In dat rapport pleitte de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor het onderbrengen van pre-schoolse opvang en basisonderwijs onder één gezag, omdat dit de kennisverwerving en sociaal-emotionele competenties van kinderen, en dan vooral van de sociaal kwetsbare kinderen, zou ten goede komen. Dat zou bewezen worden in landen waar pre-schoolse opvang en basisonderwijs onder één ministerie vallen.

'Waar de OESO het accent legt op de louter structurele kant en pleit voor een systeemhervorming, biedt het ruimer inzetten op meerdere domeinen van continuïteit meer kansen op kwaliteitsvolle transities', stellen de Vlaamse ministers in hun reactie op het rapport. Ze wijzen er ook op dat 'de Vlaamse overheid naar een 'breed kindbeleid' toewerkt.

'Het is belangrijk dat er een warme overgang is voor de peuters in de crèche naar de kleuters die naar school gaan. De kleuterparticipatie op school ligt in Vlaanderen nu al heel hoog. Vlaanderen scoort op dat vlak internationaal zeer goed.'

De Vlaamse excellenties wijzen er voorts nog op dat 'de OESO in haar rapport erkent dat de scheiding tussen opvoeding en zorg in Vlaanderen de facto werd opgeheven. Daarbij wordt ingezet op het belang van goede overgang van de kinderopvang naar de kleuterschool, rekening houdend met de verschillende startposities van kinderen. Deze uitdaging is opgenomen in de beleidsbrieven Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en Integratie en Inburgering.'

Er wordt intussen op Vlaams niveau met allerlei agentschappen en de UGent ook gewerkt aan een visietekst en een actieplan om kinderen, ouders en voorzieningen in de overgang van kinderopvang naar de kleuterschool te ondersteunen. In het nieuwe kinderbijslagsysteem, het Groeipakket, worden de schooltoelagen geïntegreerd.

Tot slot wordt nog naar andere vormen van samenwerking verwezen, via het decreet preventieve gezinsondersteuning en de Huizen van het Kind, het programma 'Kind en Taal', de uitvoering van de conceptnota 'Buitenschoolse Kinderopvang', het Geïntegreerd breed onthaal op wijkniveau, Preventieve gezondheidszorg, M-decreet en Integrale Jeugdhulp.

'En er is ook een belangrijke rol weggelegd voor de gemeentebesturen', besluiten de ministers. 'Zij zijn op het terrein vaak de regisseur en nemen in de praktijk een belangrijke verbindende rol op zich.'

In dat rapport pleitte de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor het onderbrengen van pre-schoolse opvang en basisonderwijs onder één gezag, omdat dit de kennisverwerving en sociaal-emotionele competenties van kinderen, en dan vooral van de sociaal kwetsbare kinderen, zou ten goede komen. Dat zou bewezen worden in landen waar pre-schoolse opvang en basisonderwijs onder één ministerie vallen.'Waar de OESO het accent legt op de louter structurele kant en pleit voor een systeemhervorming, biedt het ruimer inzetten op meerdere domeinen van continuïteit meer kansen op kwaliteitsvolle transities', stellen de Vlaamse ministers in hun reactie op het rapport. Ze wijzen er ook op dat 'de Vlaamse overheid naar een 'breed kindbeleid' toewerkt. 'Het is belangrijk dat er een warme overgang is voor de peuters in de crèche naar de kleuters die naar school gaan. De kleuterparticipatie op school ligt in Vlaanderen nu al heel hoog. Vlaanderen scoort op dat vlak internationaal zeer goed.' De Vlaamse excellenties wijzen er voorts nog op dat 'de OESO in haar rapport erkent dat de scheiding tussen opvoeding en zorg in Vlaanderen de facto werd opgeheven. Daarbij wordt ingezet op het belang van goede overgang van de kinderopvang naar de kleuterschool, rekening houdend met de verschillende startposities van kinderen. Deze uitdaging is opgenomen in de beleidsbrieven Onderwijs en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en Integratie en Inburgering.' Er wordt intussen op Vlaams niveau met allerlei agentschappen en de UGent ook gewerkt aan een visietekst en een actieplan om kinderen, ouders en voorzieningen in de overgang van kinderopvang naar de kleuterschool te ondersteunen. In het nieuwe kinderbijslagsysteem, het Groeipakket, worden de schooltoelagen geïntegreerd. Tot slot wordt nog naar andere vormen van samenwerking verwezen, via het decreet preventieve gezinsondersteuning en de Huizen van het Kind, het programma 'Kind en Taal', de uitvoering van de conceptnota 'Buitenschoolse Kinderopvang', het Geïntegreerd breed onthaal op wijkniveau, Preventieve gezondheidszorg, M-decreet en Integrale Jeugdhulp. 'En er is ook een belangrijke rol weggelegd voor de gemeentebesturen', besluiten de ministers. 'Zij zijn op het terrein vaak de regisseur en nemen in de praktijk een belangrijke verbindende rol op zich.'