De Vlaamse bodemwetgeving die midden jaren negentig tot stand kwam probeerde vooral komaf te maken met 150 jaar industriële productie die plaatsvond zonder veel kennis of regelgeving rond de impact ervan op de bodem. Nu lijkt een nieuwe inhaalbeweging aan de orde, al bevindt Vlaanderen zich volgens OVAM allerminst in de staart van het peloton. "Bodemonderzoek en -beleid zijn nog relatief jong als milieudiscipline, zelfs in Europa bestaat het nog niet in alle landen, en zijn eigenlijk permanent aan een update toe", zegt OVAM-woordvoerder Jan Verheyen. "Er worden steeds nieuwe stoffen geproduceerd en gebruikt. Verschillende daarvan vinden we vervolgens terug in de bodem, maar het is een hele uitdaging om na te gaan wat hun precieze effect erop is. Van microplastics beginnen we bijvoorbeeld stilaan wel te weten wat de impact ervan is op water, maar voor de bodem is dat nog niet het geval." Een vorig jaar mee door OVAM opgestart internationaal expertisenetwerk wil nu informatie vergaren en uitwisselen over tientallen "nieuwe" stoffen die terug te vinden vallen in bodemstalen, met het oog op eventuele normering. "Dat is belangrijk voor de veiligheid en leefkwaliteit, maar bijvoorbeeld ook voor de rechtszekerheid van grondeigenaars", zegt Verheyen. (Belga)