Museum Folkwang in Essen viert dit jaar zijn honderdste verjaardag in het gezelschap van Renoir, Monet, Gauguin en andere meesters van het laat-impressionisme. De expo Beelden van een drijvende wereld laat de eigen topcollectie, met ook werken van Van Gogh, Signac, Manet, Rodin en Cézanne, in dialoog treden met die van het Nationaal Museum voor Westerse Kunst van Tokio, die voor het eerst sinds de jaren vijftig op zo'n grote schaal Europa aandoet. Samen vormen ze een zinnenprikkelende who's who van het opkomende Franse modernisme. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de visionaire verzamelaars museumoprichter Karl Ernst Osthaus en de Japanse scheepsbouwer Kojiro Matsukata. Later dit jaar volgt nog een grote tentoonstelling rond de Duitse expressionisten, waarmee Museum Folkwang, dat in 2010 werd hertekend door de Britse toparchitect David Chipperfield, altijd al een bewogen relatie had. Al was het maar omdat de nazi's er in de jaren 1930 honderden werken in beslag namen die in hun ogen 'entartete Kunst' waren. Of hoe Oost en West, impressionisme en expressionisme, kunst en geschiedenis elkaar ontmoeten aan de Ruhr, in wat ooit 'het mooiste museum ter wereld' werd gedoopt.
...

Museum Folkwang in Essen viert dit jaar zijn honderdste verjaardag in het gezelschap van Renoir, Monet, Gauguin en andere meesters van het laat-impressionisme. De expo Beelden van een drijvende wereld laat de eigen topcollectie, met ook werken van Van Gogh, Signac, Manet, Rodin en Cézanne, in dialoog treden met die van het Nationaal Museum voor Westerse Kunst van Tokio, die voor het eerst sinds de jaren vijftig op zo'n grote schaal Europa aandoet. Samen vormen ze een zinnenprikkelende who's who van het opkomende Franse modernisme. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de visionaire verzamelaars museumoprichter Karl Ernst Osthaus en de Japanse scheepsbouwer Kojiro Matsukata. Later dit jaar volgt nog een grote tentoonstelling rond de Duitse expressionisten, waarmee Museum Folkwang, dat in 2010 werd hertekend door de Britse toparchitect David Chipperfield, altijd al een bewogen relatie had. Al was het maar omdat de nazi's er in de jaren 1930 honderden werken in beslag namen die in hun ogen 'entartete Kunst' waren. Of hoe Oost en West, impressionisme en expressionisme, kunst en geschiedenis elkaar ontmoeten aan de Ruhr, in wat ooit 'het mooiste museum ter wereld' werd gedoopt. In het kader van Europalia Trains and Tracks, dat meer dan 70 projecten omvat, loopt in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel nog tot 13 februari Sporen van moderniteit. De expo zoomt in op de impact van de trein, en vertelt hoe kunstenaars gehypnotiseerd werden door de snelheid, de kracht en de schoonheid van de machine. Vanaf 18 februari neemt in Bozar ook zelfverklaard sofareiziger Rinus Van de Velde u mee op zijn 'innerlijke reizen' met de trein als metafoor, goed voor een trip naar zijn parallelle universum vol exotische avonturen en fictieve ontmoetingen met figuren uit de kunstgeschiedenis. Er zijn nieuwe houtskooltekeningen, sculpturen en installaties, en Van de Velde stelt er ook zijn nieuwste film voor. Het fantasievolle geheel, waarin hij zelf vaak figureert en dat een soort ingebeelde autobiografie vormt, wordt geconfronteerd met een selectie werken van moderne en hedendaagse kunstenaars zoals Pierre Bonnard, Joseph Cornell, Fischli/Weiss, Joan Mitchell, Claude Monet en Monster Chetwynd. Een visuele ontdekkingsreis op multimediale sporen tussen toen en nu, het persoonlijke en het universele. Niet alleen Rinus Van de Velde is een geboren verhalenverteller die gretig de kunstgeschiedenis induikt om zijn fantasie los te laten op vergeelde anekdotes, tradities, folklore, symbolen, emblemen, motieven en beelden. Hetzelfde geldt voor Kasper Bosmans. De jonge Belgische kunstenaar maakte de voorbije jaren furore met zijn Legendes, beschilderde houten paneeltjes die formele tradities als heraldiek of boekverluchting koppelen aan een beeldtaal ontleend aan kinderboeken of digitale logo's. Zijn tentoonstelling in Wiels, met meerdere nieuwe werken in brons, email, glas en zand, draagt de titel Husbandry, een term die verwijst naar landbouw en veeteelt. Bosmans, die de geschiedenis bij voorkeur 'vanuit de keuken bekijkt', reflecteert onder meer over de zorg voor dieren en het 'in cultuur brengen' van gewassen, thema's die zich op het snijvlak van natuur en fictie bevinden. Tussen alle referenties door weeft hij dit keer ook een 'roze draad', met tal van speelse en/of dubbelzinnige verwijzingen naar de queercultuur. Een reis langs uitgebalanceerde composities waarin vorm en inhoud, heden en verleden in elkaar klikken. 'Ik ben Sissi niet. Ik ben het nooit geweest.' Dat zei Romy Schneider vlak voor haar veel te vroege dood op haar 43e, goed wetend dat ze altijd vereenzelvigd zou worden met de Oostenrijkse koekendozenkeizerin, een rol die ze vier keer hernam. Het leven van de Duits-Franse actrice, die werkte met grote cineasten zoals Luchino Visconti, Orson Welles en Claude Sautet, was allesbehalve een sprookje. Drank, drugs, ongelukkige huwelijken, een miskraam, haar tienerzoon die werd gespietst op een hek: weinig ellende bleef haar bespaard. En dan was er nog haar relatie met Alain Delon, met wie Schneider een poos het koningskoppel van de Europese cinema vormde, tot de Franse filmgod haar ijskoud dumpte. Veertig jaar na haar tragische einde - officieel een hartaanval, een overdosis slaappillen volgens de boulevardbladen - viert de Cinemathèque française haar met een expo over haar turbulente leven en capricieuze carrière. Stills, posters, attributen en fragmenten benadrukken haar schoonheid en talent, maar ook haar moed om te breken met het naziverleden van haar ouders, of om haar naam toe te voegen aan een lijst van honderd vrouwen die een zwangerschap met opzet afbraken om de legalisering van abortus te eisen. In maart is het 150 jaar geleden dat Piet Mondriaan ter wereld kwam. Die verjaardag kan Kunstmuseum Den Haag niet zomaar laten voorbijgaan, aangezien het met ruim 300 werken over 's werelds grootste collectie Mondriaans beschikt. Een jubileumtentoonstelling laat zien hoe het Hollandse genie zich bewoog tussen zijn vrienden van de kunstbeweging De Stijl, en hoe hij vele kunstenaars na hem heeft bewogen. Het uitgangspunt is de vraag hoe het museum de collectie heeft uitgebouwd en tot op de dag van vandaag beheert. Daarbij passeren niet alleen tijd- en/of Stijlgenoten als Theo van Doesburg en Gerrit Rietveld de revue, maar ook Bridget Riley, Fred Sandback, Rob van Koningsbruggen, Bob Bonies, Isa Genzken en Remy Jungerman, hedendaagse kunstenaars die illustreren dat het netwerk van Mondriaan vertakkingen heeft tot in het hier en nu. Voor wie niet genoeg krijgt van 's mans speelse lijnen- en kleurenspel: ook de Fondation Beyeler in het Zwitserse Bazel eert de Nederlandse avant-gardist met een uitgebreid retrospectief (van 5 juni t.e.m. 9 oktober). Ja, Carmen is de operablockbuster bij uitstek. Maar dat hebben we toch verdiend, na al die tijd? En hebben we niet ook behoefte aan wat therapie? Dmitri Tsjerniakov ensceneert Carmen als een groepstherapeutische sessie in een hyperrealistisch decor. Op aanstoken van zijn echtgenote moet Don José in een rollenspel zijn door al te veel tijdverlies op sociale media afgestorven gevoelens terugvinden door in te gaan op de avances van Carmen. Met fatale afloop, dat weten we uit de opera. Of toch niet? De regisseur/therapeut heeft voor het einde nog een verrassing in petto. Uiteraard moest Tsjerniakov de dialogen herschrijven om tot dit resultaat te komen, maar dat is een verademing. Net zoals - eindelijk - een Carmen zonder zigeuners, stierenvechters en andere Spaanse folklore, maar met geweld, passie en psychologische manipulatie. De partituur blijft overigens intact. Je krijgt zelfs sommige vaak gecoupeerde scènes te horen. Een bijzonder geslaagde actualisering van het schoolvoorbeeld van de realistische opera. We kennen John Zorn als prodigieus saxofonist (in alle genres) en Barbara Hannigan de laatste tijd almaar meer als dirigente. Maar allebei hebben ze nog wat meer in hun mars. Op een buitengewoon concert in De Singel zal Hannigan nog eens haar sopraanstem laten horen. Samen met de jonge tenor Charles Sy brengt zij de kleine cantate La mort du nombre van Olivier Messiaen. Pianist Stephen Gosling en violiste Lorraine Campet spelen nog twee stukken van Messiaen. Maar voor het hoogtepunt van de avond zorgen waarschijnlijk twee werken van Zorn, naast jazzmuzikant ook een bijzonder productief componist. Over de liedcyclus Jumalattaret heeft Hannigan ooit gezegd dat die 'alles veranderd had'. Voor haar of voor de wereld? Dat belooft voor Split the Lark, de nieuwe cyclus die Zorn speciaal voor Hannigan schreef op teksten van Emily Dickinson en die in Antwerpen in wereldpremière gaat. 'Splijt de leeuwerik en je vindt de muziek', zegt het gedicht: de geniale gedachte van een onderzoekende geest. Verwacht een revelatie. Je hoort de laatste tijd veel - misschien wel iets te veel - over identiteit. Daniel Barenboim is Argentijn en Israëlier, Palestijn en Spanjaard maar omschrijft zichzelf als 'spinozist'. Zijn engagement voor de mensenrechten en de rechten van het Palestijnse volk zijn bekend. Conservatieve Israëli's verweten hem een Jodenhater en antisemiet te zijn, terwijl Arabische media hem een zionist noemden. In 1999 richtten Barenboim en de Palestijns-Amerikaanse intellectueel Edward Said samen het West-Eastern Divan Orchestra op, een groep jonge musici uit Israël, de Palestijnse gebieden en verschillende Arabische landen. Hun doel: samen studeren, optreden en wederzijdse reflectie en begrip bevorderen. Kijk, zo iemand heeft recht van spreken over identiteit. Met zijn orkest brengt hij passend werk. Bedrich Smetana's symfonische cyclus Mijn vaderland is een unicum in de Europese muziek: hij bezingt tegelijk liefdevol en genadeloos een verloren Bohemen en raakt daarbij aan moeilijke thema's zoals de relatie tussen politiek en religie, het samenleven van Duitsers en Tsjechen en zelfs het matriarchaat. En dat met puur muzikale middelen, die recht naar het hart gaan. Er zijn weinig symfonieorkesten die met zo veel plezier musiceren als het Budapest Festival Orchestra. En er is geen enkele dirigent die ernst en geestigheid, kennis en fantasie, techniek en vrijheid, traditie en vernieuwing zo verenigt als de bezieler ervan, Iván Fischer. Wie hem ziet dirigeren, meent soms Wilhelm Furtwängler te zien, en een moment later Leonard Bernstein of Nikolaus Harnoncourt. Maar op het minifestival dat hij met zijn orkest in Brugge biedt, krijgen we die andere dirigerende legende, Gustav Mahler, te horen. Fischer heeft al bewezen dat hij de meest inventieve Mahlerdirigent van het ogenblik is. Voor hem is diens vierde symfonie een aaneenschakeling van bovenmenselijke momenten. 'Dromen van engelen, sprookjes, angst en zuivere liefde tot God', noemt hij ze. En het 'hemelse leven' in de laatste beweging is als een moeder die haar kind troost. Fischer koppelt die symfonie met het tweede pianoconcerto van Liszt. Dat is spek voor de bek van dé pianorevelatie van de laatste jaren, de Fransman Alexandre Kantorow, die een dag tevoren ook Beethovens vierde pianoconcert mag verdedigen tegen Mahlers even lyrische eerste symfonie. Naar de opera gaan is één ding, de creatie van een nieuwe opera meemaken een heel ander. De verwondering over het radicaal nieuwe, de vreugde om het genoten privilege: dat alles vloeit voort uit het unieke van de belevenis. Nog sterker is dat gevoel als het gaat om een opera die niet alleen qua muzikale taal maar ook qua inhoud consequent hedendaags wil zijn. De bekeerlinge van Stefan Hertmans mag dan een historische roman over de kruistochten zijn, het onderwerp - de verscheurdheid tussen geloof en liefde, mensen die ten onder gaan aan religieus geweld - is zeker ook van deze tijd, pakweg in Palestina of Molenbeek. Of Antwerpen: het stuk vraagt behalve om solisten, een opera- en kinderkoor en een kinderorkest ook om een, ongetwijfeld divers bezet, stadskoor. Hoe Wim Henderickx samen met zijn librettist Krystian Lada de brug slaat tussen verleden en heden, tussen christendom en jodendom, tussen allerlei - ook muzikale - werelden: dat wordt wellicht de ontdekking van het seizoen. Beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck staat in voor regie, decor en kostuumontwerp.