De oorzaak voor de forse daling ligt vooral bij de uitgestelde, niet-dringende zorg als gevolg van de coronapandemie. In de eerste helft van 2020 daalden de uitgaven voor prestaties binnen de ziekteverzekering met 1,227 miljard euro, in de tweede jaarhelft was dat met 247 miljoen euro veel minder. Binnen de ziekenhuizen registreerde het Riziv een daling van de uitgaven met 4,1 procent ten opzichte van 2019, vooral bij de honararia van de artsen. Bij de dringende zorg was er na de eerste lockdown een inhaalbeweging. Die is minder uitgesproken bij de niet-dringende consultaties, waar er een nieuwe terugval was in november. De uitgaven voor consultaties en bezoeken voor artsen daalden met slechts 0,8 procent in 2020 ten opzichte van 2019. Die daling is beperkt dankzij de mogelijkheid om consultaties op afstand uit te voeren. Als gevolg van de pandemie creëerde het Riziv de mogelijkheid om zorg te verstrekken op afstand. Vorig jaar werden 11,3 miljoen consultaties op afstand geregistreerd door zorgverleners in alle sectoren, voornamelijk artsen, voor een bedrag van 238 miljoen euro. Om de continuïteit van de zorg te garanderen, heroriënteerde het Riziv ook middelen binnen de begroting van 2020. Zo kende het een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming toe van 2 miljard euro aan de algemene en psychiatrische ziekenhuizen. Het verhoogde daarnaast eenmalig het bedrag voor artsen per gezondheidssamenvatting, het zogenoemde Globaal Medisch Dossier, voor een totaalbedrag van 172 miljoen euro. In de strijd tegen COVID-19 keurde het Riziv in 2020 bijkomende uitgaven goed voor extra maatregelen voor in totaal 809 miljoen euro. Het grootste deel hiervan ging naar de terugbetaling van meer dan 5 miljoen COVID-testen (236,8 miljoen), de uitzonderlijke aanmoedigingspremie voor mensen die werken in de zorgsector (199,6 miljoen) en bijzondere beschermingsmaatregelen en -materialen voor zorgverleners (155 miljoen). (Belga)

De oorzaak voor de forse daling ligt vooral bij de uitgestelde, niet-dringende zorg als gevolg van de coronapandemie. In de eerste helft van 2020 daalden de uitgaven voor prestaties binnen de ziekteverzekering met 1,227 miljard euro, in de tweede jaarhelft was dat met 247 miljoen euro veel minder. Binnen de ziekenhuizen registreerde het Riziv een daling van de uitgaven met 4,1 procent ten opzichte van 2019, vooral bij de honararia van de artsen. Bij de dringende zorg was er na de eerste lockdown een inhaalbeweging. Die is minder uitgesproken bij de niet-dringende consultaties, waar er een nieuwe terugval was in november. De uitgaven voor consultaties en bezoeken voor artsen daalden met slechts 0,8 procent in 2020 ten opzichte van 2019. Die daling is beperkt dankzij de mogelijkheid om consultaties op afstand uit te voeren. Als gevolg van de pandemie creëerde het Riziv de mogelijkheid om zorg te verstrekken op afstand. Vorig jaar werden 11,3 miljoen consultaties op afstand geregistreerd door zorgverleners in alle sectoren, voornamelijk artsen, voor een bedrag van 238 miljoen euro. Om de continuïteit van de zorg te garanderen, heroriënteerde het Riziv ook middelen binnen de begroting van 2020. Zo kende het een uitzonderlijke federale financiële tegemoetkoming toe van 2 miljard euro aan de algemene en psychiatrische ziekenhuizen. Het verhoogde daarnaast eenmalig het bedrag voor artsen per gezondheidssamenvatting, het zogenoemde Globaal Medisch Dossier, voor een totaalbedrag van 172 miljoen euro. In de strijd tegen COVID-19 keurde het Riziv in 2020 bijkomende uitgaven goed voor extra maatregelen voor in totaal 809 miljoen euro. Het grootste deel hiervan ging naar de terugbetaling van meer dan 5 miljoen COVID-testen (236,8 miljoen), de uitzonderlijke aanmoedigingspremie voor mensen die werken in de zorgsector (199,6 miljoen) en bijzondere beschermingsmaatregelen en -materialen voor zorgverleners (155 miljoen). (Belga)