Maandag 9 januari kon men er niet om heen: de media berichtte voluit over het grote tekort aan leerkrachten in Vlaanderen; onze scholen waren dringend op zoek naar een pak lesgevers die onmiddellijk konden starten. Zelf leerkracht zijnde trok dit vanzelfsprekend mijn aandacht. Ik was echter zeer teleurgesteld in de inhoud van bovenvermeld nieuwsitem. Uit de berichtgeving in kranten, op radio en televisie bleek dat er als het ware 1.000 jobs voor het grijpen liggen in het onderwijs. Dit strookt echter totaal niet met de realiteit: de vacatures waarnaar werd verwezen zijn a) vaak slechts tijdelijke jobs (soms zelfs voor één week of nog korter) waarbij men niks substantieels opbouwt, b) procentueel zeer beperkte betrekkingen (halftime of zelfs minder) waarbij men financieel verlies doet, c) slechts in een zeer specifiek vakgebied voor handen (dat werd in de loop van de berichtgeving wel geëxpliciteerd, maar slechts heel kort en nergens bleek uit de titels), d) vaak in specifieke locaties (grootsteden).

De werkelijkheid is echter dat er vele honderden leerkrachten werkzoekend zijn; dat zij vaak dik tegen hun zin verplicht aan de zijlijn staan wegens de bijzondere manier waarop het onderwijs gestructureerd is (om het woord 'nepotisme' of zelfs 'corruptie' op gebied van personeelsbeleid niet in de mond te nemen). Verhalen over moe getergde personen die totaal gedesillusioneerd het onderwijs verlaten omdat zij ondanks hun inzet toch gepasseerd worden door familie/vrienden/kennissen van de directie of als een hond op straat worden gegooid, liggen voor het rapen op het internet.

De politiek, en minister van Onderwijs Hilde Crevits op kop, blijft hiervoor echter doof. Verder dan wollige bewoordingen en holle beloftes bij de aanvang van ieder schooljaar komt men niet. In plaats van de echte problemen aan te pakken, verwijst men liever selectief naar een studie om toch maar de schijn van 'wereldtop onderwijs' hoog te houden. Soms gaat het zelfs nog verder: toen ik twee jaar geleden een boek geschreven heb over onder meer deze problematiek, werd de voorstelling hiervan vanuit de katholieke zuil geboycot omdat "de waardigheid van het onderwijs in het gedrang kwam" (einde citaat). De katholieke zuil, vooral haar politieke arm, had blijkbaar een probleem met een openbaar maken van de onderwijsrealiteit.

Daarom is het hoogtijd dat het politiek correcte denken en partijpolitieke spelletjes inzake onderwijs worden doorbroken en dat de echte problemen worden benoemd en aangepakt. Wij zijn dat immers als maatschappij verplicht aan allen die zich iedere dag volledig inzetten voor onze jongeren en aan onze kinderen en kleinkinderen.

Stijn Van Hamme is leerkracht in het secundair onderwijs