Boetina werd gelinkt aan de wapenlobby National Rifle Association (NRA). De wapenrechtenactiviste smeedde volgens de Amerikanen banden met de NRA om de agenda van het Kremlin te bevorderen en werkte met mensen samen die betrokken waren bij de presidentiële verkiezingscampagne van 2016. Eind 2018 pleitte ze voor een Amerikaanse federale rechtbank schuldig en gaf ze toe conservatieve politieke kringen in de VS te hebben proberen infiltreren om er de Russische belangen te promoten, voor en na de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016. De Russen beschuldigden de VS er daarop van Boetina te hebben gedwongen tot de bekentenis van een misdrijf dat ze "hoogstwaarschijnlijk" niet heeft gepleegd. Boetina zelf zei voorts op eigen houtje te hebben gehandeld en geen spionne te zijn in opdracht van Rusland. Ze gaf toe dat ze zich niet als een buitenlandse agente had laten registeren, omdat ze de wet niet kende, en benadrukte dat ze enkel betere betrekkingen nastreefde tussen beide landen. (Belga)