De investeringen van de regering hebben een hefboomeffect, zegt Diependaele. 'Elke euro die we in woningbouw investeren, heeft een hoger rendement voor de bouwsector. (...) Met de regering geven wij een duwtje in de rug. Het zijn uiteindelijk de vele Vlamingen die mee investeren en dat is een goede zaak voor de bouwsector', besluit minister Diependaele.

'De bouwsector is een van onze belangrijke economische levensaderen', zegt minister Diependaele. De Vlaamse regering voorziet daarom heel wat middelen. 'Het is geen blanco cheque aan de sector, maar wel middelen vanuit verschillende invalshoeken, gaande van sociale woningbouw over renovatiepremies tot renteloze kredieten. Uiteindelijk komen die middelen op de een of andere manier wel de bouwsector ten goede.' Zo gaat 4 miljard euro naar sociale woningbouw. De huisvestingsmaatschappijen moeten dat geld gebruiken om betaalbare en kwaliteitsvolle sociale woningen te bouwen. De Vlaamse regering voorziet ook in bijzondere sociale leningen. Gezinnen en alleenstaanden, met of zonder kinderen, en met een beperkt inkomen, kunnen een voordelig woonkrediet aanvragen om een eigen woning te kopen of te renoveren. Daarvoor is 3,9 miljard euro opzijgezet. Daarnaast zijn er de energie- en renovatiepremies en het renteloos renovatiekrediet, die onder meer dienen om woningen energiezuiniger te maken, goed voor samen 1,2 miljard euro. Vlamingen kunnen een renteloos renovatiekrediet afsluiten bij hun bank, samen met het afsluiten van een hoofdkrediet voor het verwerven van een woning. De ontleners lossen voor de renovatielening enkel het kapitaal af; de Vlaamse overheid de rentelast. De investeringen van de regering hebben een hefboomeffect, zegt Diependaele. 'Elke euro die we in woningbouw investeren, heeft een hoger rendement voor de bouwsector. (...) Met de regering geven wij een duwtje in de rug. Het zijn uiteindelijk de vele Vlamingen die mee investeren en dat is een goede zaak voor de bouwsector', besluit minister Diependaele.