De Vlaamse overheid streeft er naar om het aantal vrouwen in topfuncties op 40 procent te brengen tegen 2020. Nochtans, zo bleek onlangs, hun aantal vrouwelijke topambtenaren bij de Vlaamse overheid daalde deze legislatuur al van 24 naar 21 procent. Uit cijfers van elf selectieprocedures die sinds 2015 plaatsvonden, blijkt dat er zich minder vrouwen kandidaat stellen dan mannen. 29 procent van de kandidaten was een vrouw. Na screening van de cv's steeg dit tot 30,1 procent, een cijfer dat na de eerste ronde stabiel bleef. Na de tweede ronde, het verkennend gesprek, steeg het aandeel vrouwen dat overbleef tot 34,5 procent. Aan de laatste ronde, het interview met de minister, is dus één op de drie overblijvende kandidaten een vrouw. "Verhoudingsgewijs zou je dus verwachten dat ook één op de drie van de benoemde topambtenaren een vrouw is, maar dat blijkt niet het geval. Slechts één op de vijf benoemde topambtenaren is een vrouw", klinkt het bij Groen. Nochtans bepaalt het personeelsstatuut van de Vlaamse overheid dat, zolang de streefcijfers niet gehaald worden, er bij gelijkwaardigheid voorrang gegeven moet worden aan de kandidaat uit de ondervertegenwoordigde groep. Pira meent dat de minister deze regelt niet respecteert. "Na een positieve evaluatie in ronde 1, 2 en 3 kan je objectief besluiten dat de overblijvende kandidaten gelijkwaardig zijn en er dus voorrang gegeven moet worden aan een vrouw, zolang het streefcijfer van de minister niet is gehaald", zegt Pira. Minister Homans spreekt dat in haar antwoord aan parlementslid Pira tegen. "Er werd steeds gekozen voor de beste kandidaat", luidt het. (Belga)

De Vlaamse overheid streeft er naar om het aantal vrouwen in topfuncties op 40 procent te brengen tegen 2020. Nochtans, zo bleek onlangs, hun aantal vrouwelijke topambtenaren bij de Vlaamse overheid daalde deze legislatuur al van 24 naar 21 procent. Uit cijfers van elf selectieprocedures die sinds 2015 plaatsvonden, blijkt dat er zich minder vrouwen kandidaat stellen dan mannen. 29 procent van de kandidaten was een vrouw. Na screening van de cv's steeg dit tot 30,1 procent, een cijfer dat na de eerste ronde stabiel bleef. Na de tweede ronde, het verkennend gesprek, steeg het aandeel vrouwen dat overbleef tot 34,5 procent. Aan de laatste ronde, het interview met de minister, is dus één op de drie overblijvende kandidaten een vrouw. "Verhoudingsgewijs zou je dus verwachten dat ook één op de drie van de benoemde topambtenaren een vrouw is, maar dat blijkt niet het geval. Slechts één op de vijf benoemde topambtenaren is een vrouw", klinkt het bij Groen. Nochtans bepaalt het personeelsstatuut van de Vlaamse overheid dat, zolang de streefcijfers niet gehaald worden, er bij gelijkwaardigheid voorrang gegeven moet worden aan de kandidaat uit de ondervertegenwoordigde groep. Pira meent dat de minister deze regelt niet respecteert. "Na een positieve evaluatie in ronde 1, 2 en 3 kan je objectief besluiten dat de overblijvende kandidaten gelijkwaardig zijn en er dus voorrang gegeven moet worden aan een vrouw, zolang het streefcijfer van de minister niet is gehaald", zegt Pira. Minister Homans spreekt dat in haar antwoord aan parlementslid Pira tegen. "Er werd steeds gekozen voor de beste kandidaat", luidt het. (Belga)