Het toestel wordt omcirkeld door werknemers. Enkele uren later wordt het faillissement van Sabena uitgesproken. Zowat 7.300 mensen verliezen hun baan. Het is nog altijd het grootste faillissement in de Belgische geschiedenis.

Sabena wordt opgericht op 23 mei 1923. De luchtvaartmaatschappij is de opvolger van SNETA (Syndicat National pour l'Etude des Transports Aeriens), dat sinds 1919 de ontwikkeling van de commerciële luchtvaart in België bestudeert.

In 1923 sluit SNETA zijn onderzoeksopdracht af en enkele maanden later, in mei, wordt de eerste officiële Sabena-lijnvlucht uitgevoerd: van Brussel naar Lympne, in het Engelse graafschap Kent, en met enkel post en vracht aan boord. In 1925 landt voor het eerst een toestel van Sabena in Afrika, na een vlucht van maar liefst 51 dagen. Tien jaar later start een regelmatige verbinding, die nog altijd meerdere dagen duurt.

Het Afrika-netwerk zal steeds een belangrijk speerpunt zijn van Sabena (en ook nog altijd van zijn opvolger Brussels Airlines). In 1947 steekt Sabena voor het eerst de Atlantische Oceaan over, richting New York. En in 1958 wordt de kaap van 10.000 werknemers bereikt. De sky lijkt the limit voor de maatschappij, die er ook prat op gaat steeds met de modernste vliegtuigen te vliegen (Douglas DC-6, Boeing 707, Caravelle, Boeing 747 enzovoort).

Financiële problemen

Maar financieel gaat het Sabena niet zo voor de wind. Op een schaarse uitzondering na kan de maatschappij bijna nooit positieve cijfers voorleggen. Begin jaren tachtig bedraagt het gecumuleerde tekort bijna 10 miljard frank (zowat 250 miljoen euro). De staat moet al die jaren regelmatig met miljarden bijspringen, en verschillende herstructureringen volgen elkaar op. Er volgen flirts, verlovingen en/of huwelijken met verschillende partners. Zo laat in de jaren tachtig het Scandinavische SAS zijn oog vallen op Sabena, maar de gesprekken leiden tot niets.

In 1990 verwerven British Airways en KLM elk 20 procent van het kapitaal van Sabena, voor een prijs van 2 miljard frank. Maar het avontuur is van korte duur: onder politieke druk trekken beide maatschappijen zich op het einde van het jaar terug en moet Sabena hen elk de 2 miljard frank terugbetalen. In april 1992 neemt Air France een belang van 37,5 procent in Sabena. In ruil krijgen de Belgen 6 miljard frank vers geld. Dat huwelijk zit er in 1994 alweer op. Nog een jaar later maakt Swissair zijn opwachting: de Zwitsers nemen een belang van 49,5 procent in Sabena. In 2000 sluiten de federale regering en SAirGroup (Swissair) nog een akkoord dat stelt dat de Zwitsers op termijn 85 procent van het kapitaal van Sabena in handen krijgen, maar het jaar 2001 wordt beide maatschappijen fataal.

Sabena kijkt intussen aan tegen een schuldenberg van bijna 100 miljard frank en de resultaten zijn rampzalig. Er is sprake van een nieuwe zware herstructurering, gekoppeld aan een kapitaalsinjectie door Swissair. Maar zo ver komt het niet. De aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten brengen de al broze luchtvaartsector nog meer schade toe. Begin oktober gaat Swissair zelf over de kop en de kapitaalsinjectie komt er niet. Sabena volgt: op 7 november spreekt de Brusselse handelsrechtbank het faillissement van de Belgische luchtvaarttrots uit.

Doorstart?

Nog voor het faillissement een feit is, wordt er al gewerkt aan een doorstart met een nieuwe, kleinere luchtvaartmaatschappij. Die is gebaseerd op Delta Air Transport (DAT), de regionale dochter van Sabena. Op 10 november, amper drie dagen nadat Sabena failliet is verklaard, vindt de eerste vlucht plaats van het nieuwe DAT, naar het Zwitserse Genève. De aandelen van DAT worden eind 2001 door de Sabena-curatoren voor een symbolische euro overgedragen aan SN Airholding. Deze laatste is opgericht door een consortium van een veertigtal investeerders onder leiding van de financiers Etienne Davignon en Maurice Lippens. Zij brachten bijna 200 miljoen euro bijeen.

SN Brussels Airlines

Op 15 februari 2002 wordt DAT omgevormd tot SN Brussels Airlines, het huidige Brussels Airlines. Die maatschappij is intussen eigendom van de Duitse groep Lufthansa. Net als Swiss trouwens, de opvolger van Swissair. Twintig jaar na het faillissement zijn nog niet alle losse eindjes weggewerkt. Curator Christian Van Buggenhout is nog altijd bezig met de afhandeling ervan.

Uitverkoop

Er werden sinds het faillissement al heel wat onderdelen en bezittingen van Sabena verkocht, zoals het vliegtuigonderhoudsfiliaal Sabena technics, de pilotenschool Sabena Flight Academy of nog enkele hotels die Sabena bouwde in Brussel en Rwanda. Een en ander heeft al meer dan een miljard euro opgebracht. Maar er blijven ook nog altijd bezittingen over. De meest in het oog springende is het hotel Memling in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Er zou nu een akkoord zijn over de verkoop ervan. De curator hoopt het hele faillissementsdossier in 2024 te kunnen afsluiten, wanneer ook de juridische procedures afgerond zouden moeten zijn.

Juridisch advies

Een ander los eindje is een sociaal fonds dat bestemd is voor voormalige werknemers van Sabena en waarin naar verluidt nog 1,85 miljoen euro zou zitten. Het gaat om bijdragen die werden gestort door het toenmalige gesyndiceerde cabinepersoneel. De vakbonden wachten nog op juridisch advies, ze hopen dat het geld de komende maanden uitgekeerd zal kunnen worden, zegt Jan Coolbrandt van de christelijke vakbond. De naam Sabena is overigens nog niet volledig verdwenen uit de luchtvaartsector. Sabena technics bestaat nog altijd. De voormalige vliegtuigonderhoudsafdeling van Sabena werd in de nasleep van het faillissement gekocht door de Franse groep TAT. En de Belgische activiteiten ervan werden in 2014 overgenomen door het management en omgevormd tot Sabena Aerospace.

Het toestel wordt omcirkeld door werknemers. Enkele uren later wordt het faillissement van Sabena uitgesproken. Zowat 7.300 mensen verliezen hun baan. Het is nog altijd het grootste faillissement in de Belgische geschiedenis.Sabena wordt opgericht op 23 mei 1923. De luchtvaartmaatschappij is de opvolger van SNETA (Syndicat National pour l'Etude des Transports Aeriens), dat sinds 1919 de ontwikkeling van de commerciële luchtvaart in België bestudeert. In 1923 sluit SNETA zijn onderzoeksopdracht af en enkele maanden later, in mei, wordt de eerste officiële Sabena-lijnvlucht uitgevoerd: van Brussel naar Lympne, in het Engelse graafschap Kent, en met enkel post en vracht aan boord. In 1925 landt voor het eerst een toestel van Sabena in Afrika, na een vlucht van maar liefst 51 dagen. Tien jaar later start een regelmatige verbinding, die nog altijd meerdere dagen duurt.Het Afrika-netwerk zal steeds een belangrijk speerpunt zijn van Sabena (en ook nog altijd van zijn opvolger Brussels Airlines). In 1947 steekt Sabena voor het eerst de Atlantische Oceaan over, richting New York. En in 1958 wordt de kaap van 10.000 werknemers bereikt. De sky lijkt the limit voor de maatschappij, die er ook prat op gaat steeds met de modernste vliegtuigen te vliegen (Douglas DC-6, Boeing 707, Caravelle, Boeing 747 enzovoort). Maar financieel gaat het Sabena niet zo voor de wind. Op een schaarse uitzondering na kan de maatschappij bijna nooit positieve cijfers voorleggen. Begin jaren tachtig bedraagt het gecumuleerde tekort bijna 10 miljard frank (zowat 250 miljoen euro). De staat moet al die jaren regelmatig met miljarden bijspringen, en verschillende herstructureringen volgen elkaar op. Er volgen flirts, verlovingen en/of huwelijken met verschillende partners. Zo laat in de jaren tachtig het Scandinavische SAS zijn oog vallen op Sabena, maar de gesprekken leiden tot niets. In 1990 verwerven British Airways en KLM elk 20 procent van het kapitaal van Sabena, voor een prijs van 2 miljard frank. Maar het avontuur is van korte duur: onder politieke druk trekken beide maatschappijen zich op het einde van het jaar terug en moet Sabena hen elk de 2 miljard frank terugbetalen. In april 1992 neemt Air France een belang van 37,5 procent in Sabena. In ruil krijgen de Belgen 6 miljard frank vers geld. Dat huwelijk zit er in 1994 alweer op. Nog een jaar later maakt Swissair zijn opwachting: de Zwitsers nemen een belang van 49,5 procent in Sabena. In 2000 sluiten de federale regering en SAirGroup (Swissair) nog een akkoord dat stelt dat de Zwitsers op termijn 85 procent van het kapitaal van Sabena in handen krijgen, maar het jaar 2001 wordt beide maatschappijen fataal. Sabena kijkt intussen aan tegen een schuldenberg van bijna 100 miljard frank en de resultaten zijn rampzalig. Er is sprake van een nieuwe zware herstructurering, gekoppeld aan een kapitaalsinjectie door Swissair. Maar zo ver komt het niet. De aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten brengen de al broze luchtvaartsector nog meer schade toe. Begin oktober gaat Swissair zelf over de kop en de kapitaalsinjectie komt er niet. Sabena volgt: op 7 november spreekt de Brusselse handelsrechtbank het faillissement van de Belgische luchtvaarttrots uit. Nog voor het faillissement een feit is, wordt er al gewerkt aan een doorstart met een nieuwe, kleinere luchtvaartmaatschappij. Die is gebaseerd op Delta Air Transport (DAT), de regionale dochter van Sabena. Op 10 november, amper drie dagen nadat Sabena failliet is verklaard, vindt de eerste vlucht plaats van het nieuwe DAT, naar het Zwitserse Genève. De aandelen van DAT worden eind 2001 door de Sabena-curatoren voor een symbolische euro overgedragen aan SN Airholding. Deze laatste is opgericht door een consortium van een veertigtal investeerders onder leiding van de financiers Etienne Davignon en Maurice Lippens. Zij brachten bijna 200 miljoen euro bijeen. Op 15 februari 2002 wordt DAT omgevormd tot SN Brussels Airlines, het huidige Brussels Airlines. Die maatschappij is intussen eigendom van de Duitse groep Lufthansa. Net als Swiss trouwens, de opvolger van Swissair. Twintig jaar na het faillissement zijn nog niet alle losse eindjes weggewerkt. Curator Christian Van Buggenhout is nog altijd bezig met de afhandeling ervan. Er werden sinds het faillissement al heel wat onderdelen en bezittingen van Sabena verkocht, zoals het vliegtuigonderhoudsfiliaal Sabena technics, de pilotenschool Sabena Flight Academy of nog enkele hotels die Sabena bouwde in Brussel en Rwanda. Een en ander heeft al meer dan een miljard euro opgebracht. Maar er blijven ook nog altijd bezittingen over. De meest in het oog springende is het hotel Memling in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Er zou nu een akkoord zijn over de verkoop ervan. De curator hoopt het hele faillissementsdossier in 2024 te kunnen afsluiten, wanneer ook de juridische procedures afgerond zouden moeten zijn. Een ander los eindje is een sociaal fonds dat bestemd is voor voormalige werknemers van Sabena en waarin naar verluidt nog 1,85 miljoen euro zou zitten. Het gaat om bijdragen die werden gestort door het toenmalige gesyndiceerde cabinepersoneel. De vakbonden wachten nog op juridisch advies, ze hopen dat het geld de komende maanden uitgekeerd zal kunnen worden, zegt Jan Coolbrandt van de christelijke vakbond. De naam Sabena is overigens nog niet volledig verdwenen uit de luchtvaartsector. Sabena technics bestaat nog altijd. De voormalige vliegtuigonderhoudsafdeling van Sabena werd in de nasleep van het faillissement gekocht door de Franse groep TAT. En de Belgische activiteiten ervan werden in 2014 overgenomen door het management en omgevormd tot Sabena Aerospace.