De gegevens van het profiel van de ziekenhuispatiënt zijn wat maart betreft nog onvolledig. "Maar toch kunnen we reeds een aantal trends weergeven", zei Van Gucht. Zo blijkt dat de doorsneepatiënt die in het ziekenhuis terechtkomt, op drie maanden tijd 11 jaar jonger is geworden. "De mediane leeftijd van patiënten was 77 jaar in december en is nu 66 jaar in maart. Dat wil dus zeggen dat momenteel de helft van de patiënten jonger is dan 66 jaar", aldus Van Gucht. De verjonging van de patiëntenpopulatie is voor een deel te wijten aan de vaccinatie van de bewoners van woonzorgcentra, maar mogelijk speelt ook de Britse variant een rol. "Uit sommige buitenlandse studies blijkt dat deze iets meer ziekte veroorzaakt bij jongere mensen. Dit moet nog bevestigd worden." Omdat de patiënten vaak jonger zijn, is ook het percentage met onderliggende aandoeningen zoals een te hoge bloeddruk (36 procent in maart), een ziekte aan hart- of bloedvaten (26 procent) en diabetes (19 procent), afgenomen. "Het percentage patiënten met zwaarlijvigheid is dan weer opvallend toegenomen tot 15 procent", aldus de viroloog. Opvallend is ook dat er proportioneel meer ziekenhuispatiënten met COVID-19 worden opgenomen op de afdelingen intensieve zorg, ondertussen al meer dan een kwart (26 procent). Dat heeft twee mogelijke oorzaken. "De patiënten in het ziekenhuis zijn gemiddeld jonger en die groep belandt in verhouding vaker op intensieve zorg dan oudere patiënten", zei Van Gucht. "Die laatsten worden vaker minder gehospitaliseerd op intensieve zorg omdat zo'n behandeling erg ingrijpend is en hun zwakke fysieke toestand dat niet altijd toelaat, en de slaagkans op herstel kleiner is", zei Van Gucht. Daarnaast kan de Britse variant, die volgens sommige studies vaker tot ernstige ziekte zou leiden, weer een rol spelen. Hoewel relatief gezien dus meer patiënten op de afdelingen intensieve zorg terechtkomen, is het aantal coronapatiënten dat overlijdt in het ziekenhuis, sinds de tweede besmettingsgolf afgenomen. Terwijl het in december nog om 21 procent ging, zakte dat percentage naar 16 procent in februari en 14 procent in maart, al kan dat laatste cijfer nog veranderen. Ook hier is de verklaring waarschijnlijk te zoeken bij het feit dat de doorsneepatiënt jonger is geworden, al wordt er volgens Van Gucht ook steeds meer vooruitgang geboekt in de standaardbehandeling van de coronapatiënten. (Belga)

De gegevens van het profiel van de ziekenhuispatiënt zijn wat maart betreft nog onvolledig. "Maar toch kunnen we reeds een aantal trends weergeven", zei Van Gucht. Zo blijkt dat de doorsneepatiënt die in het ziekenhuis terechtkomt, op drie maanden tijd 11 jaar jonger is geworden. "De mediane leeftijd van patiënten was 77 jaar in december en is nu 66 jaar in maart. Dat wil dus zeggen dat momenteel de helft van de patiënten jonger is dan 66 jaar", aldus Van Gucht. De verjonging van de patiëntenpopulatie is voor een deel te wijten aan de vaccinatie van de bewoners van woonzorgcentra, maar mogelijk speelt ook de Britse variant een rol. "Uit sommige buitenlandse studies blijkt dat deze iets meer ziekte veroorzaakt bij jongere mensen. Dit moet nog bevestigd worden." Omdat de patiënten vaak jonger zijn, is ook het percentage met onderliggende aandoeningen zoals een te hoge bloeddruk (36 procent in maart), een ziekte aan hart- of bloedvaten (26 procent) en diabetes (19 procent), afgenomen. "Het percentage patiënten met zwaarlijvigheid is dan weer opvallend toegenomen tot 15 procent", aldus de viroloog. Opvallend is ook dat er proportioneel meer ziekenhuispatiënten met COVID-19 worden opgenomen op de afdelingen intensieve zorg, ondertussen al meer dan een kwart (26 procent). Dat heeft twee mogelijke oorzaken. "De patiënten in het ziekenhuis zijn gemiddeld jonger en die groep belandt in verhouding vaker op intensieve zorg dan oudere patiënten", zei Van Gucht. "Die laatsten worden vaker minder gehospitaliseerd op intensieve zorg omdat zo'n behandeling erg ingrijpend is en hun zwakke fysieke toestand dat niet altijd toelaat, en de slaagkans op herstel kleiner is", zei Van Gucht. Daarnaast kan de Britse variant, die volgens sommige studies vaker tot ernstige ziekte zou leiden, weer een rol spelen. Hoewel relatief gezien dus meer patiënten op de afdelingen intensieve zorg terechtkomen, is het aantal coronapatiënten dat overlijdt in het ziekenhuis, sinds de tweede besmettingsgolf afgenomen. Terwijl het in december nog om 21 procent ging, zakte dat percentage naar 16 procent in februari en 14 procent in maart, al kan dat laatste cijfer nog veranderen. Ook hier is de verklaring waarschijnlijk te zoeken bij het feit dat de doorsneepatiënt jonger is geworden, al wordt er volgens Van Gucht ook steeds meer vooruitgang geboekt in de standaardbehandeling van de coronapatiënten. (Belga)