De ordonnantie rond de verplichte inburgering werd twee jaar geleden al goedgekeurd in het Brussels Parlement. Maar omdat de gemeenschappen aan Vlaamse en Franstalige zijde ook bevoegd zijn om de inburgeringstrajecten in Brussel te organiseren, was nog een samenwerkingsakkoord tussen de GGC enerzijds en de Vlaamse Gemeenschap en de Cocof anderzijds nodig.

Vanaf 1 januari wordt in het Brussels Gewest een verplicht inburgeringstraject ingevoerd voor alle meerderjarige vreemdelingen jonger dan 65 jaar, die minder dan drie jaar in België verblijven en voor het eerst ingeschreven staan met een verblijfsvergunning van meer dan drie maanden in het vreemdelingenregister in het Brussels gewest. Het inburgeringstraject wordt georganiseerd door organisatoren die erkend zijn door het Verenigd College en moet drie aspecten bevatten: onthaal, taalcursussen Frans of Nederlands, en burgerschapscursussen.

Voor Groen is de verplichte inburgering van belang, maar Arnaud Verstraete betreurde de vertraging van vijf jaar. De groenen hadden liever een Brussels traject dat inhoudelijk afgestemd is en waarbij Brussel zelf kan zorgen voor voldoende capaciteit. 'Wat gaat er gebeuren als de capaciteit van de gemeenschappen onvoldoende is?', vroeg hij.

Ook Liesbet Dhaene (N-VA) vreesde dat een voldoende capaciteit 'wishfull thinking' zal zijn. 'Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid op. Het is belangrijk dat ook de Cocof blijft inzetten op voldoende capaciteit', aldus Dhaene. Minister Céline Fremault (cdH) repliceerde dat beide gemeenschappen 4.000 plaatsen garanderen. 'We zullen jaar na jaar evalueren of er bijkomende plaatsen nodig zijn', engageerde zij zich.

Dhaene was het er met Paul Delva (CD&V) over eens dat de aanwezigheid van twee systemen - een Nederlandstalig en Franstalig - in Brussel een meerwaarde kan zijn, onder meer omdat elke gemeenschap capaciteit kan voorzien. Maar dan moet de keuze voor de inburgering ook effectief gegarandeerd worden, aldus Dhaene. 'Nieuwkomers moeten duidelijk geïnformeerd worden dat er twee systemen zijn in Brussel: Nederlandstalig en Franstalig.'

In de beleidsverklaring van Brussel-Stad is enkel sprake van de Franstalige BAPA's en niet van het Nederlandstalige Brussels Onthaalbureau voor Nieuwkomers (BON). Hannelore Goeman (sp.a) was ook zeer tevreden dat de verplichte inburgering nog deze legislatuur gerealiseerd wordt. Ze waarschuwde dat ook de gemeenten klaar moeten zijn om de juiste informatie te geven aan de nieuwkomers en de opvolging te doen. De GGC zal de leiding moeten nemen en zorgen dat alle actoren op het terrein zeer goed samenwerken.

De ordonnantie rond de verplichte inburgering werd twee jaar geleden al goedgekeurd in het Brussels Parlement. Maar omdat de gemeenschappen aan Vlaamse en Franstalige zijde ook bevoegd zijn om de inburgeringstrajecten in Brussel te organiseren, was nog een samenwerkingsakkoord tussen de GGC enerzijds en de Vlaamse Gemeenschap en de Cocof anderzijds nodig. Vanaf 1 januari wordt in het Brussels Gewest een verplicht inburgeringstraject ingevoerd voor alle meerderjarige vreemdelingen jonger dan 65 jaar, die minder dan drie jaar in België verblijven en voor het eerst ingeschreven staan met een verblijfsvergunning van meer dan drie maanden in het vreemdelingenregister in het Brussels gewest. Het inburgeringstraject wordt georganiseerd door organisatoren die erkend zijn door het Verenigd College en moet drie aspecten bevatten: onthaal, taalcursussen Frans of Nederlands, en burgerschapscursussen. Voor Groen is de verplichte inburgering van belang, maar Arnaud Verstraete betreurde de vertraging van vijf jaar. De groenen hadden liever een Brussels traject dat inhoudelijk afgestemd is en waarbij Brussel zelf kan zorgen voor voldoende capaciteit. 'Wat gaat er gebeuren als de capaciteit van de gemeenschappen onvoldoende is?', vroeg hij. Ook Liesbet Dhaene (N-VA) vreesde dat een voldoende capaciteit 'wishfull thinking' zal zijn. 'Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid op. Het is belangrijk dat ook de Cocof blijft inzetten op voldoende capaciteit', aldus Dhaene. Minister Céline Fremault (cdH) repliceerde dat beide gemeenschappen 4.000 plaatsen garanderen. 'We zullen jaar na jaar evalueren of er bijkomende plaatsen nodig zijn', engageerde zij zich. Dhaene was het er met Paul Delva (CD&V) over eens dat de aanwezigheid van twee systemen - een Nederlandstalig en Franstalig - in Brussel een meerwaarde kan zijn, onder meer omdat elke gemeenschap capaciteit kan voorzien. Maar dan moet de keuze voor de inburgering ook effectief gegarandeerd worden, aldus Dhaene. 'Nieuwkomers moeten duidelijk geïnformeerd worden dat er twee systemen zijn in Brussel: Nederlandstalig en Franstalig.' In de beleidsverklaring van Brussel-Stad is enkel sprake van de Franstalige BAPA's en niet van het Nederlandstalige Brussels Onthaalbureau voor Nieuwkomers (BON). Hannelore Goeman (sp.a) was ook zeer tevreden dat de verplichte inburgering nog deze legislatuur gerealiseerd wordt. Ze waarschuwde dat ook de gemeenten klaar moeten zijn om de juiste informatie te geven aan de nieuwkomers en de opvolging te doen. De GGC zal de leiding moeten nemen en zorgen dat alle actoren op het terrein zeer goed samenwerken.