Het klonk tien jaar geleden nog veelbelovend. Justitie kon veel tijd en kosten besparen door rechtszaken af te handelen via videoconferentie. Bij het Antwerpse hof van beroep startte in 2009 een proefproject om de Limburgse zaken waarin beroep was aangetekend via videoconferencing te laten verlopen. Het project kreeg in 2010 zelfs de allereerste innovatieprijs van de Hoge Raad voor de Justitie. Maar tien jaar later blijkt het toch niet zo'n vaart te lopen met de videorechtspraak. Sinds 2009 zijn 1.427 burgerlijke rechtszaken via een videoconferentie behandeld door het Antwerpse hof van beroep. Maar terwijl in 2011 - op het hoogtepunt - nog 223 zaken werden behandeld via een videoconferencing waren er dat vorig jaar nog maar 83. Dit jaar staat de teller nog maar op 52 behandelde zaken. Dat blijkt uit cijfers die minister van Justitie Koen Geens (CD&V) gaf aan Kristien Van Vaerenbergh (N-VA), de voorzitster van de Kamercommissie Justitie. Amper een op de vijf rechtszaken (19 procent) die in aanmerking komen voor een videoconferentie worden op die manier afgehandeld door het Antwerpse hof, zo blijkt. Er zijn momenteel 70 zaken vastgesteld voor behandeling via videorechtspraak terwijl er 365 in aanmerking voor komen, op een totaal van 845 Limburgse zaken bij het hof. (Belga)