De hele zaak draait rond een Turkse staatsburger die in Nederland in loondienst werkte. Hij had de status van langdurig ingezetene in de EU. In 2016 werd hij ziek, waarna hij in 2018 een arbeidsongeschiktheidsuitkering kreeg. Daarbovenop kreeg hij een toeslag om aan het minimuminkomen te geraken. Maar toen de werknemer even later naar Turkije terugkeerde, is die extra toeslag stopgezet. Die wordt namelijk enkel toegekend aan wie in Nederland verblijft. De Turkse man trok daarop naar de rechtbank. Op grond van het Associatieovereenkomst tussen Turkije en de Europese Unie zou de woonplaats niet mogen meetellen wanneer het gaat om de uitbetaling van bepaalde soorten socialezekerheidsuitkeringen aan Turkse werknemers in de EU, luidde de verdediging. Maar Turkse werknemers mogen wettelijk niet gunstiger behandeld worden dan werknemers uit de Europese Unie, en die zouden in dat geval de toeslag verliezen van zodra ze niet meer in Nederland wonen. Het Europees Hof van Justitie stelt nu in een arrest dat de man in principe in Nederland kon blijven wonen, omdat hij de status van langdurig ingezetene in de EU had. Dat maakt zijn situatie vergelijkbaar met die van een EU-burger, klinkt het, en dus strookt de Nederlandse regeling die de aanvullende toeslag voorbehoudt aan wie in Nederland woont met het Europees recht. Die regeling zou trouwens ook gelden voor Belgische werknemers in Nederland die terug naar België verhuizen, zegt Stefaan van der Jeught van het EU-Hof. (Belga)