Unia ontving vorig jaar 5.619 meldingen. Dat is 23 procent meer dan in 2015. De meldingen mondden uit in 1.907 dossiers over mogelijke discriminatie, haatboodschappen of haatmisdrijven. Unia-directeur Els Keytsman nuanceert de cijfers wel. Volgens haar tonen ze niet aan dat er meer discriminatie is in de samenleving. 'Deze cijfers geven een beeld over ons land en over de activiteiten van Unia. De toegenomen bekendheid van Unia en enkele dossiers in de media verklaren deels de algemene stijging.'

'Hoewel we dus niet zeggen dat de discriminatie in onze samenleving toeneemt, kunnen we wel minstens stellen dat het bewustzijn hierover toeneemt en dat de mensen discriminatie meer melden. Niettemin geven onze cijfers en tendenzen een blik op specifieke problemen waarop een structureel antwoord moet komen', zegt Keytsman.

De meeste dossiers gaan over raciale discriminatie (30 procent). Daarna volgen handicap (28 procent) en religieuze overtuiging (14 procent). Ongeveer 500 nieuwe dossiers hadden betrekking op werk. Hierbij gaat het meestal over toegang tot werk en arbeidsomstandigheden. Meestal baseerde de mogelijke discriminatie zich op raciale criteria en handicap. Het aantal dossiers over mogelijke discriminatie vanwege leeftijd kende dan weer een ruime verdubbeling. Unia schrijft die toe aan de media-aandacht voor de veroordeling van keukenfabrikant Dovy.

Vijfhonderd andere nieuwe dossiers hebben te maken met goederen en diensten, in het bijzonder rond huisvesting en openbaar vervoer. Bij huisvesting gaat het om mogelijke discriminatie op raciale gronden of omdat de eigenaars zouden weigeren te verhuren wegens het inkomen van de mogelijke huurders. Bij openbaar vervoer draait het om de toegankelijkheid voor personen met een handicap.

Daarnaast telde Unia een driehonderdtal dossiers rond media. Unia besluit dat het niet voldoende is om de wetgeving alleen te gebruiken om af te bakenen wat mag en niet mag, of te wijzen op gedrag dat onze samenleving ontwricht. 'Eerder dan vervolgen en straffen, moeten we de pijlen richten op mentaliteitsveranderingen, nieuwe discours en praktijken. Structurele vormen van discriminatie, die vaak plaatsvinden zonder erbij stil te staan en die de ongelijkheid doen verder bestaan, moeten tegen het licht gehouden worden. Daarvoor is moed nodig. Als we een inclusieve samenleving willen, is het belangrijk iedereen te informeren, te overtuigen, te ondersteunen', zegt Keytsman.

Unia ontving vorig jaar 5.619 meldingen. Dat is 23 procent meer dan in 2015. De meldingen mondden uit in 1.907 dossiers over mogelijke discriminatie, haatboodschappen of haatmisdrijven. Unia-directeur Els Keytsman nuanceert de cijfers wel. Volgens haar tonen ze niet aan dat er meer discriminatie is in de samenleving. 'Deze cijfers geven een beeld over ons land en over de activiteiten van Unia. De toegenomen bekendheid van Unia en enkele dossiers in de media verklaren deels de algemene stijging.' 'Hoewel we dus niet zeggen dat de discriminatie in onze samenleving toeneemt, kunnen we wel minstens stellen dat het bewustzijn hierover toeneemt en dat de mensen discriminatie meer melden. Niettemin geven onze cijfers en tendenzen een blik op specifieke problemen waarop een structureel antwoord moet komen', zegt Keytsman. De meeste dossiers gaan over raciale discriminatie (30 procent). Daarna volgen handicap (28 procent) en religieuze overtuiging (14 procent). Ongeveer 500 nieuwe dossiers hadden betrekking op werk. Hierbij gaat het meestal over toegang tot werk en arbeidsomstandigheden. Meestal baseerde de mogelijke discriminatie zich op raciale criteria en handicap. Het aantal dossiers over mogelijke discriminatie vanwege leeftijd kende dan weer een ruime verdubbeling. Unia schrijft die toe aan de media-aandacht voor de veroordeling van keukenfabrikant Dovy. Vijfhonderd andere nieuwe dossiers hebben te maken met goederen en diensten, in het bijzonder rond huisvesting en openbaar vervoer. Bij huisvesting gaat het om mogelijke discriminatie op raciale gronden of omdat de eigenaars zouden weigeren te verhuren wegens het inkomen van de mogelijke huurders. Bij openbaar vervoer draait het om de toegankelijkheid voor personen met een handicap. Daarnaast telde Unia een driehonderdtal dossiers rond media. Unia besluit dat het niet voldoende is om de wetgeving alleen te gebruiken om af te bakenen wat mag en niet mag, of te wijzen op gedrag dat onze samenleving ontwricht. 'Eerder dan vervolgen en straffen, moeten we de pijlen richten op mentaliteitsveranderingen, nieuwe discours en praktijken. Structurele vormen van discriminatie, die vaak plaatsvinden zonder erbij stil te staan en die de ongelijkheid doen verder bestaan, moeten tegen het licht gehouden worden. Daarvoor is moed nodig. Als we een inclusieve samenleving willen, is het belangrijk iedereen te informeren, te overtuigen, te ondersteunen', zegt Keytsman.