Op vrijdag 22 mei zaten de onderwijsverstrekkers en de vakbonden samen met de minister van Onderwijs Ben Weyts en met Erika Vlieghe, voorzitter van de GEES. De maatregelen die toen zijn afgesproken, zijn woensdag opnieuw versoepeld door het Overlegcomité. Zo moet de maatregel van vier vierkante meter per leerling in het lager onderwijs niet langer toegepast worden. Die versoepeling is 'een verschrikking', stelt Marie-Jeanne Baelmans, directeur van de VLVO. 'Afgelopen weekend hebben directies hard gewerkt om zich te herorganiseren en nu worden de regels weer aangepast.'

Ze stelt zich ook de vraag of die versoepelingen wel veilig genoeg zijn. 'Of zijn die maatregelen doorgeduwd door bepaalde politici?', aldus Baelmans. Het grootste probleem is de communicatie, stelt de VLVO-directeur nog. 'Er wordt gecommuniceerd voordat er ernstig overleg is geweest en voordat de directies ingelicht worden. Ouders zijn blij dat hun kinderen weer naar school mogen, maar dan moeten directies de boodschap brengen dat het niet haalbaar is om alle leerlingen opnieuw te ontvangen', besluit Baelmans.

Ook de socialistische vakbond ACOD Onderwijs is niet te spreken over de beslissing. Volgens de vakbond zijn er geen redenen om de eerder afgesproken maatregel opnieuw los te laten. 'Covid-19 stopt blijkbaar aan de poort van het basisonderwijs.'

Van de achterban vangt ACOD signalen op dat leerkrachten blij zijn dat ze terug fysiek mogen lesgeven, maar dat ze ook vrezen voor hun veiligheid en die van hun omgeving. Volgens de vakbond zijn de leerkrachten hun vertrouwen kwijt. 'Wij hebben altijd gezegd dat wij de adviezen van de GEES zouden respecteren, maar als men de veiligheid van het personeel op het spel zet zonder dat er nieuwe informatie is, dan kunnen wij daar geen begrip voor tonen.'

'Tevreden, maar...'

Onderwijseconoom Kristof De Witte daarentegen reageert tevreden. Maar hij betreurt het dat sommige scholen hebben beslist om klassen toch niet opnieuw te zullen openstellen. 'Door de enorme en oplopende langetermijnkosten van het sluiten van scholen, de toenemende psychosociale problemen bij jongeren en door de lagere effectiviteit van online lesgeven is dit onaanvaardbaar', aldus De Witte. Om een vergelijking te maken en bij het gebrek aan gestandaardiseerde testen voor basisscholen, verwijst De Witte naar de scores van het driejaarlijkse PISA-onderzoek van de OESO voor 15-jarigen. Uit dat onderzoek blijkt dat de ASO-scholen met de hoogste wiskundige resultaten het equivalent van vier schooljaren voorlopen op de zwakste ASO-scholen. In het BSO en het TSO is dat verschil ongeveer 2,5 leerjaren. 'De school bepaalt dus in sterke mate mee wat een leerling zal kennen en kunnen op het einde van het leerplichtonderwijs.' Volgens De Witte zal de onderwijsongelijkheid tussen leerlingen alleen maar vergroten als scholen zelf kunnen beslissen of ze bepaalde klassen heropenen. Daarom pleit de onderwijseconoom voor een verplichte heropening van de basisscholen. Bij gesloten scholen zou men namelijk verder worstelen met 'het minder effectieve online lesgeven', en zullen nog steeds een deel van de leerlingen niet bereikt worden, klinkt het. In Antwerpse basisscholen zou de groep niet bereikte leerlingen oplopen tot een derde van de leerlingen. Ten slotte pleit de econoom voor een maximaal gebruik van de lestijd tot 30 juni. 'Elke dag instructie telt. Scholen moeten zo de mogelijkheid gebruiken om in de eerste week van juli de klassenraden te organiseren', klinkt het.

Op vrijdag 22 mei zaten de onderwijsverstrekkers en de vakbonden samen met de minister van Onderwijs Ben Weyts en met Erika Vlieghe, voorzitter van de GEES. De maatregelen die toen zijn afgesproken, zijn woensdag opnieuw versoepeld door het Overlegcomité. Zo moet de maatregel van vier vierkante meter per leerling in het lager onderwijs niet langer toegepast worden. Die versoepeling is 'een verschrikking', stelt Marie-Jeanne Baelmans, directeur van de VLVO. 'Afgelopen weekend hebben directies hard gewerkt om zich te herorganiseren en nu worden de regels weer aangepast.' Ze stelt zich ook de vraag of die versoepelingen wel veilig genoeg zijn. 'Of zijn die maatregelen doorgeduwd door bepaalde politici?', aldus Baelmans. Het grootste probleem is de communicatie, stelt de VLVO-directeur nog. 'Er wordt gecommuniceerd voordat er ernstig overleg is geweest en voordat de directies ingelicht worden. Ouders zijn blij dat hun kinderen weer naar school mogen, maar dan moeten directies de boodschap brengen dat het niet haalbaar is om alle leerlingen opnieuw te ontvangen', besluit Baelmans. Ook de socialistische vakbond ACOD Onderwijs is niet te spreken over de beslissing. Volgens de vakbond zijn er geen redenen om de eerder afgesproken maatregel opnieuw los te laten. 'Covid-19 stopt blijkbaar aan de poort van het basisonderwijs.' Van de achterban vangt ACOD signalen op dat leerkrachten blij zijn dat ze terug fysiek mogen lesgeven, maar dat ze ook vrezen voor hun veiligheid en die van hun omgeving. Volgens de vakbond zijn de leerkrachten hun vertrouwen kwijt. 'Wij hebben altijd gezegd dat wij de adviezen van de GEES zouden respecteren, maar als men de veiligheid van het personeel op het spel zet zonder dat er nieuwe informatie is, dan kunnen wij daar geen begrip voor tonen.' Onderwijseconoom Kristof De Witte daarentegen reageert tevreden. Maar hij betreurt het dat sommige scholen hebben beslist om klassen toch niet opnieuw te zullen openstellen. 'Door de enorme en oplopende langetermijnkosten van het sluiten van scholen, de toenemende psychosociale problemen bij jongeren en door de lagere effectiviteit van online lesgeven is dit onaanvaardbaar', aldus De Witte. Om een vergelijking te maken en bij het gebrek aan gestandaardiseerde testen voor basisscholen, verwijst De Witte naar de scores van het driejaarlijkse PISA-onderzoek van de OESO voor 15-jarigen. Uit dat onderzoek blijkt dat de ASO-scholen met de hoogste wiskundige resultaten het equivalent van vier schooljaren voorlopen op de zwakste ASO-scholen. In het BSO en het TSO is dat verschil ongeveer 2,5 leerjaren. 'De school bepaalt dus in sterke mate mee wat een leerling zal kennen en kunnen op het einde van het leerplichtonderwijs.' Volgens De Witte zal de onderwijsongelijkheid tussen leerlingen alleen maar vergroten als scholen zelf kunnen beslissen of ze bepaalde klassen heropenen. Daarom pleit de onderwijseconoom voor een verplichte heropening van de basisscholen. Bij gesloten scholen zou men namelijk verder worstelen met 'het minder effectieve online lesgeven', en zullen nog steeds een deel van de leerlingen niet bereikt worden, klinkt het. In Antwerpse basisscholen zou de groep niet bereikte leerlingen oplopen tot een derde van de leerlingen. Ten slotte pleit de econoom voor een maximaal gebruik van de lestijd tot 30 juni. 'Elke dag instructie telt. Scholen moeten zo de mogelijkheid gebruiken om in de eerste week van juli de klassenraden te organiseren', klinkt het.