Geachte minister Homans,

Met veel belangstelling heb ik vorige week uw optreden in het De zevende dag aanzien. Als minister van Armoedebestrijding straalde u van ambitie, wat mij gelukkig maakte. Uw boodschap echter, namelijk een eerste kentering ooit in de armoedecijfers, was voor mij een donderslag bij heldere hemel. Ik gun u dit positieve nieuws vast en zeker. Ik begreep echter niet goed van waar, maar ook waarom, dit bericht kwam.

Ik ben nu één jaar OCMW-voorzitter. Dat is een halve legislatuur zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst na de lokale verkiezingen in 2012. Ik ben heel bescheiden in het uitoefenen van mijn ambt. U zal mij nooit horen beweren dat ik de armoede in mijn gemeente structureel heb teruggedrongen. Mijn inzet is groot maar op enkele kleine verwezenlijkingen na, moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat ik het voorbije jaar in hoofdzaak heb bijgeleerd. Een tweetal weken terug had ik een interview met een lokale krant om terug te blikken op mijn eerste jaar als OCMW-voorzitter. "Ik ben geschrokken van zoveel armoede" kopte het artikel. Het was een eerlijke titel, gebaseerd op wat ik zelf heb gezien en de signalen die ik van onze medewerkers ontvang. Zondag hoorde ik u echter beweren dat het de goede kant op gaat? Een trendbreuk zelfs. Ik begreep er niets van.

Leefloners worden jonger

Wat wij merken in ons OCMW is dat we steeds meer mensen over de vloer krijgen. We hebben de indruk dat het aantal leefloners toeneemt, vooral onder de jongeren dan. We denken ook vast te stellen dat meer en meer mensen hun facturen niet meer kunnen betalen. Zelfs mensen met werk slagen er niet meer in om de eindjes aan elkaar te knopen. Wat wij als OCMW waarnemen, gaat eigenlijk in tegen wat u beweert. Het zijn natuurlijk wel empirische bevindingen, gelukkig zijn er nog altijd de cijfers. Voelen we dit dan zo verkeerd aan?

Blijkbaar niet. Het duurde niet lang of armoede-experts en -organisaties ontkenden uw boodschap. In de cijfers zou geen duidelijk daling te zien zijn. De cijfers zijn gebaseerd op steekproeven en de daling verdwijnt in de foutenmarge. Bovendien zou het zelf gaan om cijfers die slaan op het jaar 2014, het moment dat u minister werd. Uw beleid kan dus onmogelijk invloed hebben gehad op deze cijfers.

'Kentering armoedecijfers? Wat wij in ons OCMW merken, is dat we steeds meer mensen over de vloer krijgen'

We kunnen dus stellen dat uw maatregelen nog niet geëvalueerd kunnen worden. Best goed voor mij, de prijzen worden pas uitgedeeld aan de meet. Maar waarom trekt u dan zelf ten strijde met deze foutieve cijfers? U had toch kunnen verwachten dat armoede-experts de intellectuele oneerlijkheid hiervan onmiddellijk zouden aanvallen? Met de beste wil van de wereld zie ik hier maar één verklaring voor; er moet een positieve communicatie opgezet worden, ook al is de werkelijkheid anders.

Want zoals het nu loopt, loopt het niet bepaald lekker. De hervorming van de Vlaamse provincies wordt een kluwen, er is de onduidelijke integratie van gemeente en OCMW, en ook wat sociale huisvestiging betreft zijn er wat moeilijkheden. Best vervelend voor iemand die in 2014 werd aangekondigd als een 'super'-minister. Wat als de armoedecijfers dan nog eens blijken tegen te slaan?

'De eenvoudige rekensom leert ons dat armoede onmogelijk kan dalen als de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten.'

We kunnen pas grondig evalueren als de cijfers er zijn maar voorlopig ziet het er niet bepaald rooskleurig uit. Armoede-organisaties beweren dat de doelstellingen niet gehaald zullen worden. Eigenlijk hoeft dat niet echt te verbazen. Sta me toe om abstractie te maken van de persoonlijke problematieken die achter armoede schuilen. In essentie valt armoede dan te herleiden tot een eenvoudige rekensom. Zijn de maandelijkse ontvangsten hoger dan de uitgaven? Het huidige regeringsbeleid, zowel het Vlaamse als het federale, zorgt voor factuurstijgingen met geen of onvoldoende sociale correcties. Tegelijkertijd blijven de uitkeringen min of meer gelijk. Dan mag u nog beweren wat u wil, de eenvoudige rekensom leert ons dat armoede onmogelijk kan dalen als de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten.

Uw verdediging luidt dat u andere recepten hanteert. Werken is de oplossing. En voor een groot stuk klopt dat ook. Maar voor de doelgroep die in armoede leeft, is er echter nog geen daling van de werkloosheid. Het wordt dus ook nog even wachten op de uitkomst van deze maatregelen.

Ondanks deze negatieve elementen, kunt u misschien alsnog het tij doen keren. Ik mag het hopen. Want vergeet niet, u heeft een dure eed gezworen afgelopen zondag. "De kinderarmoede halveren, daar mag ik u nog altijd op afrekenen?" "Absoluut!".

Ik houd u er aan.

Dries Couckuyt (SP.A) is OCMW-voorzitter in Ingelmunster

Geachte minister Homans,Met veel belangstelling heb ik vorige week uw optreden in het De zevende dag aanzien. Als minister van Armoedebestrijding straalde u van ambitie, wat mij gelukkig maakte. Uw boodschap echter, namelijk een eerste kentering ooit in de armoedecijfers, was voor mij een donderslag bij heldere hemel. Ik gun u dit positieve nieuws vast en zeker. Ik begreep echter niet goed van waar, maar ook waarom, dit bericht kwam. Ik ben nu één jaar OCMW-voorzitter. Dat is een halve legislatuur zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst na de lokale verkiezingen in 2012. Ik ben heel bescheiden in het uitoefenen van mijn ambt. U zal mij nooit horen beweren dat ik de armoede in mijn gemeente structureel heb teruggedrongen. Mijn inzet is groot maar op enkele kleine verwezenlijkingen na, moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat ik het voorbije jaar in hoofdzaak heb bijgeleerd. Een tweetal weken terug had ik een interview met een lokale krant om terug te blikken op mijn eerste jaar als OCMW-voorzitter. "Ik ben geschrokken van zoveel armoede" kopte het artikel. Het was een eerlijke titel, gebaseerd op wat ik zelf heb gezien en de signalen die ik van onze medewerkers ontvang. Zondag hoorde ik u echter beweren dat het de goede kant op gaat? Een trendbreuk zelfs. Ik begreep er niets van. Wat wij merken in ons OCMW is dat we steeds meer mensen over de vloer krijgen. We hebben de indruk dat het aantal leefloners toeneemt, vooral onder de jongeren dan. We denken ook vast te stellen dat meer en meer mensen hun facturen niet meer kunnen betalen. Zelfs mensen met werk slagen er niet meer in om de eindjes aan elkaar te knopen. Wat wij als OCMW waarnemen, gaat eigenlijk in tegen wat u beweert. Het zijn natuurlijk wel empirische bevindingen, gelukkig zijn er nog altijd de cijfers. Voelen we dit dan zo verkeerd aan?Blijkbaar niet. Het duurde niet lang of armoede-experts en -organisaties ontkenden uw boodschap. In de cijfers zou geen duidelijk daling te zien zijn. De cijfers zijn gebaseerd op steekproeven en de daling verdwijnt in de foutenmarge. Bovendien zou het zelf gaan om cijfers die slaan op het jaar 2014, het moment dat u minister werd. Uw beleid kan dus onmogelijk invloed hebben gehad op deze cijfers. We kunnen dus stellen dat uw maatregelen nog niet geëvalueerd kunnen worden. Best goed voor mij, de prijzen worden pas uitgedeeld aan de meet. Maar waarom trekt u dan zelf ten strijde met deze foutieve cijfers? U had toch kunnen verwachten dat armoede-experts de intellectuele oneerlijkheid hiervan onmiddellijk zouden aanvallen? Met de beste wil van de wereld zie ik hier maar één verklaring voor; er moet een positieve communicatie opgezet worden, ook al is de werkelijkheid anders. Want zoals het nu loopt, loopt het niet bepaald lekker. De hervorming van de Vlaamse provincies wordt een kluwen, er is de onduidelijke integratie van gemeente en OCMW, en ook wat sociale huisvestiging betreft zijn er wat moeilijkheden. Best vervelend voor iemand die in 2014 werd aangekondigd als een 'super'-minister. Wat als de armoedecijfers dan nog eens blijken tegen te slaan?We kunnen pas grondig evalueren als de cijfers er zijn maar voorlopig ziet het er niet bepaald rooskleurig uit. Armoede-organisaties beweren dat de doelstellingen niet gehaald zullen worden. Eigenlijk hoeft dat niet echt te verbazen. Sta me toe om abstractie te maken van de persoonlijke problematieken die achter armoede schuilen. In essentie valt armoede dan te herleiden tot een eenvoudige rekensom. Zijn de maandelijkse ontvangsten hoger dan de uitgaven? Het huidige regeringsbeleid, zowel het Vlaamse als het federale, zorgt voor factuurstijgingen met geen of onvoldoende sociale correcties. Tegelijkertijd blijven de uitkeringen min of meer gelijk. Dan mag u nog beweren wat u wil, de eenvoudige rekensom leert ons dat armoede onmogelijk kan dalen als de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten. Uw verdediging luidt dat u andere recepten hanteert. Werken is de oplossing. En voor een groot stuk klopt dat ook. Maar voor de doelgroep die in armoede leeft, is er echter nog geen daling van de werkloosheid. Het wordt dus ook nog even wachten op de uitkomst van deze maatregelen. Ondanks deze negatieve elementen, kunt u misschien alsnog het tij doen keren. Ik mag het hopen. Want vergeet niet, u heeft een dure eed gezworen afgelopen zondag. "De kinderarmoede halveren, daar mag ik u nog altijd op afrekenen?" "Absoluut!". Ik houd u er aan.Dries Couckuyt (SP.A) is OCMW-voorzitter in Ingelmunster