Tot voor kort had Unia in alle Vlaamse centrumsteden een bureau. Het gaat om de vroegere lokale discriminatiemeldpunten, waarvoor Unia in 2014 bevoegd werd. Nu brengt de organisatie het personeel van die punten samen op vijf plaatsen, om van daaruit beleidsondersteuning te geven. "Het gaat niet om een grote verandering", aldus Van Haegenborgh. Het is ook geen besparingsoperatie, zegt hij. "We zaten al gratis binnen de diensten van de stad en we zijn opnieuw op zoek gegaan naar gratis locaties. In Antwerpen kregen we bijvoorbeeld een plaats in het Vlinderpaleis. We werken ook met hetzelfde aantal mensen, maar proberen te rationaliseren op vlak van inzet van personeel. Met elf van de dertien centrumsteden heeft Unia intussen al een samenwerkingsovereenkomst op papier gezet. Met Turnhout en Oostende zijn er nog onderhandelingen bezig. "De steden gaan het niet voelen dat we er geen bureau meer hebben. We gaan een aanbod op maat uitwerken de komende jaren", zegt Van Haegenborgh. Het gaat bijvoorbeeld over opleidingen voor het stadspersoneel rond omgaan met discriminatie. De laatste jaren is er politieke kritiek geweest op Unia vanuit Vlaams Belang en N-VA. Toch blijven ook lokale besturen met N-VA een beroep doen op de organisatie, stelt Van Haegenborgh vast. "Ook met Antwerpen en Aalst zijn overeenkomsten gesloten. Ze zien dat we iets concreet kunnen doen." Via de VVSG, de organisatie voor steden en gemeenten, probeert Unia ook kleinere gemeenten te bereiken. In Wallonië had Unia al langer maar een beperkt aantal lokale contactpunten. Daar verandert er niets. (Belga)

Tot voor kort had Unia in alle Vlaamse centrumsteden een bureau. Het gaat om de vroegere lokale discriminatiemeldpunten, waarvoor Unia in 2014 bevoegd werd. Nu brengt de organisatie het personeel van die punten samen op vijf plaatsen, om van daaruit beleidsondersteuning te geven. "Het gaat niet om een grote verandering", aldus Van Haegenborgh. Het is ook geen besparingsoperatie, zegt hij. "We zaten al gratis binnen de diensten van de stad en we zijn opnieuw op zoek gegaan naar gratis locaties. In Antwerpen kregen we bijvoorbeeld een plaats in het Vlinderpaleis. We werken ook met hetzelfde aantal mensen, maar proberen te rationaliseren op vlak van inzet van personeel. Met elf van de dertien centrumsteden heeft Unia intussen al een samenwerkingsovereenkomst op papier gezet. Met Turnhout en Oostende zijn er nog onderhandelingen bezig. "De steden gaan het niet voelen dat we er geen bureau meer hebben. We gaan een aanbod op maat uitwerken de komende jaren", zegt Van Haegenborgh. Het gaat bijvoorbeeld over opleidingen voor het stadspersoneel rond omgaan met discriminatie. De laatste jaren is er politieke kritiek geweest op Unia vanuit Vlaams Belang en N-VA. Toch blijven ook lokale besturen met N-VA een beroep doen op de organisatie, stelt Van Haegenborgh vast. "Ook met Antwerpen en Aalst zijn overeenkomsten gesloten. Ze zien dat we iets concreet kunnen doen." Via de VVSG, de organisatie voor steden en gemeenten, probeert Unia ook kleinere gemeenten te bereiken. In Wallonië had Unia al langer maar een beperkt aantal lokale contactpunten. Daar verandert er niets. (Belga)