In de absolute slotseconden van Beerschot-KV Mechelen legde Ferdy Druijf de 1-2 eindstand vast. Het doelpunt van de Nederlandse invaller had weliswaar niet mogen tellen, want op beelden van de analysesoftware Hudl - die alle clubs ter beschikking hebben - was duidelijk buitenspel waar te nemen. Rob Schoofs, de man van de assist voor Druijf, vertrok vanuit buitenspelpositie. Bij Beerschot waren ze furieus. In zijn wekelijkse analyse van de VAR-prestaties legt De Bleeckere uit dat de VAR in het busje bij Beerschot niet beschikte over die beelden van Hudl. "Om een buitenspelpositie te beoordelen, moet de VAR beschikken over een volledig beeld waarop het vertrek van de bal en de positie van de spelers op dat moment te zien is. De VAR moet de beschikbare beelden gebruiken, maar op geen enkel camerastandpunt kon hij de buitenspelpositie beoordelen. Er was gewoonweg geen totaalbeeld of volledig beeld van de situatie beschikbaar", aldus De Bleeckere. Een video van het Referee Department bewijst dat de vier beschikbare camerastandpunten niet bruikbaar zijn voor de VAR, omdat er telkens minstens één cruciale speler van het beeld gesneden wordt. "In overeenstemming met het VAR-protocol en aangezien er geen bewijs was dat de assistent-scheidsrechter een 'duidelijke en voor de hand liggende fout' had gemaakt, werd de beslissing van het arbitrageteam gevolgd en werd het doelpunt goedgekeurd", besloot De Bleeckere. (Belga)

In de absolute slotseconden van Beerschot-KV Mechelen legde Ferdy Druijf de 1-2 eindstand vast. Het doelpunt van de Nederlandse invaller had weliswaar niet mogen tellen, want op beelden van de analysesoftware Hudl - die alle clubs ter beschikking hebben - was duidelijk buitenspel waar te nemen. Rob Schoofs, de man van de assist voor Druijf, vertrok vanuit buitenspelpositie. Bij Beerschot waren ze furieus. In zijn wekelijkse analyse van de VAR-prestaties legt De Bleeckere uit dat de VAR in het busje bij Beerschot niet beschikte over die beelden van Hudl. "Om een buitenspelpositie te beoordelen, moet de VAR beschikken over een volledig beeld waarop het vertrek van de bal en de positie van de spelers op dat moment te zien is. De VAR moet de beschikbare beelden gebruiken, maar op geen enkel camerastandpunt kon hij de buitenspelpositie beoordelen. Er was gewoonweg geen totaalbeeld of volledig beeld van de situatie beschikbaar", aldus De Bleeckere. Een video van het Referee Department bewijst dat de vier beschikbare camerastandpunten niet bruikbaar zijn voor de VAR, omdat er telkens minstens één cruciale speler van het beeld gesneden wordt. "In overeenstemming met het VAR-protocol en aangezien er geen bewijs was dat de assistent-scheidsrechter een 'duidelijke en voor de hand liggende fout' had gemaakt, werd de beslissing van het arbitrageteam gevolgd en werd het doelpunt goedgekeurd", besloot De Bleeckere. (Belga)