In amper 15 jaar tijd groeide het Front National (FN) van 4,8 naar 7,7 miljoen stemmen. Daar waar de ongelijkheid het grootste is, blijkt het FN het sterkst te zijn. Marine Le Pen zet zich zo in de rij van Trump, Farage, Wilders en Hofer. Ze scoren allemaal uitstekend bij de losers van de globalisering.

Juichen dat Macron meer stemmen haalde lijkt misplaatste feestvreugde. Macron is een voormalige investeringsbankier die voor "neoliberaal socialisme" staat, een contradictio in terminis. Het is die "3e weg" van Blair, Schröder, Hollande en Obama die het bedje van extreem rechts spreidde. Zij stelden hun economieën zo radicaal open dat kapitaal de weg naar Panama en werk de weg naar China vond. Dat maakte de ongelijkheid enkel groter. Zijn we nu al het baanbrekende werk van de Franse professor Thomas Piketty en zijn 'Kapitaal in de 21e eeuw' vergeten? Deze globalisering doet de ongelijkheid systematisch toenemen en dat wreekt zich.

Een groeiende massa degradeerde van middenklasse in een socialistische welvaartsstaat naar opgejaagde onderklasse in een neoliberale strafstaat. Zij weten dat er een factor meer werklozen dan vacatures zijn en dat de verantwoordelijkheid desondanks in hun schoenen geschoven wordt.

'Tragisch dat de groen-linkse oppositie het woord 'protectionisme' niet over de lippen krijgt'

'

Trump won de verkiezingen vooral in de Rust Belt: nog zo'n schroothoop van de globalisering. Klassiek democratische bastions gingen plat op de buik voor iemand die hun situatie een slagveld noemde, waar het voor veel mensen in Detroit en omstreken op neer komt. Le Pen wint in de minst cosmopolitische en rurale delen van Frankrijk - het verkommerende hinterland. Het lege Frankrijk.

Ook voor onze ecosystemen werkt deze globalisering niet. Tussen 1950 en 1992 ging het aantal ton dat per schip over zee ging maal acht - en dat bleef ook in de 25 daaropvolgende jaren stijgen. Ergens in die periode begonnen we meer van de aarde te nemen dan wat de aarde kan aanmaken - wat men berekent in de Earth Overshoot Day. Die dag valt elk jaar vroeger, wat wil zeggen dat we elk jaar meer in ons natuurlijk kapitaal eten - met verstrekkende gevolgen.

In mijn boek "Frontlijnen" maak ik een wereldreis langs de achterkant van de wereldeconomie - naar plaatsen waar dat exploderende volume van nemen en dumpen voor steeds meer conficten zorgt. Vooral Europa hangt steeds meer aan een baxter: we voeren nu al 40% van ons eten in, leggen beslag op 85% van alle pellets op de wereldmarkt en importeren als geen enkel ander continent alles wat je in gewicht kan meten. We exporteren onze verroeste schepen, kapotte telefoons en zelfs stront naar wat Lawrence Summers de "ondervervuilde" landen noemde.

Een van de tragedies is dat de consequent groen-linkse oppositie het woord 'protectionisme' niet over de lippen krijgt. Protect is nochtans Engels voor beschermen. Protectionisme kan ook zijn: bescherming tegen slechte producten uit verre oorden gemaakt op een wijze die erg onvriendelijk voor arbeider én voor milieu is, verscheept in schepen die veel meer uitstoten dan alle auto's samen én die onze jobs doen verdwijnen.

Moeten schepen echt in China gemaakt, in Europa gebruikt en in Bangladesh op een strand afgebroken worden - of zou het niet beter zijn om meer jobs in onze scheepswerven terug te brengen? Moeten onze garnalen uit de Noordzee nu echt per vrachtwagen heel Europa doorkruisen, in Marokko gepeld worden en dan dezelfde weg terug volgen? Dat kost ons jobs en resulteert in een hoop files, beton, koelwagens, verpakking en uitstoot die te vermijden zijn.

'Waarom laten we hier producten toe die gemaakt zijn in arbeidscondities die we hier niet toelaten en op een milieu-schadelijk manier die hier niet zou mogen?'

Waarom laten we hier producten toe die gemaakt zijn in arbeidscondities die we hier niet toelaten en op een milieu-schadelijk manier die hier niet zou mogen? Er zijn heel sterke sociale én ecologische redenen om protectionistisch te zijn - en de grote bonus is: je hebt een hoopvol verhaal aan de vele slachtoffers van de globalisering te bieden. Een ander verhaal dan het extreem-rechtse, dat draait om de uitgeslotenen de kans te geven om weer anderen uit te sluiten.

Protectionisme is geen synoniem van nationalisme - dat is wat extreem rechts daar van maakt. Nobelprijswinnaar Economie Joseph Stiglitz argumenteerde in zijn boek 'eerlijke globalisering' dat je tariefmuren rond te vervuilende landen kunt bouwen door bestaande procedures van de Wereldhandelsorganisatie toe te passen.

In plaats van zonnepanelen uit China te belasten zou men grondstoffen zoals bauxiet, uranium, goud, olie, gas, steenkool, pellets en palmolie een pak moeilijker te verschepen kunnen maken - om zo hun ware prijs in het product te steken en ons te dwingen om de economie weer lokaler en duurzamer te maken. Dat zou veel jobs terugbrengen, bijvoorbeeld in de decentrale hernieuwbare energie sector en in alles wat met circulaire economie te maken heeft. Het zou perspectief geven aan heel wat mensen die nu naar extreem-rechts vluchten.

Enkel een radicaal eerlijke en beperkte handel in de grondstoffen die ons resten kan de twee grote uitdagingen van deze eeuw aanpakken: die van de groeiende ongelijkheid en die van het milieu.

Het beleid dat alles offert op het altaar van de globalisering is al aan het sterven, al zien de neoliberalen - al dan niet met een salon-socialistische dekmantel - dat zelden in. De slachtoffers van dat beleid zijn bezig om die wereldorde stap voor stap af te breken - aan racistisch-rechtse én aan eco-socialistische zijde. Europa staat op een kruispunt. Ofwel voeren we samen een sociaal ecologisch protectionistisch beleid met het oog op het herstel van globale ecosystemen, regionale jobs en een correctie op de groeiende ongelijkheid in. Ofwel groeien ongelijkheid en ecologische problemen en is het een kwestie van tijd voor Europeanen in vijandige loopgraven elkaar beloeren en hun frustraties op elkaar of een zwart schaap afreageren. Als iedereen weer nuchter is na het Macron-feestje, dan hoop ik dat we met velen kunnen nadenken over die onvermijdelijke keuze.

EPO
© EPO

Nick Meynen werkt bij de European Environmental Bureau maar schreef dit stuk in zijn hoedanigheid als auteur van het net verschenen en door Naomi Klein aanbevolen boek "Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie".

In amper 15 jaar tijd groeide het Front National (FN) van 4,8 naar 7,7 miljoen stemmen. Daar waar de ongelijkheid het grootste is, blijkt het FN het sterkst te zijn. Marine Le Pen zet zich zo in de rij van Trump, Farage, Wilders en Hofer. Ze scoren allemaal uitstekend bij de losers van de globalisering.Juichen dat Macron meer stemmen haalde lijkt misplaatste feestvreugde. Macron is een voormalige investeringsbankier die voor "neoliberaal socialisme" staat, een contradictio in terminis. Het is die "3e weg" van Blair, Schröder, Hollande en Obama die het bedje van extreem rechts spreidde. Zij stelden hun economieën zo radicaal open dat kapitaal de weg naar Panama en werk de weg naar China vond. Dat maakte de ongelijkheid enkel groter. Zijn we nu al het baanbrekende werk van de Franse professor Thomas Piketty en zijn 'Kapitaal in de 21e eeuw' vergeten? Deze globalisering doet de ongelijkheid systematisch toenemen en dat wreekt zich.Een groeiende massa degradeerde van middenklasse in een socialistische welvaartsstaat naar opgejaagde onderklasse in een neoliberale strafstaat. Zij weten dat er een factor meer werklozen dan vacatures zijn en dat de verantwoordelijkheid desondanks in hun schoenen geschoven wordt.'Trump won de verkiezingen vooral in de Rust Belt: nog zo'n schroothoop van de globalisering. Klassiek democratische bastions gingen plat op de buik voor iemand die hun situatie een slagveld noemde, waar het voor veel mensen in Detroit en omstreken op neer komt. Le Pen wint in de minst cosmopolitische en rurale delen van Frankrijk - het verkommerende hinterland. Het lege Frankrijk.Ook voor onze ecosystemen werkt deze globalisering niet. Tussen 1950 en 1992 ging het aantal ton dat per schip over zee ging maal acht - en dat bleef ook in de 25 daaropvolgende jaren stijgen. Ergens in die periode begonnen we meer van de aarde te nemen dan wat de aarde kan aanmaken - wat men berekent in de Earth Overshoot Day. Die dag valt elk jaar vroeger, wat wil zeggen dat we elk jaar meer in ons natuurlijk kapitaal eten - met verstrekkende gevolgen. In mijn boek "Frontlijnen" maak ik een wereldreis langs de achterkant van de wereldeconomie - naar plaatsen waar dat exploderende volume van nemen en dumpen voor steeds meer conficten zorgt. Vooral Europa hangt steeds meer aan een baxter: we voeren nu al 40% van ons eten in, leggen beslag op 85% van alle pellets op de wereldmarkt en importeren als geen enkel ander continent alles wat je in gewicht kan meten. We exporteren onze verroeste schepen, kapotte telefoons en zelfs stront naar wat Lawrence Summers de "ondervervuilde" landen noemde. Een van de tragedies is dat de consequent groen-linkse oppositie het woord 'protectionisme' niet over de lippen krijgt. Protect is nochtans Engels voor beschermen. Protectionisme kan ook zijn: bescherming tegen slechte producten uit verre oorden gemaakt op een wijze die erg onvriendelijk voor arbeider én voor milieu is, verscheept in schepen die veel meer uitstoten dan alle auto's samen én die onze jobs doen verdwijnen. Moeten schepen echt in China gemaakt, in Europa gebruikt en in Bangladesh op een strand afgebroken worden - of zou het niet beter zijn om meer jobs in onze scheepswerven terug te brengen? Moeten onze garnalen uit de Noordzee nu echt per vrachtwagen heel Europa doorkruisen, in Marokko gepeld worden en dan dezelfde weg terug volgen? Dat kost ons jobs en resulteert in een hoop files, beton, koelwagens, verpakking en uitstoot die te vermijden zijn. Waarom laten we hier producten toe die gemaakt zijn in arbeidscondities die we hier niet toelaten en op een milieu-schadelijk manier die hier niet zou mogen? Er zijn heel sterke sociale én ecologische redenen om protectionistisch te zijn - en de grote bonus is: je hebt een hoopvol verhaal aan de vele slachtoffers van de globalisering te bieden. Een ander verhaal dan het extreem-rechtse, dat draait om de uitgeslotenen de kans te geven om weer anderen uit te sluiten.Protectionisme is geen synoniem van nationalisme - dat is wat extreem rechts daar van maakt. Nobelprijswinnaar Economie Joseph Stiglitz argumenteerde in zijn boek 'eerlijke globalisering' dat je tariefmuren rond te vervuilende landen kunt bouwen door bestaande procedures van de Wereldhandelsorganisatie toe te passen.In plaats van zonnepanelen uit China te belasten zou men grondstoffen zoals bauxiet, uranium, goud, olie, gas, steenkool, pellets en palmolie een pak moeilijker te verschepen kunnen maken - om zo hun ware prijs in het product te steken en ons te dwingen om de economie weer lokaler en duurzamer te maken. Dat zou veel jobs terugbrengen, bijvoorbeeld in de decentrale hernieuwbare energie sector en in alles wat met circulaire economie te maken heeft. Het zou perspectief geven aan heel wat mensen die nu naar extreem-rechts vluchten.Enkel een radicaal eerlijke en beperkte handel in de grondstoffen die ons resten kan de twee grote uitdagingen van deze eeuw aanpakken: die van de groeiende ongelijkheid en die van het milieu.Het beleid dat alles offert op het altaar van de globalisering is al aan het sterven, al zien de neoliberalen - al dan niet met een salon-socialistische dekmantel - dat zelden in. De slachtoffers van dat beleid zijn bezig om die wereldorde stap voor stap af te breken - aan racistisch-rechtse én aan eco-socialistische zijde. Europa staat op een kruispunt. Ofwel voeren we samen een sociaal ecologisch protectionistisch beleid met het oog op het herstel van globale ecosystemen, regionale jobs en een correctie op de groeiende ongelijkheid in. Ofwel groeien ongelijkheid en ecologische problemen en is het een kwestie van tijd voor Europeanen in vijandige loopgraven elkaar beloeren en hun frustraties op elkaar of een zwart schaap afreageren. Als iedereen weer nuchter is na het Macron-feestje, dan hoop ik dat we met velen kunnen nadenken over die onvermijdelijke keuze.Nick Meynen werkt bij de European Environmental Bureau maar schreef dit stuk in zijn hoedanigheid als auteur van het net verschenen en door Naomi Klein aanbevolen boek "Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie".