'31.158 van de 193.638 personeelsleden uit het onderwijs hebben vandaag gestaakt'. Dat blijkt uit de voorlopige cijfers van de onderwijsadministratie. Het gaat dus om 16 procent van de leerkrachten.

Er werd voornamelijk in het basisonderwijs en het secundair gestaakt, met respectievelijk 16.500 en 10.470 stakers. De cijfers zijn nog voorlopig, zo laat de administratie weten, omdat scholen die gesloten waren hun gegevens nog niet aan de administratie hebben bezorgd. Een aantal gegevens moet ook nog verwerkt worden. Opvallend is dat deze cijfers, ook al zijn ze voorlopig, een heel stuk lager liggen dan de inschattingen van de stakingsbereidheid bij het personeel die de vakbonden tot nog toe hebben gemaakt. Zo zei het COV (Christelijk Onderwijzersverbond) dat zes op de tien leerkrachten in het kleuter- en basisonderwijs staakte.

Ook Marnix Heyndrickx van VSOA Onderwijs sprak eerder op de dag van een sterk signaal dat door de Vlaamse onderwijswereld wordt afgegeven.

De laatste keer dat er echt in het onderwijs werd gestaakt dateert van 25 en 26 januari 2001. 'Men legde twee achtereenvolgende dagen het werk neer, toen ook al tegen de te hoge werkdruk en te weinig omkadering', herinnert Heyndrickx zich. 'Eind 2014 werd er sterk gemobiliseerd om te manifesteren tegen de golf van besparingsmaatregelen door de federale regering.'

'Voor mij mag het M-decreet evolueren naar een begeleidingsdecreet, zodat een kind persoonsvolgende ondersteuning krijgt op maat van zijn behoefte.' Dat zei Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) woensdag in een actualiteitsdebat over de lerarenstaking in het Vlaams Parlement.

Veel Vlaamse scholen blijven woensdag dicht, of voorzien in noodopvang, als gevolg van de grootste onderwijsstaking in achttien jaar. De leraren leggen het werk neer om te eisen dat de volgende regering meer investeert in onderwijs. Ze protesteren ook tegen de overlast aan administratieve verplichtingen en tegen de uitwerking van het M-decreet.

Dat had tot doel zoveel mogelijk leerlingen met een bijzondere zorgnood in het reguliere onderwijs te krijgen, maar er is volgens de leerkrachten te weinig begeleiding. De leerlingen met een zorgnood in het gewoon onderwijs worden begeleid door ondersteuningsnetwerken. Dat zijn samenwerkingen tussen scholen uit het gewoon onderwijs met scholen uit het buitengewoon onderwijs en de CLB's. Het geld voor die netwerken wordt voor 70 procent toegekend op basis van het totale aantal leerlingen op de scholen voor gewoon onderwijs in het netwerk en voor 30 procent op basis van het gemiddelde aantal leerlingen met een zorgnood.

Voor Crevits mag dat evolueren naar een persoonsvolgende ondersteuning. 'Zo kan een kind dat uit het buitengewoon onderwijs komt ook echt rekenen op ondersteuning. Zo is het geen last meer voor de leerkracht, maar kan het in tegendeel een extra rijkdom brengen voor de school.' Crevits pleitte in het debat opnieuw voor een betere financiering van het kleuter- en het lager onderwijs in de volgende legislatuur. 'Geef mij nu eens één objectieve reden waarom een kind in het zesde leerjaar 2.000 euro minder zou moeten krijgen dan een kind in het eerste jaar middelbaar', vroeg ze.

De sociale partners berekenden vorig jaar dat een herfinanciering van het lager onderwijs jaarlijks 1,8 miljard euro zou moeten bedragen. Dat is voor de meeste partijen een brug te ver. 'Er moet geïnvesteerd worden, maar het zal geen 1,8 miljard euro zijn', waarschuwde Jo De Ro van Open Vld. 'Ook wij zien niet waar we dat bedrag zouden moeten halen', zei Koen Daniëls van N-VA.

Volgens SP.A verzaakt de regering aan haar opdracht als ze een herfinanciering uitstelt tot de volgende legislatuur. 'Deze regering had twee zaken centraal moeten stellen: het lerarenloopbaanpact en extra middelen. Deze coalitie zadelt het onderwijs op met een investeringsachterstand', zei Caroline Gennez.

Volgens Elisabeth Meuleman (Groen) is N-VA de mol in de regering, die verhindert dat er nu al zaken worden vastgelegd. Jo De Ro nodigde alle partijen van meerderheid en oppositie uit om in deze laatste weken van de legislatuur toch nog te proberen samen een antwoord te formuleren op de verzuchtingen van de vakbonden. Volgens Chris Janssens (Vlaams Belang) mag dan ook de migratiepolitiek niet uit het oog worden verloren. 'Want de draagkracht van het onderwijspersoneel wordt ook op de proef gesteld door de instroom van steeds meer anderstalige leerlingen', vond hij.

'31.158 van de 193.638 personeelsleden uit het onderwijs hebben vandaag gestaakt'. Dat blijkt uit de voorlopige cijfers van de onderwijsadministratie. Het gaat dus om 16 procent van de leerkrachten. Er werd voornamelijk in het basisonderwijs en het secundair gestaakt, met respectievelijk 16.500 en 10.470 stakers. De cijfers zijn nog voorlopig, zo laat de administratie weten, omdat scholen die gesloten waren hun gegevens nog niet aan de administratie hebben bezorgd. Een aantal gegevens moet ook nog verwerkt worden. Opvallend is dat deze cijfers, ook al zijn ze voorlopig, een heel stuk lager liggen dan de inschattingen van de stakingsbereidheid bij het personeel die de vakbonden tot nog toe hebben gemaakt. Zo zei het COV (Christelijk Onderwijzersverbond) dat zes op de tien leerkrachten in het kleuter- en basisonderwijs staakte.Ook Marnix Heyndrickx van VSOA Onderwijs sprak eerder op de dag van een sterk signaal dat door de Vlaamse onderwijswereld wordt afgegeven. De laatste keer dat er echt in het onderwijs werd gestaakt dateert van 25 en 26 januari 2001. 'Men legde twee achtereenvolgende dagen het werk neer, toen ook al tegen de te hoge werkdruk en te weinig omkadering', herinnert Heyndrickx zich. 'Eind 2014 werd er sterk gemobiliseerd om te manifesteren tegen de golf van besparingsmaatregelen door de federale regering.' 'Voor mij mag het M-decreet evolueren naar een begeleidingsdecreet, zodat een kind persoonsvolgende ondersteuning krijgt op maat van zijn behoefte.' Dat zei Onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) woensdag in een actualiteitsdebat over de lerarenstaking in het Vlaams Parlement.Veel Vlaamse scholen blijven woensdag dicht, of voorzien in noodopvang, als gevolg van de grootste onderwijsstaking in achttien jaar. De leraren leggen het werk neer om te eisen dat de volgende regering meer investeert in onderwijs. Ze protesteren ook tegen de overlast aan administratieve verplichtingen en tegen de uitwerking van het M-decreet. Dat had tot doel zoveel mogelijk leerlingen met een bijzondere zorgnood in het reguliere onderwijs te krijgen, maar er is volgens de leerkrachten te weinig begeleiding. De leerlingen met een zorgnood in het gewoon onderwijs worden begeleid door ondersteuningsnetwerken. Dat zijn samenwerkingen tussen scholen uit het gewoon onderwijs met scholen uit het buitengewoon onderwijs en de CLB's. Het geld voor die netwerken wordt voor 70 procent toegekend op basis van het totale aantal leerlingen op de scholen voor gewoon onderwijs in het netwerk en voor 30 procent op basis van het gemiddelde aantal leerlingen met een zorgnood. Voor Crevits mag dat evolueren naar een persoonsvolgende ondersteuning. 'Zo kan een kind dat uit het buitengewoon onderwijs komt ook echt rekenen op ondersteuning. Zo is het geen last meer voor de leerkracht, maar kan het in tegendeel een extra rijkdom brengen voor de school.' Crevits pleitte in het debat opnieuw voor een betere financiering van het kleuter- en het lager onderwijs in de volgende legislatuur. 'Geef mij nu eens één objectieve reden waarom een kind in het zesde leerjaar 2.000 euro minder zou moeten krijgen dan een kind in het eerste jaar middelbaar', vroeg ze. De sociale partners berekenden vorig jaar dat een herfinanciering van het lager onderwijs jaarlijks 1,8 miljard euro zou moeten bedragen. Dat is voor de meeste partijen een brug te ver. 'Er moet geïnvesteerd worden, maar het zal geen 1,8 miljard euro zijn', waarschuwde Jo De Ro van Open Vld. 'Ook wij zien niet waar we dat bedrag zouden moeten halen', zei Koen Daniëls van N-VA. Volgens SP.A verzaakt de regering aan haar opdracht als ze een herfinanciering uitstelt tot de volgende legislatuur. 'Deze regering had twee zaken centraal moeten stellen: het lerarenloopbaanpact en extra middelen. Deze coalitie zadelt het onderwijs op met een investeringsachterstand', zei Caroline Gennez. Volgens Elisabeth Meuleman (Groen) is N-VA de mol in de regering, die verhindert dat er nu al zaken worden vastgelegd. Jo De Ro nodigde alle partijen van meerderheid en oppositie uit om in deze laatste weken van de legislatuur toch nog te proberen samen een antwoord te formuleren op de verzuchtingen van de vakbonden. Volgens Chris Janssens (Vlaams Belang) mag dan ook de migratiepolitiek niet uit het oog worden verloren. 'Want de draagkracht van het onderwijspersoneel wordt ook op de proef gesteld door de instroom van steeds meer anderstalige leerlingen', vond hij.