Eerste minister Sophie Wilmès (MR) wil niet spreken van een versoepeling van de social distancing-maatregelen, maar heropent wel tuincentra en doe-het-zelfzaken. Hoe leest u die dynamiek?
...

Eerste minister Sophie Wilmès (MR) wil niet spreken van een versoepeling van de social distancing-maatregelen, maar heropent wel tuincentra en doe-het-zelfzaken. Hoe leest u die dynamiek? Johan Neyts: Het wordt een proces van gas geven en afremmen, waarbij we telkens de inperkingen een klein beetje lossen en dan kijken of het virus terug aantrekt. Stijgt de curve terug? Dan moeten we het loslaten terug inperken. Volgens Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen moeten we het contact met ouderen vermijden tot het einde van dit jaar. Is dat haalbaar?Neyts:(twijfelt) Dat lijkt me toch heel moeilijk. Psychologisch is het bijna niet te doen om mensen zo lang in isolatie te zetten. Hebben we eigenlijk zicht op wanneer we terug naar de normaliteit van vóór de pandemie kunnenkeren?Neyts: Het is heel moeilijk om in toekomst te kijken. Veel hangt af van het gedrag van de mensen. Onthoud goed dat de curve ons gedrag niet bepaalt, maar ons gedrag de curve. Maar ga er maar van uit dat het komende jaar niet meer business as usual zal zijn. We vermoeden dat het virus zal blijven circuleren totdat 70 of 80 procent van de bevolking immuun is - of tot er een vaccin is. U maakt deel uit van een groep wetenschappers aangeduid door Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V). Wat is jullie taak?Neyts: Die wetenschappelijke raad moet er nu voor zorgen dat we met dringend wetenschappelijk onderzoek de overheid adviezen kunnen geven. Dat gaat van het aanpakken van de pandemie tot kijken hoe we uit de lockdown kunnen geraken. We moeten ervoor zorgen dat Vlaanderen op een wetenschappelijk onderbouwde manier de boel onder controle kan houden bij een tweede piek - of bij meerdere pieken. Het moet snel gaan, want we hebben de tijd niet om het allemaal rustig uit te dokteren. We leren dag na dag nieuwe dingen - net zoals de overheid, de ziekenhuizen en de woonzorgcentra. Iedereen loopt vaak achter de feiten aan. Wij proberen het virus nu een klein beetje meester te worden om zo vóór de feiten te lopen.Hoeveel weten we eigenlijk van het virus op dit moment?Neyts: In januari was heel de wereld taken by surprise. Wij hadden het geluk een kleine twee maand voorsprong te hebben op de Chinezen. Die tijd hebben we gebruikt om het virus gaandeweg te leren kennen. Maar we zijn er nog niet. We hebben nog jaren nodig om het virus te begrijpen. Uw Rega-instituut is in de weer met een vaccin. Er is wel sprake van een race tegen de klok. Maar heeft uw onderzoek niet juist tijd nodig?Neyts: Sommige vraagstukken kunnen we inderdaad enkel oplossen naarmate de tijd vordert. Zoals: welk type vaccin zal het meest werkzaam zijn? En moeten we blijven vaccineren? Mijn team is dan ook dag en nacht aan het werk. En dan de vraag van 1 miljoen: wanneer mogen we een vaccin verwachten? Neyts: De directeur van de WHO stelt dat er tegen de zomer van 2021 een vaccin zou zijn. Wel, dat zou een huzarenstukje zijn. Let op, er zullen halfweg volgend jaar nog geen miljarden dosissen zijn. Zelfs als we de helft van de wereldbevolking zouden willen vaccineren hebben we zo'n 4 miljard vaccins nodig. En dan weten nog niet eens zeker of er misschien wel twee shots nodig zullen zijn. Wat ik zelf zou adviseren is dat mensen met onderliggende gezondheidsproblemen en zorgpersoneel prioritair worden ingeënt. Zou u van een echte competitie tussen onderzoekers spreken?Neyts:(overtuigd) Ik zie het niet als een race tegen elkaar. Universiteitsteams en farmaceutische bedrijven praten met elkaar. Ik voel dat die bedrijven een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid voelen om het juiste te doen. Neem de samenwerking van de bedrijven GSK en Sanofi: dat is redelijk ongezien. We zijn er ons allemaal van bewust dat iedereen slachtoffer kan worden. Het is mooi om te zien dat we met allen tegen één strijden.