De Lijn fungeert momenteel als de zogenaamde interne operator van het openbaar vervoer in Vlaanderen. Dat geeft de maatschappij de facto een monopolie. In de vorige legislatuur werd binnen de Vlaamse regering afgesproken dat De Lijn een vergelijkende studie moet doorstaan als ze die status van interne exploitant wil behouden. Dat werd ook zo vastgelegd in het decreet Basisbereikbaarheid. Nu heeft de Vlaamse regering het Nederlandse adviesbureau Inno-V aangesteld om deze studie uit te voeren. Het bureau is volgens minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) gespecialiseerd in openbaar vervoer, multimodaal reizen en marktwerking. Inno-V zal de werking van De Lijn vergelijken met die van private aannemers in vergelijkbare regio's. Die regio's, zoals Zuid-Holland en Noord-Brabant in Nederland en Noordrijn-Westfalen in Duitsland, zijn bepaald op basis van criteria als bevolkingsdichtheid, ruimtelijke spreiding, kostendekkingsgraad en vergelijkbare vervoersmaatschappijen. Er zal onder meer naar de kostendekking gekeken worden, de gemiddelde reizigerskost, tarieven, subsidies en dienstkwaliteit. "Het is de bedoeling om de huidige positie van De Lijn te kennen", zegt minister Peeters. "Op basis van deze studie zal de Vlaamse regering een beslissing nemen over de rol van de vervoersmaatschappij binnen het Vlaams mobiliteitslandschap." Als De Lijn de vergelijking met de internationale private aannemers doorstaat, kan ze tot 2030 haar monopolie behouden. "Lukt dat niet, dan verliest de vervoersmaatschappij haar status en kan ze worden vervangen door een andere aannemer voor de interne exploitatie." Peeters heeft er evenwel vertrouwen in dat De Lijn de benchmark goed doorstaat. De studie kost 289.000 euro. In het najaar worden de resultaten verwacht. (Belga)

De Lijn fungeert momenteel als de zogenaamde interne operator van het openbaar vervoer in Vlaanderen. Dat geeft de maatschappij de facto een monopolie. In de vorige legislatuur werd binnen de Vlaamse regering afgesproken dat De Lijn een vergelijkende studie moet doorstaan als ze die status van interne exploitant wil behouden. Dat werd ook zo vastgelegd in het decreet Basisbereikbaarheid. Nu heeft de Vlaamse regering het Nederlandse adviesbureau Inno-V aangesteld om deze studie uit te voeren. Het bureau is volgens minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) gespecialiseerd in openbaar vervoer, multimodaal reizen en marktwerking. Inno-V zal de werking van De Lijn vergelijken met die van private aannemers in vergelijkbare regio's. Die regio's, zoals Zuid-Holland en Noord-Brabant in Nederland en Noordrijn-Westfalen in Duitsland, zijn bepaald op basis van criteria als bevolkingsdichtheid, ruimtelijke spreiding, kostendekkingsgraad en vergelijkbare vervoersmaatschappijen. Er zal onder meer naar de kostendekking gekeken worden, de gemiddelde reizigerskost, tarieven, subsidies en dienstkwaliteit. "Het is de bedoeling om de huidige positie van De Lijn te kennen", zegt minister Peeters. "Op basis van deze studie zal de Vlaamse regering een beslissing nemen over de rol van de vervoersmaatschappij binnen het Vlaams mobiliteitslandschap." Als De Lijn de vergelijking met de internationale private aannemers doorstaat, kan ze tot 2030 haar monopolie behouden. "Lukt dat niet, dan verliest de vervoersmaatschappij haar status en kan ze worden vervangen door een andere aannemer voor de interne exploitatie." Peeters heeft er evenwel vertrouwen in dat De Lijn de benchmark goed doorstaat. De studie kost 289.000 euro. In het najaar worden de resultaten verwacht. (Belga)