In Brussel hebben de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie elk een afzonderlijk beleid inzake sociale bijstand. Bijgevolg zijn er in de Brusselse gevangenissen momenteel maar liefst zes generalistische diensten voor justitieel welzijnswerk actief. Hoewel hun aanbod grotendeels overeenkomt, worden ze door verschillende regelgevingen omkaderd. Bovendien werken ze los van de federale overheidsdienst Justitie. "Kortom, van buitenaf beschouwd, is dit een ingewikkelde puzzel", stelt lector Naessens vast. Maar ook intern is er onduidelijkheid bij zowel de sociaal werkers en de doelgroep, als de gevangenisdirecties. Vanwege de versnippering dringt een betere coördinatie en een gedeelde visie binnen de Brusselse diensten voor justitieel welzijnswerk zich op. Naessens merkt op dat er al vooruitgang is geboekt met de komst van een netwerk van Brusselse diensten voor justitieel welzijnswerk, en een Strategisch Plan voor hulp- en dienstverlening aan Justitiabelen intra muros in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De overlegstructuren worden weliswaar enkel gebruikt als doorgeefluik van afzonderlijke probleemsituaties en daardoor blijft een verbetering van de werking uit. "Een gloednieuwe gevangenis zal niet alle problemen zomaar oplossen. Een reële maar vooral gecoördineerde investering in de begeleiding van gedetineerden en hun naasten is meer dan ooit een belangrijk punt op de agenda", besluit Naessens. (Belga)

In Brussel hebben de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie elk een afzonderlijk beleid inzake sociale bijstand. Bijgevolg zijn er in de Brusselse gevangenissen momenteel maar liefst zes generalistische diensten voor justitieel welzijnswerk actief. Hoewel hun aanbod grotendeels overeenkomt, worden ze door verschillende regelgevingen omkaderd. Bovendien werken ze los van de federale overheidsdienst Justitie. "Kortom, van buitenaf beschouwd, is dit een ingewikkelde puzzel", stelt lector Naessens vast. Maar ook intern is er onduidelijkheid bij zowel de sociaal werkers en de doelgroep, als de gevangenisdirecties. Vanwege de versnippering dringt een betere coördinatie en een gedeelde visie binnen de Brusselse diensten voor justitieel welzijnswerk zich op. Naessens merkt op dat er al vooruitgang is geboekt met de komst van een netwerk van Brusselse diensten voor justitieel welzijnswerk, en een Strategisch Plan voor hulp- en dienstverlening aan Justitiabelen intra muros in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De overlegstructuren worden weliswaar enkel gebruikt als doorgeefluik van afzonderlijke probleemsituaties en daardoor blijft een verbetering van de werking uit. "Een gloednieuwe gevangenis zal niet alle problemen zomaar oplossen. Een reële maar vooral gecoördineerde investering in de begeleiding van gedetineerden en hun naasten is meer dan ooit een belangrijk punt op de agenda", besluit Naessens. (Belga)