1 juni zijn er in Vlaanderen een aantal vernieuwingen doorgevoerd in het rijexamen. Het is vreemd dat daar heisa en bezorgdheid rond is. Een examen is namelijk slechts een momentopname waarin de kandidaat aantoont dat hij de opleiding met betrekking tot het verwerken van kennis en vaardigheden op een goede manier heeft doorgemaakt. Het examen weerspiegelt de opleiding, datgene wat er geleerd moet worden.

Veilig verkeer is meer dan het kennen van regeltjes.

Voor een rijexamen lijken sommige mensen dit op een andere manier te bekijken. Waarschijnlijk omdat ze niet overtuigd zijn dat een opleiding het examen voorafgaat. Alsof iemand leert rijden in een verkeerssituatie door louter wat te oefenen op basis van de 'juiste' vragen en routes die in een examencentrum uitgestippeld worden.

Niet is minder waar. Het besturen van een motorvoertuig op een veilige manier in het huidige verkeer vergt meer vaardigheden. Al te vaak herleiden (beginnende) chauffeurs veilig verkeer tot het kennen van regeltjes en het goed kunnen manoeuvreren met een voertuig.

Wat wordt er nu eigenlijk veranderd aan het examen?

Aan het theoretische examen verandert er in feite niet zoveel. De belangrijkste verandering is de aangepaste quotering voor bepaalde ernstige overtredingen. Eigenlijk grijpen we terug naar het vroegere systeem - van voor november 2005 - waar er zoiets bestond als de '14 zware overtredingen'. Ook die kregen toen in een examen meer gewicht. Dit is logischer aangezien dergelijke overtredingen erg risicovol zijn.

In het praktijkexamen is er meer aangepast. De kandidaat moet zes manoeuvres op de openbare weg beheersen, maar zal er slechts twee effectief uitvoeren tijdens zijn examen. Deze manoeuvres zijn echte basisvaardigheden zoals omkeren, achteruit rijden en alle mogelijke parkeersituaties. Hoe meer je deze oefent, hoe beter je de manoeuvres zult beheersen.

Waarom zouden kandidaten dan schrik moeten hebben voor het examen? Het zijn geen speciale of uitzonderlijke situaties, maar dagdagelijkse zaken die je tegenkomt als je je in het verkeer begeeft.

Iedere bestuurder moet in staat zijn om zijn eigen route te bepalen.

Daarnaast zal de kandidaat een deel van de rit zelfstandig moeten afleggen. Hij krijgt een bepaalde opdracht en moet zonder hulp van de examinator zijn weg kiezen. Daarbij mag een GPS gebruikt worden. Kernidee is hier weer de reële verkeerssituatie: iedere bestuurder moet in staat zijn om zijn eigen route te bepalen.

Tenslotte bevat het examen ook een test die nagaat of de kandidaat gevaar kan herkennen binnen een reële verkeerssituatie. Het gaat dan over een fietser die wil oversteken, een auto die uit een parkeerplaats komt of een motorfiets die plots naast je rijdt. Kunnen voorspellen wat andere weggebruikers gaan doen en inschatten wat het eigen gedrag aan impact heeft, is van groot belang. Door deze vaardigheid te verwerken in het examen sluit het nieuwe examen opnieuw dichter aan bij de huidige realiteit.

Het lijkt er misschien op dat het examen in zijn nieuwe vorm moeilijker wordt door al die vaardigheden, maar eigenlijk is het de opleiding die meer aandacht vraagt. Net als bij alle opleidingen geldt het spreekwoord 'oefening baart kunst.'

Maar ongevallen worden door een veelheid van factoren veroorzaakt. Het rijexamen is slechts één van de onderdelen die een impact heeft op het rijgedrag.

Tussen het theoretische examen en het al dan niet betrokken geraken bij ongevallen is slechts een klein verband.

Onderzoek naar het verband tussen het examenresultaat en de ongevalsbetrokkenheid is afhankelijk van de betrouwbaarheid en de validiteit van het examen. Op internationaal vlak zien we in studies wisselende resultaten. Globaal genomen kunnen we stellen dat er tussen het theoretisch examen en het al dan niet betrokken geraken bij ongevallen slechts een erg klein verband is. Meestal is dan ook deze impact beperkt tot het eerste jaar. (Maag et al. , 2001.) Kennis van de regels is weliswaar een erg belangrijk element om zich in het verkeer te begeven, maar speelt eerder een ondergeschikte rol bij (letsel)ongevallen.

Inzicht in de verkeerssituatie, het onderkennen van potentiële risico's en het voorspellen van gedrag spelen een veel grotere rol. Een studie door Grayson en Jones in het Verenigd Koninkrijk uit 2008 bij beginnende bestuurders toonde een duidelijk verband aan tussen het slagen op een gevaarherkenningstest en de betrokkenheid in ongevallen.

Rijexamens zijn noodzakelijk om de minimale basiskennis en -vaardigheden vast te leggen en zo een goede opleiding aan te moedigen. Het is daarom belangrijk om regelmatig te toetsen of deze examens nog een goede weerspiegeling zijn van de verkeersrealiteit. Dit is met het vernieuwde rijexamen in Vlaanderen nu ook gebeurd.

Ludo Kluppels is verkeerspsycholoog en werkzaam bij het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.

1 juni zijn er in Vlaanderen een aantal vernieuwingen doorgevoerd in het rijexamen. Het is vreemd dat daar heisa en bezorgdheid rond is. Een examen is namelijk slechts een momentopname waarin de kandidaat aantoont dat hij de opleiding met betrekking tot het verwerken van kennis en vaardigheden op een goede manier heeft doorgemaakt. Het examen weerspiegelt de opleiding, datgene wat er geleerd moet worden.Voor een rijexamen lijken sommige mensen dit op een andere manier te bekijken. Waarschijnlijk omdat ze niet overtuigd zijn dat een opleiding het examen voorafgaat. Alsof iemand leert rijden in een verkeerssituatie door louter wat te oefenen op basis van de 'juiste' vragen en routes die in een examencentrum uitgestippeld worden.Niet is minder waar. Het besturen van een motorvoertuig op een veilige manier in het huidige verkeer vergt meer vaardigheden. Al te vaak herleiden (beginnende) chauffeurs veilig verkeer tot het kennen van regeltjes en het goed kunnen manoeuvreren met een voertuig.Aan het theoretische examen verandert er in feite niet zoveel. De belangrijkste verandering is de aangepaste quotering voor bepaalde ernstige overtredingen. Eigenlijk grijpen we terug naar het vroegere systeem - van voor november 2005 - waar er zoiets bestond als de '14 zware overtredingen'. Ook die kregen toen in een examen meer gewicht. Dit is logischer aangezien dergelijke overtredingen erg risicovol zijn.In het praktijkexamen is er meer aangepast. De kandidaat moet zes manoeuvres op de openbare weg beheersen, maar zal er slechts twee effectief uitvoeren tijdens zijn examen. Deze manoeuvres zijn echte basisvaardigheden zoals omkeren, achteruit rijden en alle mogelijke parkeersituaties. Hoe meer je deze oefent, hoe beter je de manoeuvres zult beheersen.Waarom zouden kandidaten dan schrik moeten hebben voor het examen? Het zijn geen speciale of uitzonderlijke situaties, maar dagdagelijkse zaken die je tegenkomt als je je in het verkeer begeeft.Daarnaast zal de kandidaat een deel van de rit zelfstandig moeten afleggen. Hij krijgt een bepaalde opdracht en moet zonder hulp van de examinator zijn weg kiezen. Daarbij mag een GPS gebruikt worden. Kernidee is hier weer de reële verkeerssituatie: iedere bestuurder moet in staat zijn om zijn eigen route te bepalen.Tenslotte bevat het examen ook een test die nagaat of de kandidaat gevaar kan herkennen binnen een reële verkeerssituatie. Het gaat dan over een fietser die wil oversteken, een auto die uit een parkeerplaats komt of een motorfiets die plots naast je rijdt. Kunnen voorspellen wat andere weggebruikers gaan doen en inschatten wat het eigen gedrag aan impact heeft, is van groot belang. Door deze vaardigheid te verwerken in het examen sluit het nieuwe examen opnieuw dichter aan bij de huidige realiteit.Het lijkt er misschien op dat het examen in zijn nieuwe vorm moeilijker wordt door al die vaardigheden, maar eigenlijk is het de opleiding die meer aandacht vraagt. Net als bij alle opleidingen geldt het spreekwoord 'oefening baart kunst.'Maar ongevallen worden door een veelheid van factoren veroorzaakt. Het rijexamen is slechts één van de onderdelen die een impact heeft op het rijgedrag.Onderzoek naar het verband tussen het examenresultaat en de ongevalsbetrokkenheid is afhankelijk van de betrouwbaarheid en de validiteit van het examen. Op internationaal vlak zien we in studies wisselende resultaten. Globaal genomen kunnen we stellen dat er tussen het theoretisch examen en het al dan niet betrokken geraken bij ongevallen slechts een erg klein verband is. Meestal is dan ook deze impact beperkt tot het eerste jaar. (Maag et al. , 2001.) Kennis van de regels is weliswaar een erg belangrijk element om zich in het verkeer te begeven, maar speelt eerder een ondergeschikte rol bij (letsel)ongevallen.Inzicht in de verkeerssituatie, het onderkennen van potentiële risico's en het voorspellen van gedrag spelen een veel grotere rol. Een studie door Grayson en Jones in het Verenigd Koninkrijk uit 2008 bij beginnende bestuurders toonde een duidelijk verband aan tussen het slagen op een gevaarherkenningstest en de betrokkenheid in ongevallen.Rijexamens zijn noodzakelijk om de minimale basiskennis en -vaardigheden vast te leggen en zo een goede opleiding aan te moedigen. Het is daarom belangrijk om regelmatig te toetsen of deze examens nog een goede weerspiegeling zijn van de verkeersrealiteit. Dit is met het vernieuwde rijexamen in Vlaanderen nu ook gebeurd.Ludo Kluppels is verkeerspsycholoog en werkzaam bij het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid.