De Vlaming kiest deze zomer duidelijk voor de auto om op reis te gaan. Zeven op de tien gezinnen overwegen met de auto te reizen, en bij de gezinnen met kinderen zijn er dat zelfs acht op de tien. VAB-Reisbijstand vreest dat het pechrisico deze zomer zeer hoog zou kunnen liggen, aangezien 21 procent van de vakantiegangers pas voor de eerste of tweede keer met de auto gaat, en slechts de helft van de Vlamingen de wagen vooraf nakijkt. Van de vakantiegangers die met de auto op reis zullen gaan, blijft 33 procent in België, gaat 25 procent naar Frankrijk, trekt 13 procent naar Spanje, gaat 11 procent naar Nederland, trekt 8 procent naar Duitsland en nog eens 8 procent naar Italië. "Dit wil zeggen dat zowat 48 procent van de vakantiegangers met de auto meer dan 500 kilometer zal rijden", klinkt het. Maar volgens VAB is een groot aantal van deze reizigers daar niet goed op voorbereid. De mobiliteitsclub raadt vakantiegangers alvast aan om voor vertrek de bandenspanning en profieldiepte van de banden na te kijken en indien nodig de banden te vervangen. Omdat steeds minder wagens over een volwaardig reservewiel beschikken, kijken reizigers voor vertrek best ook na over welk alternatief voor een lekke band hun wagen beschikt. Om motorproblemen te voorkomen wordt voor vertrek best het niveau van de koelvloeistof nagekeken. VAB stelt op basis van de bevraging ook vast dat een op de vijf autoreizigers van plan is om te veel risico's te nemen. Zo is 15 procent van plan om zo lang mogelijk te blijven rijden zonder te stoppen en zal 20 procent pas pauzeren bij de eerste indicaties van vermoeidheid. Zowat 17 procent van de bevraagde Vlamingen is ook van plan om 's nachts te rijden. VAB-Reisbijstand benadrukt daarom het belang van uitgerust achter het stuur zitten, aangezien een op de vijf ernstige ongevallen veroorzaakt wordt door vermoeidheid. "Wanneer moet je zeker stoppen? Als je bijvoorbeeld enkele keren moet geeuwen. Bij zware oogleden en knikkebollen ben je al te laat. Daarom is het beter om regelmatig pauzes in te lassen: om de 2 uur of om de 200 km", aldus de mobiliteitsclub. VAB raadt aan om de pauzes vooraf te bepalen, tijdens het uitstippelen van de route. (Belga)

De Vlaming kiest deze zomer duidelijk voor de auto om op reis te gaan. Zeven op de tien gezinnen overwegen met de auto te reizen, en bij de gezinnen met kinderen zijn er dat zelfs acht op de tien. VAB-Reisbijstand vreest dat het pechrisico deze zomer zeer hoog zou kunnen liggen, aangezien 21 procent van de vakantiegangers pas voor de eerste of tweede keer met de auto gaat, en slechts de helft van de Vlamingen de wagen vooraf nakijkt. Van de vakantiegangers die met de auto op reis zullen gaan, blijft 33 procent in België, gaat 25 procent naar Frankrijk, trekt 13 procent naar Spanje, gaat 11 procent naar Nederland, trekt 8 procent naar Duitsland en nog eens 8 procent naar Italië. "Dit wil zeggen dat zowat 48 procent van de vakantiegangers met de auto meer dan 500 kilometer zal rijden", klinkt het. Maar volgens VAB is een groot aantal van deze reizigers daar niet goed op voorbereid. De mobiliteitsclub raadt vakantiegangers alvast aan om voor vertrek de bandenspanning en profieldiepte van de banden na te kijken en indien nodig de banden te vervangen. Omdat steeds minder wagens over een volwaardig reservewiel beschikken, kijken reizigers voor vertrek best ook na over welk alternatief voor een lekke band hun wagen beschikt. Om motorproblemen te voorkomen wordt voor vertrek best het niveau van de koelvloeistof nagekeken. VAB stelt op basis van de bevraging ook vast dat een op de vijf autoreizigers van plan is om te veel risico's te nemen. Zo is 15 procent van plan om zo lang mogelijk te blijven rijden zonder te stoppen en zal 20 procent pas pauzeren bij de eerste indicaties van vermoeidheid. Zowat 17 procent van de bevraagde Vlamingen is ook van plan om 's nachts te rijden. VAB-Reisbijstand benadrukt daarom het belang van uitgerust achter het stuur zitten, aangezien een op de vijf ernstige ongevallen veroorzaakt wordt door vermoeidheid. "Wanneer moet je zeker stoppen? Als je bijvoorbeeld enkele keren moet geeuwen. Bij zware oogleden en knikkebollen ben je al te laat. Daarom is het beter om regelmatig pauzes in te lassen: om de 2 uur of om de 200 km", aldus de mobiliteitsclub. VAB raadt aan om de pauzes vooraf te bepalen, tijdens het uitstippelen van de route. (Belga)