Het is de vakbonden en werkgeversorganisaties niet gelukt om te bepalen welke 'zware beroepen' uitgezonderd worden van een verhoging van de pensioenleeftijd. Na twee jaar gesteggel over wat wel en niet valt onder zwaar werk, zijn ze terug bij af en zal de minister zelf beslissen. De sociale partners staan politiek steeds meer buitenspel.

In 2030 gaat de pensioenleeftijd naar 67, maar niet iedereen houdt het vol om zo lang door te werken. De bedoeling is dat mensen met 'zware beroepen' een uitzonderingspositie krijgen en eerder met pensioen mogen. Maar wat precies een zwaar beroep is, is niet duidelijk. De vakbonden en werkgeversorganisaties kregen van minister Daniel Bacquelaine van pensioenen de opdracht om dat samen uit te zoeken. Eind 2016 bereikten ze een akkoord over vier hoofdcategorieën voor zwaar werk: de fysieke zwaarte van de job, de mentale of emotionele druk, het veiligheidsrisico en de werkorganisatie.

Gebrekkige communicatie

Vakbonden hebben zichzelf in de vingers gesneden met geruzie over zwaar werk

Kaja Verbeke en Stef Arends, Apache

Na het formuleren van de vier hoofdcategorieën was de volgende stap voor de vakbonden en werkgeversorganisaties om specifieke criteria te formuleren waaraan de zwaarte van een beroep getoetst kan worden. Daar liep het mis. De vakbonden presenteerden een lijst van tachtig subcriteria.

Dat deden ze direct in de pers, zonder overleg met de werkgevers. Volgens de lijst van de bonden mochten bijvoorbeeld nachtarbeiders of mensen die werken met asbest en gevaarlijke stoffen vroeger met pensioen. Maar ook een statische zithouding tijdens het werken, geen loopbaanzekerheid of werk waarbij het ritme van een machine niet gewijzigd kan worden zou tellen als zwaar.

Unizo en VBO bliezen daarop het overleg af. Ze waren gepikeerd over de stijl van communicatie via de media, en vonden de opgelijste criteria bovendien veel te vaag. Volgens hen zou met deze maatstaven eenieder een zwaar beroep hebben.

De vakbonden verweten de werkgeversorganisaties op hun beurt een passieve houding en beweerden dat de werkgevers simpelweg afwachtten tot de minister de zaak overnam. De werkgevers zouden er volgens hen op vertrouwen dat Bacquelaine hun belangen toch wel zou behartigen. Door het overleg te saboteren zouden ze buiten de vakbonden om hun zin proberen te krijgen.

Slecht op de hoogte

Wat opvalt is de onduidelijkheid van beide partijen over zowel hun eigen standpunten als die van elkaar. De vakbonden beweren dat de werkgevers 'enkel nachtwerk' erkennen als zwaar werk, maar VBO en Unizo gaven desgevraagd juist aan ook bereid te zijn naar andere criteria te kijken: 'Bijvoorbeeld 'werken in slechte weersomstandigheden' kun je controleren, maar zaken als "mentale stress" niet', aldus een woordvoerder van het VBO.

De werkgevers willen dus wel verder kijken dan enkel nachtwerk, maar mentaal zwaar werk als 'zwaar' classificeren gaat ze te ver. Dit terwijl eind 2016 nog overeengekomen was dat mentaal zwaar werk wel degelijk als een van de vier basiscriteria meegenomen zou worden. De werkgeversorganisaties lijken dus terug te krabbelen van hun oorspronkelijke toezeggingen. Volgens het VBO is echter nooit ingestemd met die vier basiscriteria, maar is enkel afgesproken 'dat ze als basis kunnen dienen voor verder overleg'.

De vakbonden hebben op hun beurt weer geen enkel idee hoeveel mensen met hun eigen definitie een zwaar beroep zouden hebben. De lijst die ze in de kranten publiceerden bevatte weliswaar criteria om werk op zwaarte te beoordelen, maar er was niet nagedacht over op hoeveel punten iemands werk 'zwaar' moest scoren om vervroegd pensioen te rechtvaardigen. Voor de werkgeversorganisaties reden genoeg om hen ervan te betichten losgezongen te zijn van de realiteit.

Kinderachtig geruzie

Al met al wekken de verwijten over en weer eerder de indruk van kinderachtig geruzie dan van inhoudelijk overleg. De gesprekken zijn nu gestaakt, en zelfs het akkoord over de vier basiscriteria is van de baan. De sociale partners zijn na twee jaar en twee maanden gesteggel weer terug bij af. Zowel de werkgevers als de vakbonden laten weten dat de wil er is om constructief verder te praten, maar geen van beiden neemt initiatief.

Het is teleurstellend dat het overleg mislukt zonder dat de verschillen van mening ook nog maar helder naast elkaar gelegd zijn. Wellicht hebben vooral de vakbonden zichzelf in de vingers gesneden met het geruzie. Echter, ook al zouden de werkgeversorganisaties er op korte termijn belang bij kunnen hebben om het sociaal overlegmodel te ondergraven en liberaal Bacquelaine te laten beslissen, dat kan bij een volgende regering heel anders uitpakken.

Kaja Verbeke en Stef Arends schreven voor Apache over het dossier van de zware beroepen.

Het is de vakbonden en werkgeversorganisaties niet gelukt om te bepalen welke 'zware beroepen' uitgezonderd worden van een verhoging van de pensioenleeftijd. Na twee jaar gesteggel over wat wel en niet valt onder zwaar werk, zijn ze terug bij af en zal de minister zelf beslissen. De sociale partners staan politiek steeds meer buitenspel.In 2030 gaat de pensioenleeftijd naar 67, maar niet iedereen houdt het vol om zo lang door te werken. De bedoeling is dat mensen met 'zware beroepen' een uitzonderingspositie krijgen en eerder met pensioen mogen. Maar wat precies een zwaar beroep is, is niet duidelijk. De vakbonden en werkgeversorganisaties kregen van minister Daniel Bacquelaine van pensioenen de opdracht om dat samen uit te zoeken. Eind 2016 bereikten ze een akkoord over vier hoofdcategorieën voor zwaar werk: de fysieke zwaarte van de job, de mentale of emotionele druk, het veiligheidsrisico en de werkorganisatie. Na het formuleren van de vier hoofdcategorieën was de volgende stap voor de vakbonden en werkgeversorganisaties om specifieke criteria te formuleren waaraan de zwaarte van een beroep getoetst kan worden. Daar liep het mis. De vakbonden presenteerden een lijst van tachtig subcriteria. Dat deden ze direct in de pers, zonder overleg met de werkgevers. Volgens de lijst van de bonden mochten bijvoorbeeld nachtarbeiders of mensen die werken met asbest en gevaarlijke stoffen vroeger met pensioen. Maar ook een statische zithouding tijdens het werken, geen loopbaanzekerheid of werk waarbij het ritme van een machine niet gewijzigd kan worden zou tellen als zwaar.Unizo en VBO bliezen daarop het overleg af. Ze waren gepikeerd over de stijl van communicatie via de media, en vonden de opgelijste criteria bovendien veel te vaag. Volgens hen zou met deze maatstaven eenieder een zwaar beroep hebben.De vakbonden verweten de werkgeversorganisaties op hun beurt een passieve houding en beweerden dat de werkgevers simpelweg afwachtten tot de minister de zaak overnam. De werkgevers zouden er volgens hen op vertrouwen dat Bacquelaine hun belangen toch wel zou behartigen. Door het overleg te saboteren zouden ze buiten de vakbonden om hun zin proberen te krijgen.Wat opvalt is de onduidelijkheid van beide partijen over zowel hun eigen standpunten als die van elkaar. De vakbonden beweren dat de werkgevers 'enkel nachtwerk' erkennen als zwaar werk, maar VBO en Unizo gaven desgevraagd juist aan ook bereid te zijn naar andere criteria te kijken: 'Bijvoorbeeld 'werken in slechte weersomstandigheden' kun je controleren, maar zaken als "mentale stress" niet', aldus een woordvoerder van het VBO. De werkgevers willen dus wel verder kijken dan enkel nachtwerk, maar mentaal zwaar werk als 'zwaar' classificeren gaat ze te ver. Dit terwijl eind 2016 nog overeengekomen was dat mentaal zwaar werk wel degelijk als een van de vier basiscriteria meegenomen zou worden. De werkgeversorganisaties lijken dus terug te krabbelen van hun oorspronkelijke toezeggingen. Volgens het VBO is echter nooit ingestemd met die vier basiscriteria, maar is enkel afgesproken 'dat ze als basis kunnen dienen voor verder overleg'.De vakbonden hebben op hun beurt weer geen enkel idee hoeveel mensen met hun eigen definitie een zwaar beroep zouden hebben. De lijst die ze in de kranten publiceerden bevatte weliswaar criteria om werk op zwaarte te beoordelen, maar er was niet nagedacht over op hoeveel punten iemands werk 'zwaar' moest scoren om vervroegd pensioen te rechtvaardigen. Voor de werkgeversorganisaties reden genoeg om hen ervan te betichten losgezongen te zijn van de realiteit. Al met al wekken de verwijten over en weer eerder de indruk van kinderachtig geruzie dan van inhoudelijk overleg. De gesprekken zijn nu gestaakt, en zelfs het akkoord over de vier basiscriteria is van de baan. De sociale partners zijn na twee jaar en twee maanden gesteggel weer terug bij af. Zowel de werkgevers als de vakbonden laten weten dat de wil er is om constructief verder te praten, maar geen van beiden neemt initiatief. Het is teleurstellend dat het overleg mislukt zonder dat de verschillen van mening ook nog maar helder naast elkaar gelegd zijn. Wellicht hebben vooral de vakbonden zichzelf in de vingers gesneden met het geruzie. Echter, ook al zouden de werkgeversorganisaties er op korte termijn belang bij kunnen hebben om het sociaal overlegmodel te ondergraven en liberaal Bacquelaine te laten beslissen, dat kan bij een volgende regering heel anders uitpakken.Kaja Verbeke en Stef Arends schreven voor Apache over het dossier van de zware beroepen.