Het Centraal Israëlitisch Consistorie en daarmee in haar slipstream de Joodse geloofsgemeenschap in België heeft de slag (maar nog niet de oorlog) om het behoud van de rituele slacht verloren. Het grondwettelijk Hof in Brussel staat het de overheden van de gewesten toe om onverdoofd slachten te verbieden. In Vlaanderen en Wallonië geldt reeds een dergelijk verbod, terwijl in het Brusselse gewest er vooralsnog geen meerderheid in het parlement voor aanwezig is.

De Joodse gemeenschap zal zich uiteraard aan de uitspraak van het Grondwettelijk Hof onderwerpen.

Mogelijk dat het consistorie of een andere Joodse organisatie nog zal besluiten bij het Hof in Straatsburg in beroep te gaan. In de procedures tegen het verbod op rituele slacht heeft het consistorie de leiding en verantwoordelijkheid op zich genomen. Op haar verzoek heeft het Forum der Joodse Organisaties zich in deze procedures bij het consistorie aangesloten.

Verbod op rituele slacht maakt op termijn Joods leven onmogelijk.

Voor de ignorante burger is de uitspraak van geringe importantie. De perceptie van de modale burger en evenzeer van politici is dat er in hun ogen terecht een einde komt aan wat zij percipiëren als een inhumane wijze van slachten.

Voor de Joodse gemeenschap betekent het verbod dat er een fundamentele inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van godsdienst. De spijswetten zijn een kernwaarde van de Joodse godsdienst. Om daar inbreuk op te maken moet de samenleving wel zeer zwaarwegende argumenten hebben. Naar ons gevoel zijn die argumenten er niet.

Niet zonder reden vrezen daarom de Joden dat op termijn het hen onmogelijk wordt gemaakt conform hun godsdienstige overtuiging en traditie in Belgie te kunnen blijven leven. Van het door de politiek opgelegde verbod gaat dan ook een angstig signaal uit.

In tal van landen wordt inmiddels decennialang tussen voor- en tegenstanders van de rituele slacht aan de hand van wetenschappelijke onderzoeken strijd gevoerd. De opleiding tot rituele slachter vergt vele jaren van studie en eist een zeer hoge mate van expertise. Indien het dier bij de slacht pijn zou lijden wordt het niet geschikt voor menselijke consumptie geacht en is het dus per definitie níét koosjer.

Op grond hiervan zou de samenleving de conclusie moeten trekken dat een verbod op rituele slacht een te zware en onverantwoorde beslissing is.

Bij twijfel zou het meer voor de hand liggen om de grondwettelijke vrijheid van godsdienst te laten primeren boven -al dan niet vermeend- dierenleed.

Wel dient erop te worden gewezen dat er vooralsnog in België geen sprake is van een zgn. totaalverbod op de consumptie van koosjer vlees.

Op grond van de vrije interne Europese markt is het lidstaten niet toegestaan om importblokkades op te werpen. Een verbod op de rituele slacht in België zal dus niet impliceren dat er geen koosjer vlees uit andere lidstaten mag worden geïmporteerd. Uiteraard zal de import wel prijsverhogend werken. Een zwaarwegender argument is dat door de import van koosjer vlees een zgn. waterbedeffect zal ontstaan. Als er niet langer ritueel geslacht in België wordt zal er elders in de EU dus meer geslacht worden. Per saldo is derhalve niemand bij een verbod gebaat.

Dierenactivisten en politici die het verbod steunen hebben daarmee de Joodse gemeenschap, noch de dieren een dienst bewezen. Er zal Europees geen dier minder ritueel geslacht worden.

De tegenstanders van de rituele slacht hebben de facto een Pyrrus- overwinning behaald en daarom kent de uitspraak van het Grondwettelijk Hof uiteindelijk alleen verliezers. Een verbod is slecht voor de Joodse gemeenschap en schaadt de internationale reputatie van België als gastland van de EU waarbinnen de vrijheid van godsdienst een kernwaarde is.

Er ligt dus een taak voor de politiek om zich te bezinnen op de ontstane situatie. Het Hof staat een verbod weliswaar toe, maar het is aan de politiek om de rituele slacht al dan niet te verbieden.

Hans Knoop is oud- correspondent in Israel en Brussel van De Telegraaf en AVRO en woordvoerder van het Forum der Joodse Organisaties in Antwerpen.

Het Centraal Israëlitisch Consistorie en daarmee in haar slipstream de Joodse geloofsgemeenschap in België heeft de slag (maar nog niet de oorlog) om het behoud van de rituele slacht verloren. Het grondwettelijk Hof in Brussel staat het de overheden van de gewesten toe om onverdoofd slachten te verbieden. In Vlaanderen en Wallonië geldt reeds een dergelijk verbod, terwijl in het Brusselse gewest er vooralsnog geen meerderheid in het parlement voor aanwezig is.De Joodse gemeenschap zal zich uiteraard aan de uitspraak van het Grondwettelijk Hof onderwerpen.Mogelijk dat het consistorie of een andere Joodse organisatie nog zal besluiten bij het Hof in Straatsburg in beroep te gaan. In de procedures tegen het verbod op rituele slacht heeft het consistorie de leiding en verantwoordelijkheid op zich genomen. Op haar verzoek heeft het Forum der Joodse Organisaties zich in deze procedures bij het consistorie aangesloten.Voor de ignorante burger is de uitspraak van geringe importantie. De perceptie van de modale burger en evenzeer van politici is dat er in hun ogen terecht een einde komt aan wat zij percipiëren als een inhumane wijze van slachten. Voor de Joodse gemeenschap betekent het verbod dat er een fundamentele inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van godsdienst. De spijswetten zijn een kernwaarde van de Joodse godsdienst. Om daar inbreuk op te maken moet de samenleving wel zeer zwaarwegende argumenten hebben. Naar ons gevoel zijn die argumenten er niet. Niet zonder reden vrezen daarom de Joden dat op termijn het hen onmogelijk wordt gemaakt conform hun godsdienstige overtuiging en traditie in Belgie te kunnen blijven leven. Van het door de politiek opgelegde verbod gaat dan ook een angstig signaal uit. In tal van landen wordt inmiddels decennialang tussen voor- en tegenstanders van de rituele slacht aan de hand van wetenschappelijke onderzoeken strijd gevoerd. De opleiding tot rituele slachter vergt vele jaren van studie en eist een zeer hoge mate van expertise. Indien het dier bij de slacht pijn zou lijden wordt het niet geschikt voor menselijke consumptie geacht en is het dus per definitie níét koosjer. Op grond hiervan zou de samenleving de conclusie moeten trekken dat een verbod op rituele slacht een te zware en onverantwoorde beslissing is. Bij twijfel zou het meer voor de hand liggen om de grondwettelijke vrijheid van godsdienst te laten primeren boven -al dan niet vermeend- dierenleed. Wel dient erop te worden gewezen dat er vooralsnog in België geen sprake is van een zgn. totaalverbod op de consumptie van koosjer vlees.Op grond van de vrije interne Europese markt is het lidstaten niet toegestaan om importblokkades op te werpen. Een verbod op de rituele slacht in België zal dus niet impliceren dat er geen koosjer vlees uit andere lidstaten mag worden geïmporteerd. Uiteraard zal de import wel prijsverhogend werken. Een zwaarwegender argument is dat door de import van koosjer vlees een zgn. waterbedeffect zal ontstaan. Als er niet langer ritueel geslacht in België wordt zal er elders in de EU dus meer geslacht worden. Per saldo is derhalve niemand bij een verbod gebaat. Dierenactivisten en politici die het verbod steunen hebben daarmee de Joodse gemeenschap, noch de dieren een dienst bewezen. Er zal Europees geen dier minder ritueel geslacht worden.De tegenstanders van de rituele slacht hebben de facto een Pyrrus- overwinning behaald en daarom kent de uitspraak van het Grondwettelijk Hof uiteindelijk alleen verliezers. Een verbod is slecht voor de Joodse gemeenschap en schaadt de internationale reputatie van België als gastland van de EU waarbinnen de vrijheid van godsdienst een kernwaarde is. Er ligt dus een taak voor de politiek om zich te bezinnen op de ontstane situatie. Het Hof staat een verbod weliswaar toe, maar het is aan de politiek om de rituele slacht al dan niet te verbieden.Hans Knoop is oud- correspondent in Israel en Brussel van De Telegraaf en AVRO en woordvoerder van het Forum der Joodse Organisaties in Antwerpen.