Op 29 oktober had de ministerraad het licht op groen gezet voor een tweede pensioenpijler voor de 20.000 contractuele personeelsleden van het federaal ambt met terugwerkende kracht gaande tot 2017. In eerste instantie werd overeengekomen een tweede pensioenpijler toe te kennen aan de contractuele personeelsleden van de federale overheidsdiensten, het burgerlijk personeel van het ministerie van Defensie en van de instellingen van Sociale Zekerheid (ISZ), zoals de RVA, het RSVZ en de Federale Pensioendienst. De beslissing betrof ook de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut zoals het FAVV, de Regie der Gebouwen, Fedasil, het BIPT of nog de contractuele personeelsleden van de griffies en parketten (de contractuele personeelsleden van de rechterlijke orde, niet de magistraten) en van de federale en lokale politie. In tweede instantie werd beslist om het genot van deze tweede pijler uit te breiden naar de contractuele personeelsleden van een tiental andere instellingen. Deze uitbreiding van het genot van de tweede pijler impliceerde een wijziging van de reglementaire bepalingen voor 3 instellingen, met name de Nationale Arbeidsraad (NAR), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en het Instituut voor Gerechtelijk Opleiding (IGO). Dat gebeurde vrijdag. Clarinval en Bacquelaine hopen ook dat de werkgevers van de publieke sector die nog geen aanvullend pensioenplan hebben door het arrest van het Grondwettelijk Hof aangezet worden om alsnog dergelijk plan in te voeren. Het arrest bepaalt dat werkgevers van de publieke sector een aanvullend persioen aan hun contractueel personeel kunnen aanbieden. (Belga)

Op 29 oktober had de ministerraad het licht op groen gezet voor een tweede pensioenpijler voor de 20.000 contractuele personeelsleden van het federaal ambt met terugwerkende kracht gaande tot 2017. In eerste instantie werd overeengekomen een tweede pensioenpijler toe te kennen aan de contractuele personeelsleden van de federale overheidsdiensten, het burgerlijk personeel van het ministerie van Defensie en van de instellingen van Sociale Zekerheid (ISZ), zoals de RVA, het RSVZ en de Federale Pensioendienst. De beslissing betrof ook de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut zoals het FAVV, de Regie der Gebouwen, Fedasil, het BIPT of nog de contractuele personeelsleden van de griffies en parketten (de contractuele personeelsleden van de rechterlijke orde, niet de magistraten) en van de federale en lokale politie. In tweede instantie werd beslist om het genot van deze tweede pijler uit te breiden naar de contractuele personeelsleden van een tiental andere instellingen. Deze uitbreiding van het genot van de tweede pijler impliceerde een wijziging van de reglementaire bepalingen voor 3 instellingen, met name de Nationale Arbeidsraad (NAR), de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) en het Instituut voor Gerechtelijk Opleiding (IGO). Dat gebeurde vrijdag. Clarinval en Bacquelaine hopen ook dat de werkgevers van de publieke sector die nog geen aanvullend pensioenplan hebben door het arrest van het Grondwettelijk Hof aangezet worden om alsnog dergelijk plan in te voeren. Het arrest bepaalt dat werkgevers van de publieke sector een aanvullend persioen aan hun contractueel personeel kunnen aanbieden. (Belga)