Klasse 1-bedrijven zijn ondernemingen die potentieel het meeste hinder veroorzaken. Ze moeten een omgevingsvergunning aanvragen, die meestal door de provincie wordt behandeld. Veel bedrijven op die lijst werden nog nooit geïnspecteerd. Momenteel wordt er wel gewerkt aan een prioritaire lijst met de bedrijven waarvan de inspectie denkt dat ze een stevige impact op het milieu kunnen hebben. "Sinds 2016 zijn er bij de afdeling Handhaving dan ook 33 mensen afgevloeid", zei afdelingshoofd Sigrid Raedschelders vrijdag. "Dat betekent dat we nog meer moeten prioriteren, maar op een bepaald moment kom je op een lijn waarop je zegt dat voor een aantal zaken niet meer zoveel kan doen als voorheen." Handhaving zet in eerste instantie in op de bedrijven waarvoor een Europese inspectieverplichting geldt. Vervolgens komen de ondernemingen aan de beurt waarvan geweten is dat ze een grote milieu-impact hebben. Voor die informatie is Handhaving echter vaak afhankelijk van de info die de bedrijven zelf verschaffen. Zij ontwikkelen immers stoffen die voorheen nog niet gekend waren en waarvoor bijgevolg ook geen manier bestaat om ze te meten. Zo ook voor veel nieuwe fluorverbindingen in de categorie van de PFAS. "Voor het grootste deel van die stoffen bestaan nog geen meetmethodes", zei Raedschelders. "Het is voor de inspectie dan ook moeilijk om actief gaan controleren." Er is in Vlaanderen aan ongeveer vijfhonderd bedrijven een uitstoot van PFOS gemeten. Mogelijk zijn zij dus ook aan de slag met andere fluorverbindingen. De top van de dienst Handhaving kreeg vrijdag ook de vraag of zij weet hebben van politieke beïnvloeding. Anonieme medewerkers getuigden daarover in een reportage van het Eén-programma Pano. "Naar aanleiding van die reportage heeft Audit Vlaanderen een forensisch onderzoek opgestart", zei handhavingsmanager Antwerpen Wilfried Van den Acker vrijdag. "Ik heb hen laten weten dat ik informatie heb en die ook ga meedelen. Maar ik wil daar hier geen uitspraken over doen." (Belga)

Klasse 1-bedrijven zijn ondernemingen die potentieel het meeste hinder veroorzaken. Ze moeten een omgevingsvergunning aanvragen, die meestal door de provincie wordt behandeld. Veel bedrijven op die lijst werden nog nooit geïnspecteerd. Momenteel wordt er wel gewerkt aan een prioritaire lijst met de bedrijven waarvan de inspectie denkt dat ze een stevige impact op het milieu kunnen hebben. "Sinds 2016 zijn er bij de afdeling Handhaving dan ook 33 mensen afgevloeid", zei afdelingshoofd Sigrid Raedschelders vrijdag. "Dat betekent dat we nog meer moeten prioriteren, maar op een bepaald moment kom je op een lijn waarop je zegt dat voor een aantal zaken niet meer zoveel kan doen als voorheen." Handhaving zet in eerste instantie in op de bedrijven waarvoor een Europese inspectieverplichting geldt. Vervolgens komen de ondernemingen aan de beurt waarvan geweten is dat ze een grote milieu-impact hebben. Voor die informatie is Handhaving echter vaak afhankelijk van de info die de bedrijven zelf verschaffen. Zij ontwikkelen immers stoffen die voorheen nog niet gekend waren en waarvoor bijgevolg ook geen manier bestaat om ze te meten. Zo ook voor veel nieuwe fluorverbindingen in de categorie van de PFAS. "Voor het grootste deel van die stoffen bestaan nog geen meetmethodes", zei Raedschelders. "Het is voor de inspectie dan ook moeilijk om actief gaan controleren." Er is in Vlaanderen aan ongeveer vijfhonderd bedrijven een uitstoot van PFOS gemeten. Mogelijk zijn zij dus ook aan de slag met andere fluorverbindingen. De top van de dienst Handhaving kreeg vrijdag ook de vraag of zij weet hebben van politieke beïnvloeding. Anonieme medewerkers getuigden daarover in een reportage van het Eén-programma Pano. "Naar aanleiding van die reportage heeft Audit Vlaanderen een forensisch onderzoek opgestart", zei handhavingsmanager Antwerpen Wilfried Van den Acker vrijdag. "Ik heb hen laten weten dat ik informatie heb en die ook ga meedelen. Maar ik wil daar hier geen uitspraken over doen." (Belga)