Spreek ik met Vladimir?
...

Spreek ik met Vladimir? Tom Van Dyck:(verrast) Jazeker. Hoe weet u dat? Zie ik er met mijn sikje als een Vladimir uit, vindt u? In de trailer zegt u: 'Het komt niet iedere dag voor dat men ons nodig heeft.' Dat is een zin van Vladimir. Van Dyck: Klopt! We zijn tevreden met de trailer, maar onze wandeling in het groen verklapt niets over wat we al maanden in ons schild voeren. (lacht) 'We' dat zijn Nico Sturm, Koen De Sutter, Tom Dewispelaere en ikzelf. Dit stuk opvoeren, was Toms idee. Hij stelde voor om dat bij Toneelhuis te doen, samen met zijn collectief Olympique Dramatique. Uiteraard wilde ik meedoen! Op mijn vijftiende stal ik de tekst uit de bibliotheek van Herentals. (lacht) Hij bleef op de 'ooit te spelen'-plank liggen. De vraag van Tom kwam er vóór we met z'n allen in dit disruptieve tijdperk verzeilden. Maar het past er perfect bij. Misschien hebben de Olympique Dramatiquers een seismograaf waarmee ze voelen welk stuk de wereld nodig heeft? Waarom heeft de wereld dit stuk nodig? Van Dyck: Samuel Beckett schreef een stuk over wachten op een bevrijding. Wat doen wij vandaag? Beckett schreef het stuk in 1952. Hij voert twee mannen in een sjofel pak en met een bolhoed op. Naast een boom wachten zij op een zekere heer Godot. Intussen laat Beckett hen een geestige, ontroerende en filosofische dialoog voeren. Uit hun gesprek spreekt de naoorlogse tijdgeest. De wereld was verwoest. 'Wat doen wij hier? Dat moeten we ons afvragen', laat Beckett Vladimir zeggen. Dat is exact wat ook wij ons afvragen. Albert Camus' essay De mythe van Sisyphus en het gedachtegoed van het existentialisme schemeren door dit stuk heen, zónder het loodzwaar te maken. Hoe repeteert u een stuk in deze tijd? Van Dyck: De tekstlezingen gebeurden met voldoende afstand van elkaar. Sinds het echte spelen startte, behoren we tot elkaars bubbel van vijf. De Britse schrijver Michael Frayn vertelde onlangs in The New Yorker dat social distancing op het toneel goed is. 'Hoe groter de afstand is, hoe harder een acteur moet werken en hoe mooier de emotie wordt.' Bent u het daarmee eens? Van Dyck: De acteurs zullen het wel weer oplossen! (lacht) In dit stuk moet je elkaar vastpakken. 'Sta op, dan kan ik je omhelzen', zegt Vladimir in de openingsscène tegen Estragon. 'Straks', mompelt die. Maar, er is geen locatie beter geschikt voor social distancing dan onze speelplek: de Waagnatie, een hal van 5000m2 waar de wind doorheen kan waaien als je enkele deuren openzet. Repeteren is hier pure conditietraining! Het publiek zit veilig en comfortabel in de oude stoeltjes van de Bourla. Wij spelen op het grootste podium waarop we ooit zullen spelen. Ineens maken we locatietheater en doen het omgekeerde van wat Beckett voor ogen had: een klein podium. Fantastisch! Hoe trekken we na afloop de nacht in? Van Dyck: Met hoop, plus een rugzak stampvol schone en vaak grappige zinnen. Slapstick à la Buster Keaton is nooit ver weg. Bijvoorbeeld in de openingsscène, waarin Estragon zijn voet niet uit zijn schoen krijgt. Beckett doet lachen én denken. Over het leven. Over de tijd beleven. En, het allerbelangrijkste: Estragon en Vladimir wachten samen. Zij belichamen de essentie van dit leven: een mens is niet gemaakt om alleen te zijn of te werken. Ook een kunstenaar niet, besef ik. Na al die jaren weer op een podium staan, met collega's, doet zó veel deugd.