Sinds 1 januari 2019 is het in Vlaanderen verboden om dieren te slachten zonder dat die eerst verdoofd worden. Dat geldt ook voor rituele slachtingen in religieuze kringen. Verschillende joodse en moslimverenigingen trokken daarop naar het Grondwettelijk Hof, dat de vraag voorlegde aan het Europees Hof van Justitie. Advocaat-generaal Gerard Hogan oordeelt nu dat het decreet, dat al dateert van 2017, effectief ingaat tegen het Europees recht, meer bepaald tegen de godsdienstvrijheid. De Europese lidstaten mogen geen verbod op onverdoofd slachten invoeren dat ook geldt voor de slacht in het kader van een religieuze rite, oordeelt Hogan. Voor religieuze slachtingen moeten ze in een alternatief verdovingsprocedé voorzien, waarbij de verdoving omkeerbaar is en niet de dood van het dier tot gevolg heeft. De Europese verordening inzake de bescherming van dieren bij het doden verplicht dat dieren uitsluitend worden gedood nadat ze zijn "bedwelmd", maar diezelfde verordening voorziet ook een uitzondering, zodat dieren nog wel geslacht kunnen worden volgens bepaalde religieuze methoden, klinkt het verder. Als lidstaten rituele slachting zonder voorafgaande verdoving - of verdoving onmiddellijk na het kelen - verbieden, dan wordt "de essentie van de religieuze waarborgen in het Handvest aangetast voor de aanhangers van het jodendom en de islam, voor wie deze rituelen een diepgaand persoonlijk religieus belang hebben". Hogan geeft toe dat ritueel slachten "vaak moeilijk te rijmen valt met moderne opvattingen over dierenwelzijn", maar dat betekent nog niet dat lidstaten de uitzondering in het Europees recht mogen uithollen omwille van het dierenwelzijn, oordeelt hij. De conclusie van Hogan is nog geen definitief arrest van het Europees Hof, dat wellicht pas over enkele maanden volgt. Maar het is eerder uitzonderlijk dat het EU-Hof in zijn oordeel nog sterk afwijkt van de beoordeling van de advocaat-generaal. (Belga)

Sinds 1 januari 2019 is het in Vlaanderen verboden om dieren te slachten zonder dat die eerst verdoofd worden. Dat geldt ook voor rituele slachtingen in religieuze kringen. Verschillende joodse en moslimverenigingen trokken daarop naar het Grondwettelijk Hof, dat de vraag voorlegde aan het Europees Hof van Justitie. Advocaat-generaal Gerard Hogan oordeelt nu dat het decreet, dat al dateert van 2017, effectief ingaat tegen het Europees recht, meer bepaald tegen de godsdienstvrijheid. De Europese lidstaten mogen geen verbod op onverdoofd slachten invoeren dat ook geldt voor de slacht in het kader van een religieuze rite, oordeelt Hogan. Voor religieuze slachtingen moeten ze in een alternatief verdovingsprocedé voorzien, waarbij de verdoving omkeerbaar is en niet de dood van het dier tot gevolg heeft. De Europese verordening inzake de bescherming van dieren bij het doden verplicht dat dieren uitsluitend worden gedood nadat ze zijn "bedwelmd", maar diezelfde verordening voorziet ook een uitzondering, zodat dieren nog wel geslacht kunnen worden volgens bepaalde religieuze methoden, klinkt het verder. Als lidstaten rituele slachting zonder voorafgaande verdoving - of verdoving onmiddellijk na het kelen - verbieden, dan wordt "de essentie van de religieuze waarborgen in het Handvest aangetast voor de aanhangers van het jodendom en de islam, voor wie deze rituelen een diepgaand persoonlijk religieus belang hebben". Hogan geeft toe dat ritueel slachten "vaak moeilijk te rijmen valt met moderne opvattingen over dierenwelzijn", maar dat betekent nog niet dat lidstaten de uitzondering in het Europees recht mogen uithollen omwille van het dierenwelzijn, oordeelt hij. De conclusie van Hogan is nog geen definitief arrest van het Europees Hof, dat wellicht pas over enkele maanden volgt. Maar het is eerder uitzonderlijk dat het EU-Hof in zijn oordeel nog sterk afwijkt van de beoordeling van de advocaat-generaal. (Belga)