De Turkse president Recep Tayyip Erdogan laat zich de laatste weken naar de Europese Unie (EU) toe van zijn aardige kant zien. De man die in de loop van achttien jaar heerschappij van pro-Europese hervormer tot vogelschrik van mensenrechtenactivisten muteerde, heeft een charmeoffensief geopend. Aan de ambassadeurs van de EU-lidstaten in Ankara vertelde hij een 'nieuwe bladzijde' in de relaties tussen Turkije en de EU te willen openslaan en een 'positieve agenda' genegen te zijn. Het 'format' was op zich al een verrassing. Voor hij president werd in 2014 had hij hen als premier nog regelmatig ontmoet en nu pikte hij weer de draad op.

Turkije heeft Europa nu meer nodig dan omgekeerd.

Turkije had vorige week ook laten weten de dialoog met Griekenland te willen hervatten. Van 2002 tot 2016 hadden er 60 van die gesprekken plaatsgevonden; daarna waren ze in het slop geraakt. De sfeer tussen beide landen was bekoeld nadat Turkije afgelopen jaar begonnen was met gasboringen met als argument dat de zeegebieden rond Cyprus tot zijn continentaal plat zouden behoren. De EU had zich gepositioneerd aan de zijde van Griekenland en Cyprus en had in december 2020 zelfs sancties uitgevaardigd tegen Turkse functionarissen en firma's. Turkije zond een positief signaal uit door het onderzoeksschip Oruç Reis terug te trekken in de wateren rond Antalya.

Gespreksbereid

Vandaag komt Mevlut Cavusoglu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, naar Brussel voor een gesprek met Josep Borrell, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Ook Frankrijk en Duitsland hebben al gespreksbereidheid getoond. De Franse president Emmanuel Macron stuurde onlangs een vriendelijke brief naar Erdogan en Heiko Maas, de Duitse collega van Cavusoglu, was deze week in Ankara. Het lijkt wel alsof het ijs tussen de EU en Turkije aan het breken is. 'Europa heeft Turkije nodig!', plegen Turkse machthebbers en hun journalistieke spreekbuizen wat graag te zeggen. Uiteraard is Turkije een belangrijke economische en strategische partner voor de EU. Vergeten we ook niet dat de Europese regeringsleiders, de Duitse bondskanselier Angela Merkel op de eerste plaats, er als de dood voor zijn dat Turkije het vluchtelingenakkoord van maart 2016 zou opblazen. De Turkse regering heeft daar soms wel eens mee gedreigd als de kritiek vanuit 'Brussel' haar te veel werd.

Wrijvingen

Op de keper beschouwd heeft Turkije Europa nu meer nodig dan omgekeerd. De Turkse economie doet het niet goed; een uitbreiding van de douane-unie met de EU en meer buitenlandse investeringen, niet alleen vanuit Europa, zijn meer dan welkom. Ontevredenheid onder de eigen bevolking zou ook het draagvlak voor Erdogan kunnen aantasten. Ook op buitenlandpolitiek vlak kan Turkije best een ruggensteun gebruiken. Het heeft met zijn directe of indirecte militaire en/of politieke acties in Syrië, Nagorno-Karabach en Libië en door de spanningen met Griekenland en Cyprus heel wat wenkbrauwen doen fronsen en her en der zelfs aan diplomatiek krediet ingeboet. Op de Europese Raad van maart 2021 overwegen de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-lidstaten zelfs verdere sancties als er geen beterschap intreedt. Ankara is ook beducht voor de nieuwe Amerikaanse president. Joe Biden was als vicepresident onder zijn voorganger Barack Obama 'bevoegd' voor Turkije. Hij heeft als kenner van het land de Turkse politiek al vaak gehekeld. Een concreet wrijvingspunt is de aanschaf door Turkije van de Russische S-400 luchtafweerraketten. Anthony Blinken, de gedesigneerde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, noemde Turkije daarom een 'zogenaamde strategische partner'. Erdogan wil met zijn charmeoffensief de wrevel in Brussel en langs dat kanaal ook in Washington afbouwen en zoete broodjes bakken.

Rechtsstaat

Erdogan kan rekenen op Merkel. De Duitse bondskanselier gelooft dat Turkije nodig is voor de geopolitieke stabiliteit van de EU. Nu moet Erdo?an nog de banden nauwer aanhalen met Macron, die hij enkele weken geleden nog de huid had vol gescholden omwille van de wrijvingen rond Libië en de Mohamed-cartoons als inzet van de vrije meningsuiting. Ankara heeft alvast met Ali Onaner een oude studievriend van Macron tot ambassadeur in Frankrijk benoemd. Die persoonlijke vriendschap kan als balsem werken. Maar bij dit alles, bij al wat hier draait rond economie en buitenlandpolitiek, mag de EU de democratie en de rechtsstaat in Turkije niet uit het oog verliezen. De toestand ervan blijft zorgwekkend. De EU moet op haar strepen blijven staan en de 'civil society', het voor vrijheid strijdende middenveld, in Turkije hoop en perspectief bieden. Erdo?an bevindt zich in het defensief; de EU moet die kans benutten, niet alleen omwille van eigenbelang dat gediend is met goede economische en diplomatieke betrekkingen met Ankara, maar ook ten bate van de Turkse bevolking en het potentieel dat in haar sluimert.

Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan de KU Leuven. ?

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan laat zich de laatste weken naar de Europese Unie (EU) toe van zijn aardige kant zien. De man die in de loop van achttien jaar heerschappij van pro-Europese hervormer tot vogelschrik van mensenrechtenactivisten muteerde, heeft een charmeoffensief geopend. Aan de ambassadeurs van de EU-lidstaten in Ankara vertelde hij een 'nieuwe bladzijde' in de relaties tussen Turkije en de EU te willen openslaan en een 'positieve agenda' genegen te zijn. Het 'format' was op zich al een verrassing. Voor hij president werd in 2014 had hij hen als premier nog regelmatig ontmoet en nu pikte hij weer de draad op. Turkije had vorige week ook laten weten de dialoog met Griekenland te willen hervatten. Van 2002 tot 2016 hadden er 60 van die gesprekken plaatsgevonden; daarna waren ze in het slop geraakt. De sfeer tussen beide landen was bekoeld nadat Turkije afgelopen jaar begonnen was met gasboringen met als argument dat de zeegebieden rond Cyprus tot zijn continentaal plat zouden behoren. De EU had zich gepositioneerd aan de zijde van Griekenland en Cyprus en had in december 2020 zelfs sancties uitgevaardigd tegen Turkse functionarissen en firma's. Turkije zond een positief signaal uit door het onderzoeksschip Oruç Reis terug te trekken in de wateren rond Antalya. Vandaag komt Mevlut Cavusoglu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, naar Brussel voor een gesprek met Josep Borrell, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Ook Frankrijk en Duitsland hebben al gespreksbereidheid getoond. De Franse president Emmanuel Macron stuurde onlangs een vriendelijke brief naar Erdogan en Heiko Maas, de Duitse collega van Cavusoglu, was deze week in Ankara. Het lijkt wel alsof het ijs tussen de EU en Turkije aan het breken is. 'Europa heeft Turkije nodig!', plegen Turkse machthebbers en hun journalistieke spreekbuizen wat graag te zeggen. Uiteraard is Turkije een belangrijke economische en strategische partner voor de EU. Vergeten we ook niet dat de Europese regeringsleiders, de Duitse bondskanselier Angela Merkel op de eerste plaats, er als de dood voor zijn dat Turkije het vluchtelingenakkoord van maart 2016 zou opblazen. De Turkse regering heeft daar soms wel eens mee gedreigd als de kritiek vanuit 'Brussel' haar te veel werd. Op de keper beschouwd heeft Turkije Europa nu meer nodig dan omgekeerd. De Turkse economie doet het niet goed; een uitbreiding van de douane-unie met de EU en meer buitenlandse investeringen, niet alleen vanuit Europa, zijn meer dan welkom. Ontevredenheid onder de eigen bevolking zou ook het draagvlak voor Erdogan kunnen aantasten. Ook op buitenlandpolitiek vlak kan Turkije best een ruggensteun gebruiken. Het heeft met zijn directe of indirecte militaire en/of politieke acties in Syrië, Nagorno-Karabach en Libië en door de spanningen met Griekenland en Cyprus heel wat wenkbrauwen doen fronsen en her en der zelfs aan diplomatiek krediet ingeboet. Op de Europese Raad van maart 2021 overwegen de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-lidstaten zelfs verdere sancties als er geen beterschap intreedt. Ankara is ook beducht voor de nieuwe Amerikaanse president. Joe Biden was als vicepresident onder zijn voorganger Barack Obama 'bevoegd' voor Turkije. Hij heeft als kenner van het land de Turkse politiek al vaak gehekeld. Een concreet wrijvingspunt is de aanschaf door Turkije van de Russische S-400 luchtafweerraketten. Anthony Blinken, de gedesigneerde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, noemde Turkije daarom een 'zogenaamde strategische partner'. Erdogan wil met zijn charmeoffensief de wrevel in Brussel en langs dat kanaal ook in Washington afbouwen en zoete broodjes bakken. Erdogan kan rekenen op Merkel. De Duitse bondskanselier gelooft dat Turkije nodig is voor de geopolitieke stabiliteit van de EU. Nu moet Erdo?an nog de banden nauwer aanhalen met Macron, die hij enkele weken geleden nog de huid had vol gescholden omwille van de wrijvingen rond Libië en de Mohamed-cartoons als inzet van de vrije meningsuiting. Ankara heeft alvast met Ali Onaner een oude studievriend van Macron tot ambassadeur in Frankrijk benoemd. Die persoonlijke vriendschap kan als balsem werken. Maar bij dit alles, bij al wat hier draait rond economie en buitenlandpolitiek, mag de EU de democratie en de rechtsstaat in Turkije niet uit het oog verliezen. De toestand ervan blijft zorgwekkend. De EU moet op haar strepen blijven staan en de 'civil society', het voor vrijheid strijdende middenveld, in Turkije hoop en perspectief bieden. Erdo?an bevindt zich in het defensief; de EU moet die kans benutten, niet alleen omwille van eigenbelang dat gediend is met goede economische en diplomatieke betrekkingen met Ankara, maar ook ten bate van de Turkse bevolking en het potentieel dat in haar sluimert. Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan de KU Leuven. ?