Tijdens de ministerraad wees Vervoort op de gevolgen van het arrest van het Brussels hof van beroep van 15 januari van dit jaar. De administratie moet volgens hem de gevolgen van de uitspraak uitvoeren bij het toepassen van de ordonnantie van 1995 tijdens de dagelijkse controles. Ook aan de vertegenwoordigers van ABCL legde hij de gevolgen van het arrest uit voor de chauffeurs die werken in de sector van de limousines, en onrechtstreeks ook de chauffeurs die via Uber werken. Het hof van beroep oordeelt dat Uber de bestaande wetgeving misbruikt. De sector van de limousines met chauffeurs heeft immers niet het recht om klanten te ronselen - door een oproep op straat, via een gsm-oproep of elk ander communicatiemiddel. Volgens Vervoort was er een constructieve discussie over de inhoud van de hervorming van de sector, het precaire statuut van de chauffeurs en het belang van snelle oplossingen voor de werknemers. Wat de controles van Brussel Mobiliteit betreft hebben de controleurs van de dienst de opdracht gekregen om de ordonnantie te doen naleven. Dat houdt in dat voertuigen met een licentie van limousine met chauffeur over een vooraf ingevuld schriftelijk contract moeten beschikken dat aan een reeks voorwaarden moet voldoen. De limousines met chauffeur hebben geen toestemming om op straat op zoek te gaan klanten. Het is ook niet de bedoeling dat ze op een platform aangesloten zijn dat hen opdrachten aanlevert die meteen uitgevoerd kunnen worden. Een limousine met chauffeur moet vooraf geboekt worden met een geschreven contract en is bedoeld voor het vervoer van klanten en dat voor verschillende uren. Minister-president Vervoort verzekerde de vertegenwoordigers van ABCL dat de controles in de eerste plaats gericht zijn om de betrokkenen te herinneren aan de regels, en niet om een sector op de knieën te krijgen die zeer verzwakt is door een businessmodel dat door het hof van beroep onderuit gehaald werd. Hij herhaalde dat hij met zijn regering werkt aan een hervorming van de sector. (Belga)

Tijdens de ministerraad wees Vervoort op de gevolgen van het arrest van het Brussels hof van beroep van 15 januari van dit jaar. De administratie moet volgens hem de gevolgen van de uitspraak uitvoeren bij het toepassen van de ordonnantie van 1995 tijdens de dagelijkse controles. Ook aan de vertegenwoordigers van ABCL legde hij de gevolgen van het arrest uit voor de chauffeurs die werken in de sector van de limousines, en onrechtstreeks ook de chauffeurs die via Uber werken. Het hof van beroep oordeelt dat Uber de bestaande wetgeving misbruikt. De sector van de limousines met chauffeurs heeft immers niet het recht om klanten te ronselen - door een oproep op straat, via een gsm-oproep of elk ander communicatiemiddel. Volgens Vervoort was er een constructieve discussie over de inhoud van de hervorming van de sector, het precaire statuut van de chauffeurs en het belang van snelle oplossingen voor de werknemers. Wat de controles van Brussel Mobiliteit betreft hebben de controleurs van de dienst de opdracht gekregen om de ordonnantie te doen naleven. Dat houdt in dat voertuigen met een licentie van limousine met chauffeur over een vooraf ingevuld schriftelijk contract moeten beschikken dat aan een reeks voorwaarden moet voldoen. De limousines met chauffeur hebben geen toestemming om op straat op zoek te gaan klanten. Het is ook niet de bedoeling dat ze op een platform aangesloten zijn dat hen opdrachten aanlevert die meteen uitgevoerd kunnen worden. Een limousine met chauffeur moet vooraf geboekt worden met een geschreven contract en is bedoeld voor het vervoer van klanten en dat voor verschillende uren. Minister-president Vervoort verzekerde de vertegenwoordigers van ABCL dat de controles in de eerste plaats gericht zijn om de betrokkenen te herinneren aan de regels, en niet om een sector op de knieën te krijgen die zeer verzwakt is door een businessmodel dat door het hof van beroep onderuit gehaald werd. Hij herhaalde dat hij met zijn regering werkt aan een hervorming van de sector. (Belga)