In zijn vraagstelling wees Van den Bergh op de bestaande fiscale vrijstelling voor vergoedingen voor fietsverplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling voor een bedrag van maximum 0,24 euro per kilometer. De Croo kant zich tegen de toepassing van deze regeling op verplaatsingen te voet. "De bijzondere vrijstellingsregeling van de fietsvergoeding is er gekomen om een omslag teweeg te brengen van verplaatsingen met de wagen naar de fiets. Een dergelijke omschakeling naar verplaatsingen te voet lijkt me minder waarschijnlijk", aldus De Croo. De minister wijst in zijn antwoord echter ook op de algemene vrijstellingsregeling voor werkgeversbijdragen in de kosten van het woon-werkwerkeer. Deze voorziet in een vrijstelling voor vergoedingen bij het gebruik van een ander vervoermiddel dan het openbaar vervoer. "Een werknemer, die bijvoorbeeld naast een gratis abonnement op het openbaar vervoer van zijn werkgever ook nog een vergoeding ontvangt voor zijn verplaatsingen tussen thuis en de opstapplaats van het openbaar vervoer, heeft recht op een fiscale vrijstelling van maximaal 400 euro, zelfs als hij die verplaatsing te voet doet", aldus De Croo. (Belga)