Spreek ik u aan als Roland Gunst of verkiest u John K. Cobra?
...

Spreek ik u aan als Roland Gunst of verkiest u John K. Cobra? Roland Gunst: Zeg maar Roland Gunst. John K. Cobra is mijn artistieke alter ego. Onder die naam maak ik performances en films. Dat ik hem heb aangenomen, heeft te maken met mijn focus: ik geloof dat elke mens verschillende gezichten heeft. Per situatie schuiven we de gepaste identiteit naar voren. Ik heb dat aan den lijve ondervonden. Tot mijn twaalfde woonde ik met mijn Vlaamse vader en mijn Congolese moeder in Boma. Soms trok ik op met Congolezen, soms met Belgen. Ik werd overal aanvaard. Op mijn twaalfde verhuisden we naar België. Hier bleek ik te zwart om Vlaming te zijn. Om je een deel van een gemeenschap te voelen, moet je kunnen opgaan in die gemeenschap. Ik kon dat niet. Dat was zo traumatiserend. In Congo verbouwde ik mijn autootjes tot boten. In België begon ik te experimenteren met homevideo's. Ik vermengde fictie met non-fictie. Het was een uitlaatklep voor mijn frustraties. Die frustraties inspireerden uw biografische documentaire Colour Bar uit 2011. Voedden ze ook Flandria? Gunst: Ja. Maar het wordt geen stuk waarin ik woede ventileer. Vroeger was ik heftiger. Nu ben ik een pacifist die de 'wapens' van radicale denkers - zoals de kleuren en de sloganeske taal van Vlaams Belang - gebruikt om een positieve boodschap te brengen. Zo hebben we ter promotie van Flandria op meer dan honderd plekken in Gent knalgele posters gehangen waarop in zwarte letters staat: 'De verlosser komt'. De verlosser is het personage dat ik speel in Flandria. Het stuk vertrekt vanuit Hendrik Consciences roman De leeuw van Vlaanderen én de vaststelling dat een Afrikaans dier op het wapenschild van Vlaanderen prijkt. Waarom toch? Is dat een verwijzing naar de Europese banden met Afrika of naar de Afrikaan in elke Europeaan? Die vragen stel en beantwoord ik. Flandria wordt een overgangsritueel naar een 'Afropese' samenleving, waarin een dubbele culturele achtergrond als een verrijking wordt beschouwd. Ik speel de eerste Afropese koning, de Gentse sopraan Emma Posman vertolkt jonkvrouw Flandria, en het Kugoni Trio speelt een compositie van Benjamien Lycke. Die leunt aan aan bij de minimalistische muziek van John Adams. U hebt ook als beeldend kunstenaar aan de voorstelling gewerkt. Gunst: Ja. Samen met scenograaf Kachiri Faes heb ik een installatie gemaakt die zich langzaam ontplooit. Ze bestaat uit elementen die verwijzen naar het christendom en naar animistische religies. Een deel ervan bestaat uit latex - een verwijzing naar de bloedige latexhandel van koning Leopold II. Het is goed dat er eindelijk aandacht is voor wat hij de Congolezen heeft aangedaan. Laten we hopen dat de Congolese gemeenschap in België nu ook erkend en gerespecteerd wordt. Voelt u zich erkend? Gunst: Ja, omdat ik er westers genoeg uitzie. Mijn moeder niet. Zij woont in Gent. Een tijd geleden werd ze op straat uitgescholden door vier racisten. Omdat ze hen passeerde! De vier beschuldigden haar ervan dat ze hun dochter had aangevallen. Ze riepen er zelfs de politie bij! Ik was woest. Mensen beseffen niet hoe kwetsbaar zwarte vrouwen hier zijn. Dat is stof voor een volgende performance.