Elke namiddag, behalve op zondag, rijdt Constance (92) met haar oude Mercedes van haar serviceflat naar het ontmoetingscentrum zo'n drie kilometer verderop. Daar zit ze met haar vriendinnen te buurten en te manillen tot het tijd wordt voor het avondeten. Haar man is jaren geleden al overleden en haar enige dochter woont aan de andere kant van het land. Kan ze om de een of andere reden niet naar het centrum, dan ziet ze de hele dag geen mens. Toch zeurt haar dochter bij elk bezoek over die ritjes. Dat doet ze vooral sinds de buren haar hebben verteld dat Constance tegenwoordig tergend langzaam rijdt, liefst in het midden van de straat. Komt ze aan een kruispunt, dan houdt ze halt en neemt ze uitgebreid de tijd om de situatie in te schatten. Van claxonnerende chauffeurs trekt ze zich al lang niets meer aan. Dat Constance zo gevaarlijk voorzichtig is, komt doordat ze heel goed beseft dat haar reflexen trager worden en dat ze het verkeer amper nog kan overzien. Maar dát zal ze nooit toegeven.

Veel oude mensen zijn doodsbang voor De Lijn (en terecht).

Naar aanleiding van problemen met de verplichte medische keuring voor chauffeurs van boven de 75 in Nederland vroeg een reporter van Het journaal vorige week aan Vlamingen op leeftijd of ze vonden dat ook bij ons een rijvaardigheidstest of medische keuring voor oudere bestuurders moet worden ingevoerd. 'Veel jongeren rijden veel slechter dan ouderen. En roekelozer', zei een dame. 'Wij rijden rustiger.' Dat klopt. Soms rijden ze zelfs zo rustig dat er op de snelweg een vrachtwagen over hun auto heen rijdt. De vraag is of een medische test of een rijvaardigheidsproef, die ook vaak als mogelijke oplossing naar voren wordt geschoven, soelaas kan brengen. Uit onderzoek blijkt dat zulke brede tests niet bepaald efficiënt of betrouwbaar zijn en de overheid nog handenvol geld kosten ook.

Beter zou zijn dat oudere chauffeurs uit eigen beweging stoppen met rijden als ze voelen dat het niet meer gaat. Sommigen doen dat ook, maar veel anderen blijven tegen beter weten in chaufferen tot hun kinderen de autosleutels in beslag nemen of een politierechter hun rijbewijs intrekt. Begrijpelijk ook: zonder auto kunnen de meesten zich niet meer zelfstandig verplaatsen. Het is niet voor niets dat vervoersarmoede onder bejaarden een nog groter probleem vormt dan eenzaamheid. Om te fietsen missen ze meestal de souplesse en de spierkracht en een paar keer per week een taxi nemen, is doorgaans veel te duur. Een goedkopere rit boeken bij een Minder Mobielen Centrale is dan weer voorbehouden voor mensen met een laag inkomen en kan niet overal in Vlaanderen.

Vervoersarmoede vormt onder bejaarden een nog een groter probleem dan eenzaamheid.

Het openbaar vervoer dan maar? Dat zou je denken. Maar in de praktijk willen veel tachtigplussers daar niet van weten. Onbetrouwbaar, vuil en onveilig vinden ze het. Bovendien zijn veel haltes totaal niet aangepast aan mensen met stramme ledematen en rijden er nog altijd te veel trams en bussen rond waar ze maar moeizaam op geraken. Door de hoge opstap, bijvoorbeeld, maar ook doordat de deuropening te nauw is voor een rollator. Slagen ze erin om op te stappen, dan geeft de chauffeur vaak meteen weer gas. Oudere mensen missen meestal de soepelheid om door het gangpad van een rijdende bus te stappen tot ze een zitje hebben gevonden. Geen wonder dat er geregeld iemand zijn evenwicht verliest en valt. Het is vooral daardoor dat veel tachtigplussers naar eigen zeggen doodsbang zijn van de bussen en trams van De Lijn. Openbaar vervoer op maat van ouderen betekent dus ook dat de dienstregelingen de chauffeurs genoeg ruimte laten om te wachten tot alle passagiers zijn gaan zitten.

Dat zoveel tachtigers en negentigers koppig blijven autorijden als dat eigenlijk niet meer verantwoord is, komt dus voor een groot stuk doordat er geen alternatief is. Het is rijden of thuiszitten. Voor we pleiten voor medische keuringen en rijvaardigheidstests om kwakkelende chauffeurs op leeftijd van de weg te halen, zouden we beter eens nadenken hoe ze dan nog naar de kapper, de dokter, het seniorencentrum of de internetcursus geraken. Zo moeilijk is dat niet. Je zou zelfs denken dat het tot de taak van een openbare vervoersmaatschappij behoort om ervoor te zorgen dat iedereen met de bus of tram kan reizen. Dat zou handenvol geld kosten, zegt u? Klopt. Maar veilige wegen en oude mensen die zowaar deel kunnen uitmaken van het maatschappelijk leven mogen wel een cent kosten, niet?

Elke namiddag, behalve op zondag, rijdt Constance (92) met haar oude Mercedes van haar serviceflat naar het ontmoetingscentrum zo'n drie kilometer verderop. Daar zit ze met haar vriendinnen te buurten en te manillen tot het tijd wordt voor het avondeten. Haar man is jaren geleden al overleden en haar enige dochter woont aan de andere kant van het land. Kan ze om de een of andere reden niet naar het centrum, dan ziet ze de hele dag geen mens. Toch zeurt haar dochter bij elk bezoek over die ritjes. Dat doet ze vooral sinds de buren haar hebben verteld dat Constance tegenwoordig tergend langzaam rijdt, liefst in het midden van de straat. Komt ze aan een kruispunt, dan houdt ze halt en neemt ze uitgebreid de tijd om de situatie in te schatten. Van claxonnerende chauffeurs trekt ze zich al lang niets meer aan. Dat Constance zo gevaarlijk voorzichtig is, komt doordat ze heel goed beseft dat haar reflexen trager worden en dat ze het verkeer amper nog kan overzien. Maar dát zal ze nooit toegeven.Naar aanleiding van problemen met de verplichte medische keuring voor chauffeurs van boven de 75 in Nederland vroeg een reporter van Het journaal vorige week aan Vlamingen op leeftijd of ze vonden dat ook bij ons een rijvaardigheidstest of medische keuring voor oudere bestuurders moet worden ingevoerd. 'Veel jongeren rijden veel slechter dan ouderen. En roekelozer', zei een dame. 'Wij rijden rustiger.' Dat klopt. Soms rijden ze zelfs zo rustig dat er op de snelweg een vrachtwagen over hun auto heen rijdt. De vraag is of een medische test of een rijvaardigheidsproef, die ook vaak als mogelijke oplossing naar voren wordt geschoven, soelaas kan brengen. Uit onderzoek blijkt dat zulke brede tests niet bepaald efficiënt of betrouwbaar zijn en de overheid nog handenvol geld kosten ook. Beter zou zijn dat oudere chauffeurs uit eigen beweging stoppen met rijden als ze voelen dat het niet meer gaat. Sommigen doen dat ook, maar veel anderen blijven tegen beter weten in chaufferen tot hun kinderen de autosleutels in beslag nemen of een politierechter hun rijbewijs intrekt. Begrijpelijk ook: zonder auto kunnen de meesten zich niet meer zelfstandig verplaatsen. Het is niet voor niets dat vervoersarmoede onder bejaarden een nog groter probleem vormt dan eenzaamheid. Om te fietsen missen ze meestal de souplesse en de spierkracht en een paar keer per week een taxi nemen, is doorgaans veel te duur. Een goedkopere rit boeken bij een Minder Mobielen Centrale is dan weer voorbehouden voor mensen met een laag inkomen en kan niet overal in Vlaanderen.Het openbaar vervoer dan maar? Dat zou je denken. Maar in de praktijk willen veel tachtigplussers daar niet van weten. Onbetrouwbaar, vuil en onveilig vinden ze het. Bovendien zijn veel haltes totaal niet aangepast aan mensen met stramme ledematen en rijden er nog altijd te veel trams en bussen rond waar ze maar moeizaam op geraken. Door de hoge opstap, bijvoorbeeld, maar ook doordat de deuropening te nauw is voor een rollator. Slagen ze erin om op te stappen, dan geeft de chauffeur vaak meteen weer gas. Oudere mensen missen meestal de soepelheid om door het gangpad van een rijdende bus te stappen tot ze een zitje hebben gevonden. Geen wonder dat er geregeld iemand zijn evenwicht verliest en valt. Het is vooral daardoor dat veel tachtigplussers naar eigen zeggen doodsbang zijn van de bussen en trams van De Lijn. Openbaar vervoer op maat van ouderen betekent dus ook dat de dienstregelingen de chauffeurs genoeg ruimte laten om te wachten tot alle passagiers zijn gaan zitten.Dat zoveel tachtigers en negentigers koppig blijven autorijden als dat eigenlijk niet meer verantwoord is, komt dus voor een groot stuk doordat er geen alternatief is. Het is rijden of thuiszitten. Voor we pleiten voor medische keuringen en rijvaardigheidstests om kwakkelende chauffeurs op leeftijd van de weg te halen, zouden we beter eens nadenken hoe ze dan nog naar de kapper, de dokter, het seniorencentrum of de internetcursus geraken. Zo moeilijk is dat niet. Je zou zelfs denken dat het tot de taak van een openbare vervoersmaatschappij behoort om ervoor te zorgen dat iedereen met de bus of tram kan reizen. Dat zou handenvol geld kosten, zegt u? Klopt. Maar veilige wegen en oude mensen die zowaar deel kunnen uitmaken van het maatschappelijk leven mogen wel een cent kosten, niet?