Was triatleet Marten Van Riel de eerste Belgische coronapatiënt? Het zou best kunnen.
...

Was triatleet Marten Van Riel de eerste Belgische coronapatiënt? Het zou best kunnen. In oktober 2019 vonden in het Chinese Wuhan de Militaire Wereldspelen plaats. Meerdere atleten klaagden achteraf over pijnlijke hoestbuien en een drukkend gevoel op de longen. Dat was twee maanden voor China het eerste covid-19-geval bevestigde. Ook Van Riel had fysieke klachten na die Wereldspelen. 'Toen ik op Zaventem landde, voelde ik me grieperig. We hadden na de wedstrijd in Wuhan een feestje gebouwd, en een nachtvlucht vanuit China is vermoeiend. Ik had een stevige hoest en kreeg het wisselend warm en koud. Ik vond dat niet zo raar, want het was het einde van het seizoen. Als de druk van de ketel gaat, is iedere atleet vatbaar voor ziekte. Die "griep" circuleerde al in het atletendorp, want ik herinner me dat we op dat feestje lachend tegen elkaar zeiden dat we cocktails met veel vitamientjes moesten drinken, om zelf ook niet ziek te worden. In de periode daarna heb ik ook geregeld mijn temperatuur gemeten, wat niet van mijn gewoonte is. Niet dat ik mij zorgen maakte, maar ik vond het wel raar dat die griep bleef opflakkeren. Op 22 januari grapte ik op Instagram: "Hé, ik heb opnieuw de Wuhan-ziekte." Eén maand later vond niemand dat nog grappig.' Nog voor de pandemie in Europa doorbrak, was Van Riel van zijn griep af. Circuleerde het coronavirus al op de Militaire Wereldspelen? De kans lijkt groot, maar we zullen het wellicht nooit zeker weten. Bij triatlon denkt de Belgische sportliefhebber aan de Ironman, of specifieker nog: de Ironman van Hawaï. Dat is 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen, met daar nog een hele marathon van 42 kilometer bovenop. Een onderneming die zelfs de meest getrainde atleten sloopt. Daarnaast bestaan er halve Ironmans, kwarttriatlons of sprinttriatlons: telkens een kortere afstand. Ook op de Olympische Spelen is er triatlon: daar gaat het om 1500 meter zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer lopen. Wie meedoet aan de Ironmanwedstrijden, heeft op de Spelen niks te zoeken. Zie het als het verschil tussen pingpong en tennis: allebei met een racket, een bal en een net, maar toch heel andere sporten. België staat sterk in de olympische triatlon. Marten Van Riel, Jelle Geens, Claire Michel en Valerie Barthelemy hebben zich alle vier geplaatst voor Tokio. Individueel, en als nationaal team - de Belgian Hammers - voor de mixed relay: een gendergemengde estafettekoers met z'n vieren. De Hammers keerden pas terug van de World Triathlon Championships Series in Yokohama, die als testevent golden voor de Spelen. 'Het was een onwerkelijke ervaring', vertelt Van Riel, zesde op de Spelen van 2016. 'Ik heb letterlijk niks van Japan gezien. We landden op de luchthaven en wachtten op onze escorte die ons naar het hotel voerde. We mochten onze kamer niet uit, behalve om te trainen. Ook dat gebeurde altijd binnen, om toch maar geen enkele buitenstaander tegen het lijf te lopen. Eten werd voor de deur gezet. De begeleiders vergezelden je van je kamerdeur tot aan de loopband. Aan de ingang van het hotel stonden bewakingsagenten. Als je zomaar de straat op ging, was je strafbaar.' Voelde u zich er welkom? Marten Van Riel: Zo zou ik het niet noemen, nee. Er hing een rare sfeer, maar het is wél gelukt om die triatlon te houden. De accommodatie om te trainen was zeer goed. Ik ben Japan dankbaar dat het doorzet met de Olympische Spelen. De omstandigheden zijn moeilijk, maar daar kan het niks aan doen. Toch leken de coronaregels voor de Japanners minder streng dan voor ons hier in België. Ik zag volgepakte restaurants en drukke winkelstraten. Het leek alsof ze vooral bang waren dat wij buitenlanders het virus zouden binnenbrengen. Uit enquêtes blijkt dat een grote meerderheid van de Japanners wil dat de Spelen worden geannuleerd of uitgesteld. Van Riel: Daar heb ik weinig van gemerkt, maar ik heb zo goed als geen contact gehad met Japanners. Wel schrok ik van wat onze tolk zei. Claire Michel vroeg haar of ze ook op de Olympische Spelen zou moeten vertalen. 'Als die doorgaan hopelijk wel', was het antwoord. Ik ging ervan uit dat de Spelen sowieso plaatsvinden, maar in Japan wordt daar blijkbaar aan getwijfeld. Ik had het gevoel dat de strenge regels voor de triatlon van Yokohama een statement waren, om aan de publieke opinie te bewijzen dat ze de atleten veilig op afstand kunnen houden. Toch stonden er op de wedstrijddag veel fans langs het parcours. Ik heb toevallig een Japanse superfan en die zei me dat de bevolking werd geadviseerd om niet te komen supporteren. Dat hebben een paar duizend Japanners dan toch naast zich neergelegd. Hoe komt een Loenhoutse triatleet aan een Japanse superfan? Van Riel: Dat weet ik zelf eigenlijk niet zo goed. ( lacht) Op een receptie na een triatlon in Japan kwam Ami bij ons tafeltje staan. We praatten met elkaar en achteraf stuurde ze mij wedstrijdfoto's. Ik mailde om haar te bedanken en sindsdien zit er met Nieuwjaar en op mijn verjaardag een kaartje in de bus. Is er in Japan een triatlon, dan staat ze daar met cadeaus. In Yokohama gaf ze me een vlag met een foto van me. Ik kreeg ook al een velletje tattoostickers met de gezichten van mijn grootste tegenstanders. Mocht je iemand kennen die ik daar een plezier mee kan doen... ( lacht) Ami is trouwens mijn geheim wapen voor de olympische triatlon. Vorige zomer mailde ze elke dag een update van de temperatuur en de luchtvochtigheid in Tokio, op het geplande uur van de race. Erg nuttige informatie. Overdag is het in Tokio 30 graden. Dat is nog doenbaar, zou je zeggen, maar niet gecombineerd met die drukkende vochtigheid. De olympische marathon is verplaatst naar het noordelijke Sapporo, en terecht, maar de triatleten jagen ze er gewoon door. Het zwemmen wordt het ergst. De temperatuur in de baai rond Tokio ligt ook rond de 30 graden. Daarin sporten is levensgevaarlijk. Je kunt niet afkoelen, want je ligt al in het water. Hoe bereidt u zich daarop voor? Van Riel: Met warme baden. Dan bedoel ik niet lekker badderen met een goed boek en een badparel, maar puffen in 45 graden. Als je er niet op tijd uit komt, kun je bevangen raken. Een Italiaanse triatleet moest braken, midden in zijn bad. Zelf kan ik er vrij goed tegen, al is het bijzonder onaangenaam. En misschien doen we het allemaal voor niks. De regels zeggen dat het zwemmen wordt ingekort als het water warmer is dan 31 graden. Is het 32 graden, dan wordt dat onderdeel zelfs geschrapt. En kom je uit het water, dan slaat de luchtvochtigheid je in het gezicht. Fietsen gaat nog, lopen wordt een beproeving. Met warmtetenten hebben we geprobeerd om te trainen op Japanse temperaturen, maar daar zijn we van afgestapt. Ik voelde me uitgewoond. Je traint niet behoorlijk en je voelt je lijf verzwakken. We willen op het juiste moment aankomen in Tokio, zodat we er net lang genoeg zijn om te wennen aan de omstandigheden maar niet te veel energie verspillen met daar te trainen. U maakt ook gebruik van een zogenoemde thermopil? Van Riel: Ja, dat is een apparaatje dat de lichaamstemperatuur meet. We slikken het in voor de race en het verlaat het lichaam via de natuurlijke weg. Vroeger moest zo'n pil gerecupereerd worden uit de stoelgang, maar nu kunnen ze die gewoon uitlezen via bluetooth. Gelukkig, het was geen prettig karwei om zo'n oude thermopil terug te vinden. ( lacht) Ik blijk van nature niet al te sterk te verhitten. Een Nieuw-Zeelandse triatleet haalde bij het zwemmen een lichaamstemperatuur van 41,2 graden. Hoge koorts. Dat is echt gevaarlijk. Hebt u een wedstrijdtactiek voor de Olympische Spelen? Van Riel: Ja, maar die moet ik sowieso aanpassen aan de omstandigheden. Als het een zware koers wordt, eindig ik bijna vanzelf vooraan. Idealiter komt er een schifting bij het zwemmen en raken we met een kleine groep weg bij het fietsen. Kom ik zo mee voorop, dan kan ik mij onderscheiden in het lopen. De beste lopers komen doorgaans als laatsten uit het water. Niet dat ik bang ben van die mannen, maar het is gunstiger als zij niet bij de kop van de koers raken. Maar hoe zet je die kennis om in een tactiek, hè? Als ik als een gek begin te fietsen, verspil ik te veel energie. Ik moet een beetje durven te pokeren. Jelle Geens, de andere Belgische triatleet op de Spelen, is een fantastische loper. Van Riel: Een van de beste van de wereld. België zit safe: samen dekken wij tweeën alle koersscenario's af. Jelle is een minder goede zwemmer en zal hopen dat er daar geen te grote verschillen ontstaan. De kans is klein dat we samen op het podium staan. Maar een van ons beiden? Daar durf ik op te gokken. In Rio de Janeiro was ik zesde, en ik ben nu veel sterker. Ik ga niet naar de Spelen om vierde of vijfde te worden. Ik wil een medaille. Vincent Luis, de regerende wereldkampioen, steekt erbovenuit, maar achter hem zijn er tien, twintig man die elkaar waard zijn. Luis was in Yokohama trouwens ook maar zesde. Ik kom goed overeen met Jelle. We zijn allebei competitief ingesteld, maar we kunnen wel blij zijn wanneer de ander het goed doet. Daar hebben we zelf ook baat bij: Jelle moet in topvorm zijn voor de estafette. Die gemengde estafette is een nieuwe discipline. Hoe liggen de kansen? Van Riel: In Yokohama eindigden de Belgian Hammers 2e en 7e bij de mannen en 9e en 16e bij de vrouwen. De triatlongrootmachten kijken daar met grote ogen naar. Het is een fantastisch geluk om precies twee goeie mannen en twee goeie vrouwen te hebben. Alsof die mixed relay op onze maat is gesneden. Waarom zijn de Belgen zo goed in triatlon? Van Riel: We hebben onze geschiedenis mee. Met Luc Van Lierde en Kathleen Smet zitten de Belgen al sinds de jaren negentig op de eerste rij. Er bestaat hier een triatloncultuur: niemand kijkt op wanneer je met die sport begint. Zelf ben ik in het triatlon gerold via Marc Herremans (triatleet die in 2002 verlamd raakte en in 2006 de Ironman Hawaï categorie hand-cycle won, nvdr), een dorpsgenoot. Marc richtte een triatlonteam op om zijn neefje te motiveren om te sporten. Dat neefje zat bij mij in de zwemclub en van het een kwam het ander. Sinds begin dit jaar ben ik weg bij het team van Marc, maar ik heb alles aan hem te danken. Herremans staat bekend als een veeleisende trainer van de oude stempel. Durf je wel te zeuren als je weet wat hij allemaal heeft meegemaakt? Van Riel: Toen ik jong was, heb ik me daaraan laten vangen: ik verzweeg mijn blessures. Marc revalideert vier uur per dag, doet de gekste stunts met zijn handbike en klaagt nooit. Zou ik dan zeuren om een beetje pijn? Dat hij 'van de oude stempel' is, klopt. We hielden legendarische trainingssessies in de bossen van Loenhout. Dan maakte hij een boomstronk aan je vast met een klimgordel en zei: 'Loop nu maar die berg op'. We zwommen met kleren aan en gingen dan met die natte kleren aan sprinten. Het zwaarste was wanneer we moesten racen met Marcs handbike: je gaat kapot. Vandaag train ik op de moderne, wetenschappelijke manier en je ziet veel van Marcs vondsten terugkomen. Wat is uiteindelijk het verschil tussen sprinten met een weerstandselastiek en met een boomstronk een berg op rennen? Wilt u het voorbeeld van Herremans volgen en toewerken naar de Ironman? Van Riel: Ooit wel. De Ironman blijft iets mythisch, iets wat je wilt hebben meegemaakt als triatleet. Maar ik heb nog niet alles uit de korte afstand gehaald. Mijn palmares mag gezien worden, maar in veel races behaalde ik onopvallende uitslagen, terwijl ik het gevoel had dat er eigenlijk een stunt in zat. Hopelijk komt dat nog. Het plan is om me tot de Olympische Spelen van 2024 te richten op de korte afstand en daarna de switch te maken naar de Ironman. Mijn volgende wedstrijd is de Wereldbekerwedstrijd in Leeds, op zondag 6 juni. Daarna trek ik op warmtestage naar Girona, met veel sauna en warme baden. Over een contrast gesproken: van het ijzige water van Leeds naar hittetraining in de Spaanse zon. Midden juli reis ik af naar Tokio. Tot slot: bent u tevreden over uw deelname aan het tv-programma De Container Cup? U verloor nipt van roeier Ward Lemmelijn, al was uw eindtijd ruim beter dan de atleten uit het eerste seizoen, toen Mathieu van der Poel won. Van Riel: Als triatleet combineer je sporten, dus ik werd tot favoriet gebombardeerd. Onterecht. Veel van de proeven liggen ver van mijn bed, al heb ik het er niet slecht afgebracht. Ik had de pech dat de loopband niet sneller kon worden ingesteld, of ik had er nog een paar seconden afgepitst. Ward was finaal amper een halve seconde sneller. Niet dat ik zijn overwinning betwist. Ward weegt 105 kilogram en is gebouwd als een stier. Ik wil geen ruzie met hem zoeken. ( lacht) De Container Cup was geweldig leuk om te doen. We hebben weinig competitie gehad sinds corona, het was prettig om weer een doel te hebben.