De politieke crisis in Bolivia was eerder op de dag verder uitgedijd: verschillende ministers en parlementsleden, onder wie de voorzitter van het parlement, hadden ontslag genomen. Morales, die aan de macht is sinds 2006, had dan wel nieuwe verkiezingen aangekondigd, om "Bolivia te pacificeren", maar dat haalde weinig uit. Ook zondag nog waren er confrontaties tussen betogers en de ordediensten. Het ontslag van parlementsvoorzitter Victor Borda kwam er nadat betogers zijn huis in Potosi (in het zuidwesten van het land) in brand hadden gestoken. Na Borda volgde volgens de Boliviaanse televisie het ontslag van een tiental andere parlementsleden. "Als dat maar de fysieke integriteit bewaart van mijn broer, die gegijzeld werd", zei Borda. Even daarna nam ook minister van Mijnbouw César Navarro ontslag. Hij zei dat hij zijn "familie wou beschermen" na een brand in zijn huis en agressie tegen zijn neef. Ook minister Luis Alberto Sanchez trad af. "Het verloop van de gebeurtenissen gaat in tegen mijn persoonlijke principes, en tegen mijn spirituele en democratische waarden", schreef hij in een brief aan de president. Verschillende oppositieleiders hadden dan al gevraagd dat het staatshoofd zelf ontslag zou nemen. "Als hij nog één gram patriottisme heeft, zou hij zich moeten terugtrekken", zei Carlos Meso, de centrumkandidaat die het onderspit moest delven bij de presidentsverkiezingen van 20 oktober. De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) vroeg zondag die verkiezingen te annuleren, wat Morales ook deed. Maar nu ook de legerleiding vraagt om Morales' ontslag neemt de druk op zijn persoon fors toe. (Belga)