De ECF is een koepel van nationale fietsersverenigingen. Voor België zijn bijvoorbeeld de Fietsersbond en de Gracq vertegenwoordigd. De koepel vergeleek de mogelijkheden om trein en fiets met elkaar te combineren bij 69 spoorwegmaatschappijen en stelde een rangschikking op. De InterCity Amsterdam-Berlijn staat op de eerste plaats, maar meteen daarna staat de Belgische spoormaatschappij NMBS, op een gedeelde tweede plaats met de Zwitserse spoorwegen. De NMBS stelde pas vorige maand een nieuwe fietsstrategie voor, onder meer met extra plaatsen voor de fiets richting populaire bestemmingen, meer fietsstallingen aan stations en een groter aanbod van deelfietsen. "Dit werk kunnen we toejuichen en verder aanmoedigen", aldus de ECF in het rapport. De Belgische spoorwegen scoren onder meer goed op het vlak van aantal plaatsen voor de fiets in de trein, mogelijkheden voor huurfietsen en deelfietsen aan de stations, de kostprijs van een ticketje voor de fiets en de reservatiemogelijkheden. Dat levert een totale score van 76 procent op. De Europese fietsersfederatie wijst wel nog op een een aantal aandachtspunten: zo bevindt het merendeel van de fietsplaatsen in de treinen zich in wagons waar ook passagiers zitten, terwijl aparte wagons voor fietsen volgens de ECF doorgaans een betere oplossing zijn. Minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) reageert alvast tevreden. "De uitstekende rangschikking door de internationale fietsverenigingen beloont de inspanningen van ons spoorbedrijf. Dit is een aanmoediging om nog ambitieuzer te zijn voor de toekomst. Er is nog werk aan de winkel, maar dit is een goed begin." Gilkinet werkt aan manieren om de combinatie tussen fiets en trein nog verder te ontwikkelen, en zal die ook verder verdedigen bij zijn Europese collega's, klinkt het. De combinatie is een "belangrijk ingrediënt om van de trein de ruggengraat van onze mobiliteit te maken en zo de 'modal shift' te realiseren, ook over de grenzen heen", zegt hij. (Belga)

De ECF is een koepel van nationale fietsersverenigingen. Voor België zijn bijvoorbeeld de Fietsersbond en de Gracq vertegenwoordigd. De koepel vergeleek de mogelijkheden om trein en fiets met elkaar te combineren bij 69 spoorwegmaatschappijen en stelde een rangschikking op. De InterCity Amsterdam-Berlijn staat op de eerste plaats, maar meteen daarna staat de Belgische spoormaatschappij NMBS, op een gedeelde tweede plaats met de Zwitserse spoorwegen. De NMBS stelde pas vorige maand een nieuwe fietsstrategie voor, onder meer met extra plaatsen voor de fiets richting populaire bestemmingen, meer fietsstallingen aan stations en een groter aanbod van deelfietsen. "Dit werk kunnen we toejuichen en verder aanmoedigen", aldus de ECF in het rapport. De Belgische spoorwegen scoren onder meer goed op het vlak van aantal plaatsen voor de fiets in de trein, mogelijkheden voor huurfietsen en deelfietsen aan de stations, de kostprijs van een ticketje voor de fiets en de reservatiemogelijkheden. Dat levert een totale score van 76 procent op. De Europese fietsersfederatie wijst wel nog op een een aantal aandachtspunten: zo bevindt het merendeel van de fietsplaatsen in de treinen zich in wagons waar ook passagiers zitten, terwijl aparte wagons voor fietsen volgens de ECF doorgaans een betere oplossing zijn. Minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) reageert alvast tevreden. "De uitstekende rangschikking door de internationale fietsverenigingen beloont de inspanningen van ons spoorbedrijf. Dit is een aanmoediging om nog ambitieuzer te zijn voor de toekomst. Er is nog werk aan de winkel, maar dit is een goed begin." Gilkinet werkt aan manieren om de combinatie tussen fiets en trein nog verder te ontwikkelen, en zal die ook verder verdedigen bij zijn Europese collega's, klinkt het. De combinatie is een "belangrijk ingrediënt om van de trein de ruggengraat van onze mobiliteit te maken en zo de 'modal shift' te realiseren, ook over de grenzen heen", zegt hij. (Belga)