'Ja, ik heb er één.'
...

'Ja, ik heb er één.' Imana Truyers slaat haar ogen neer. Ze maakt zich nog kleiner dan ze al is. 'Zal ik hem verklappen? "Komaan, volhouden." Simpel, en toch zegt het veel over mij.' We zitten in de cafetaria van het sportkot in Leuven. Rond ons bespreken mannen die eruitzien als sportleraars loopprogramma's en limiettijden. Op tafel ligt een boek. Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van Haruki Murakami. In zijn voorwoord vertelt de Japanse meester over de mantra's van beroemde marathonlopers, de gedachten waarmee ze zichzelf tijdens een wedstrijd oppeppen. 'Pijn valt niet te vermijden' is er zo eentje. 'Maar lijden staat vrij.' Ik had Imana Truyers gevraagd of zij ook een mantra heeft. Met zachte stem had ze ingestemd. 'Als kind was ik erg schuchter', zegt ze even later. 'Het is al beter, maar ik blijf toch liever op de achtergrond.' Het is elf uur, een cappuccino kan nog net. Truyers heeft al een duurloop van 14 kilometer in de benen. Het ging goed. Stilaan raakt ze in vorm. Twee dagen voor onze ontmoeting heeft ze een stratenloop in Utrecht gewonnen. Aan haar rechterpols kleeft een smartwatch. 'Hoeveel stappen heb je vandaag al gezet?' 'Ik weet het niet: mijn gps staat uit, om de batterij te sparen. Ik ben niet zo fanatiek met cijfers bezig. Moet ik op training 12 kilometer lopen, dan durf ik na 11,5 kilometer al eens te stoppen. Dan loop ik de volgende dag wel wat langer.' Als komende zondag in de Gentse Blaarmeersen het startschot van het nieuwe CrossCup-seizoen wordt gegeven, is Truyers topfavoriet voor de eindzege. Louise Carton, de voorbije jaren ongenaakbaar, doet het noodgedwongen rustiger aan. De voorbije twee jaar eindigde Truyers telkens derde in het eindklassement. 'Nu Louise waarschijnlijk wegvalt, ligt de weg open voor de meisjes die normaal vlak achter haar lopen. Daar ben ik er een van. Ik hoop op mooie resultaten, al blijft de concurrentie groot.' Imana Truyers is bijna 24. Sinds kort woont ze samen met haar vriend. Het brengt rust en vertrouwen. Ze is klaar voor een stap hogerop. 'Zit ik hier voor de rijzende ster van de Belgische atletiek?' 'Ik bekijk het liever rustig. Het is mijn grootste passie, maar we zullen wel zien hoe het loopt.' Terug naar november 1993. Naar het hart van Afrika, naar het land van de duizend heuvels. Een vrouw trekt dwars door de bossen en moerassen van Rwanda. Ze stapt van Musenda, in het noorden, naar de hoofdstad Kigali, honderd kilometer verderop. Een zoon van vijf en een dochter van drie flankeren de vrouw. Haar buik staat bol. Ze is zeven maanden zwanger, van een Hutu. Zelf is ze Tutsi. De hete adem van het Hutu-rebellenleger voelt ze in haar nek. Op 7 november komt de vrouw aan in een vluchtelingenkamp op een kale bergflank bij Kigali. Met haar laatste krachten zet ze een derde kind op de wereld. Het meisje wordt Musabyimana genoemd, 'Geschenk van God'. Een dag later sterft de vrouw. 'Mijn moeder moet ijzersterk zijn geweest', zegt het meisje, dat vandaag Imana Truyers heet. 'Helaas kan ik me geen beeld van haar vormen. Er is geen enkele foto bewaard. Het is het laatste ontbrekende puzzelstukje van mijn levensverhaal.' Na de geboorte komt Musabyimana in een weeshuis terecht. Ze doet er malaria op en wordt in de afdeling neonatologie van het Universitair Ziekenhuis van Kigali opgenomen. Sojamelk is haar belangrijkste bron van energie. Van november tot februari zweeft ze tussen leven en dood. Ze haalt het. 'Ik moet een sterke overlevingsdrang hebben.' Zuster Maria Michelle, een Limburgse non die al jaren in Rwanda woont, plaatst het meisje op het allerlaatste Sabena-vliegtuig richting België. Net op tijd, een paar dagen later vallen de rebellen het weeshuis binnen. Ze onthoofden er alle achtergebleven kinderen. In alle wreedheid barst de genocide los. Tussen april en juli 1994 komen bijna een miljoen mensen om. Het meisje belandt in Hechtel, bij Leopoldsburg. Haar adoptieouders Roel en Heidi Truyers geven haar een nieuwe naam, Imana. Zij werken in het onderwijs en bouwen een gezin met vijf kinderen op. Via een nicht komt Imana Truyers op haar achtste bij de plaatselijke atletiekclub. Lopen bekoort haar meteen, ze zal er niet meer mee ophouden. Elodie Ouedraogo en Veerle Dejaeghere zijn haar voorbeelden. 'Elodie vooral. Ook al liep zij de sprintnummers en had ik vrij snel door dat ik beter was op de lange afstand, ik herkende mezelf in haar.' Truyers' geestdrift werkt aanstekelijk. Ze zet de hele familie aan het lopen. Broers en zussen, vader en moeder, grootvader, vriendinnen. 'Blijkbaar heb ik die invloed op mensen. Door mij begint iedereen te lopen. Mijn vriend nu zelfs ook, een voetballer en dus geen grote liefhebber van duur-lopen.' Broer Yano is de enige die er snel weer mee ophoudt. Van veldlopen schakelt hij over op trailrunning. Hij heeft het gehad met rondjes lopen, wil de bergen, de rotsen, de beken in. Truyers zelf twijfelt geen moment. In haast elke jeugdcategorie behaalt ze medailles. 'Veldlopen heeft me gevormd als mens. Dankzij atletiek ben ik me zelfverzekerder gaan voelen. Het heeft ervoor gezorgd dat ik sterker in mijn schoenen sta, meer voor mezelf opkom.' Op haar twaalfde gaat er in het leven van de jonge Truyers een nieuwe deur open. Na lang speurwerk hebben haar adoptieouders ontdekt dat ze in Rwanda nog een broer en een zus heeft. Ook haar biologische vader blijkt nog in leven. 'Dat kwam zwaar aan. Tot dan zat ik de hele tijd tussen mijn familie en mijn blanke vriendinnen. Ik was helemaal niet met Afrika bezig.' Rwanda interesseert haar op dat moment niet. Integendeel. 'Als kind was ik lang angstig dat ik teruggestuurd zou worden. Toen ik vijf was, kreeg ik bijvoorbeeld een nieuw broertje, een adoptiekind uit Ethiopië. Toen hij erbij kwam, was ik ervan overtuigd dat ik in ruil terug naar Rwanda moest.' Het duurt tot 2015 voor Truyers een eerste keer naar haar geboorteland reist. Ze ontmoet er haar broer en zus. Jean-Marie en Francine. 'Hun Rwandese namen onthoud ik nooit.' Ooms en tantes ontvangen haar met open armen. Over de familiegeschiedenis willen ze helaas weinig kwijt. 'Door de genocide kijken de mensen in Rwanda anders naar het verleden dan wij. Ze willen de gruwel vergeten. Alle herinneringen proberen ze uit hun geheugen te wissen.' Haar biologische vader ontmoet Truyers niet. De man heeft een ernstig hersenletsel, na een slag van een machete tijdens de genocide. Ze durft de confrontatie niet aan. 'Er kwamen al zo veel indrukken en gevoelens op mij af, dat kon er niet meer bij. Vooral omdat hij erg onvoorspelbaar is. Door de beschadiging in zijn hersenen weet je blijkbaar nooit hoe hij zich zal gedragen.' Eind maart van dit jaar trekt Truyers een tweede keer naar Rwanda. Ze blijft er tien dagen, deze keer zonder haar adoptieouders. Met twee Belgische documentairemakers neemt ze er een korte film over haar leven op. Ze maakt een afspraak met haar vader, hij komt helaas niet opdagen. Broer Jean-Marie heeft zich inmiddels ontpopt als pater familias. Hij werkt als loodgieter en onderhoudt de hele familie, de nieuwe vrouw van zijn vader en hun kinderen incluis. Zus Francine keert na lang twijfelen terug naar haar man in Oeganda. Zijn drankzucht maakte haar de voorbije jaren het leven zuur. Zuster Maria is 91 en woont nog altijd in Kigali, in een klooster bij het Universitair Ziekenhuis. Voor Truyers is ze als een grootmoeder. Samen bezoeken ze de afdeling neonatologie waar Truyers als boreling werd verzorgd. In twintig jaar blijkt die amper veranderd. 'Het was rampzalig, ik wist niet wat ik zag. Ik vroeg me af: kan ik iets doen? Mijn adoptievader was ervoor al met kleinschalige projecten bezig. Misschien konden we dat verder uitbreiden?' Sportevenementenbureau Golazo schiet te hulp en richt Thousand Hills of Hope op, met Truyers als uithangbord. Het steunt projecten voor straat- en weeskinderen in Rwanda met sport- en spelmateriaal, medicatie en voeding, waterputten, toiletten en sportterreinen (zie ook blz. 111). 'Rwanda is geen loopland. Atletiek is er veel minder populair dan bijvoorbeeld wielrennen. Maar er staat wel een generatie klaar om het land een nieuwe drive te geven, dat voel je. Die jonge mensen wil ik helpen waar ik kan.' Via WhatsApp houdt ze contact met haar Rwandese familie. Een buur spreekt een mondje Engels en heeft een smartphone. 'Elke dag denk ik aan Rwanda, aan hoe het daar nu zou zijn. Het is tegelijk ook altijd lastig om ginder te zijn. Zij gunnen mij het leven dat ik hier in Europa leid. Ze zijn trots en oprecht blij dat ik wél de kans op een beter leven heb gehad. Maar ik denk elke keer: wat als niet ik maar mijn broer of zus op het vliegtuig naar België was gezet? Wat als ik daar was opgegroeid? Hoe zou mijn leven er dan hebben uitgezien? Ik heb alle kansen gehad, om te studeren, mijn sport te beoefenen en te werken. Mijn zus moet al haar hele leven worstelen en nog altijd heeft ze geen job. Was het bij mij ook zo gegaan?' 'Ik heb, kortom, een moeilijke zomer achter de rug. Het bezoek aan Rwanda heeft lang door mijn hoofd gespookt. Mijn motivatie was zoek en bovendien was het druk op het werk. Pas de laatste weken voel ik weer kracht in mijn lijf. Juist op tijd.' Na haar studie verpleegkunde is Truyers momenteel deeltijds aan de slag op de afdeling Orthopedie van het UZ Leuven, op de campus Pellenberg. 'Ik begeleid er een tiental kinderen. Sommigen zijn net geopereerd, anderen staan al iets verder in hun revalidatie. In hun eigen tempo leren ze opnieuw bewegen. Eerst stappen, dan lopen.' Ze heeft altijd geweten dat ze met kinderen wilde werken. 'Ik heb ongelooflijk veel geluk gehad. Het is dankzij zuster Maria en de verpleegkundigen in het Rwandese weeshuis dat ik er nog ben. Nu wil ik zelf andere kinderen helpen om hun leven weer op te bouwen. Ik wil hun een kans geven, zoals ik destijds een kans heb gekregen.' Wekelijks loopt ze minstens honderd kilometer. Het liefste alleen, soms met muziek. Beyoncé vindt ze heerlijk. Coely ook. Op het Europees kampioenschap bij de beloften werd ze vorig jaar tiende op de vijf kilometer. Ze schat zichzelf als Europese subtop in. Haar hoofddoel deze winter is de eindzege in de CrossCup. Zes manches zijn er. In Mol, Roeselare, Hannuit, Rotselaar, Brussel en dus eerst in Gent. 'In de Blaarmeersen zal ik nog niet meestrijden voor de overwinning, vermoed ik. Maar tegen midden november zou ik op topniveau moeten zijn. De tweede helft van het seizoen kom ik er meestal helemaal door.' Na de winter wil ze zich op de piste toeleggen. Ze ambieert een plek op het EK in Berlijn, op de tien kilometer. 'Vooral mentaal wordt dat een grote aanpassing. Vijfentwintig rondjes van vierhonderd meter, iets helemaal anders dan een duurloop in het bos.' 'Zitten de Olympische Spelen van Tokio in 2020 al in je hoofd?' 'O ja. Dat is het ultieme doel. Maar om dat te bereiken, zal ik mijn mantra nog dikwijls moeten herhalen.' 'Wat als het niet lukt?' 'Dan studeer ik er nog tropische geneeskunde bij, en ga ik helpen in Rwanda.'