Op de cover van Tom Lanoyes jongste roman, Zuivering, prijkt Marek's Disease, een gepluimde haan van kunstenaar Koen Vanmechelen. 'Een prachtig beeld', vindt de schrijver. De kunstenaar glimlacht even. We zitten aan een grote marmeren tafel in Labiomista, Vanmechelens nieuwe studio op de site van de voormalige zoo van Zwartberg. In de grote glazen volière achter ons vliegen reuzentoekans. In de indrukwekkende, door de Zwitserse architect Mario Botta ontworpen hal staat en hangt een staalkaart van het door kippen, eieren en stieren gedomineerde werk van Vanmechelen. 'Vanaf volgend jaar is het grote publiek hier welkom', zegt hij. 'Deze site ligt op de grens van de menselijke beschaving en de jungle. Aan de straatkant ligt de stad Genk, en aan de andere kant van het terrein begint Nationaal Park Hoge Kempen. De kip komt uit de Himalaya, waar de échte grens tussen beschaving en jungle loopt. Als kunstenaar zoek ik die grens op. Het maakt deze plek perfect geschikt voor Labiomista, wat "het gemengde leven" betekent.'
...

Op de cover van Tom Lanoyes jongste roman, Zuivering, prijkt Marek's Disease, een gepluimde haan van kunstenaar Koen Vanmechelen. 'Een prachtig beeld', vindt de schrijver. De kunstenaar glimlacht even. We zitten aan een grote marmeren tafel in Labiomista, Vanmechelens nieuwe studio op de site van de voormalige zoo van Zwartberg. In de grote glazen volière achter ons vliegen reuzentoekans. In de indrukwekkende, door de Zwitserse architect Mario Botta ontworpen hal staat en hangt een staalkaart van het door kippen, eieren en stieren gedomineerde werk van Vanmechelen. 'Vanaf volgend jaar is het grote publiek hier welkom', zegt hij. 'Deze site ligt op de grens van de menselijke beschaving en de jungle. Aan de straatkant ligt de stad Genk, en aan de andere kant van het terrein begint Nationaal Park Hoge Kempen. De kip komt uit de Himalaya, waar de échte grens tussen beschaving en jungle loopt. Als kunstenaar zoek ik die grens op. Het maakt deze plek perfect geschikt voor Labiomista, wat "het gemengde leven" betekent.' 'Ik voel me heel sterk aangetrokken tot Koens werk', zegt Lanoye. 'Waarschijnlijk heeft het met mijn afkomst te maken: ik ben de zoon van een slager. Ik vind het geweldig hoe hij met zijn Cosmopolitan Chicken Project een kunstvorm heeft gemaakt van het creëren van de oerkip.' Koen Vanmechelen: Misschien zijn we er dan nu klaar voor om samen een boek te maken? Tom Lanoye: Graag. Vanmechelen: Fantastisch. Ik zal dan met je samenwerken zoals ik dat met wetenschappers of filosofen gedaan heb. Ik vind het belangrijk dat iedereen zijn eigenheid behoudt. Ik ben geen schrijver en zal dat ook nooit pretenderen. Als ik met geneticaprofessoren Jean-Jacques Cassiman of Olivier Hanotte samenwerk, trek ik ook geen wit schort aan om het genoom te ontleden. Ik werk gewoon graag samen met mensen die in hun vakgebied uitblinken, dat inspireert me. Al staat dat haaks op hoe we tegenwoordig met elkaar omgaan. Ik plaats mezelf binnen de kosmopolitische renaissance. Dat zult u toch even moeten uitleggen. Vanmechelen: Ik bedoel dat je vandaag voor het eerst in de geschiedenis toegang kunt krijgen tot alle mogelijke kennis. Als ik dat wil, stap ik morgen op het vliegtuig en reis ik naar de andere kant van de wereld om een geleerde een paar lastige vragen te stellen. Lanoye: Ik vind 'kosmopolitische renaissance' een schitterende term, zeker in tijden waarin het woord 'kosmopolitisme' gepolitiseerd, gedramatiseerd en verdacht wordt gemaakt. 'Renaissance' betekent dan weer 'wedergeboorte', en Koens werk bulkt daarvan. Toen ik hier de allereerste keer kwam, zag ik de link met Afrika. Koens kosmopolitisme zit niet alleen in zijn ontmoetingen met kwantumfysici en genetici, maar ook in zijn projecten in Tanzania, Zimbabwe en Ethiopië. Met de kennis die hij met zijn Cosmopolitan Chicken Project heeft opgedaan, probeert hij in die Afrikaanse landen de lokale veestapel te versterken. Tezelfdertijd is dat ook een kunstproject, dat prachtige gelooide stierenhuiden in plexiglas oplevert. Als ik geen schrijver maar een beeldend kunstenaar was, zou ik misschien ook experimenteren met kruisbestuivingen tussen kippen en hanen. Meneer Vanmechelen, 25 jaar geleden ging u op een podium staan om uw werk uit te leggen. Daar kreeg u veel kritiek op.Vanmechelen: Inderdaad, 'een kunstenaar hoort zijn werk niet uit te leggen aan het grote publiek', heette het. En ze vonden ook dat een kunstenaar zich met kunst moest bezighouden, en niet met wetenschappen. Ik moest braafjes in mijn mand blijven zitten. Verschrikkelijk vond ik dat. Tom is trouwens op dezelfde manier uit zijn keurslijf gebroken: hij kroop op een podium en werd performer. We hebben in alle disciplines mensen nodig die durven te zeggen: 'Kus mijn kloten, ik doe mijn zin en ik doorbreek grenzen.' Maar dat lukt alleen als je het hartstochtelijk wilt... Lanoye:... en dat kun je niet van iedereen verlangen. Want er zijn ook kunstenaars die een typisch Europese esthetische opvatting koesteren en alleen willen uitpuren. Heeft het zin om zuiverheid na te streven? Lanoye: Het is prima als het een gevolg is van hoe de kunstenaar in kwestie in elkaar zit. Maar ik heb er een hekel aan als er dan tegen mensen zoals wij wordt gezegd: 'De esthetiek dwingt jullie ertoe om óók die zuivere lijn aan te houden.' Ik wil de vrijheid om onzuiver te zijn niet verliezen. Want dan wordt het een ideologische discussie in plaats van een esthetische? Lanoye: Precies. Soms worden esthetische opvattingen gebruikt om andere kunstuitingen bij voorbaat uit te sluiten - bijvoorbeeld om het exuberante in Koens werk en het grensoverschrijdende in het mijne verdacht te maken en af te wijzen. Zeker een schrijver hoort zich niet al te uitbundig te gedragen. Hij moet in een deftig pak voor de fotograaf poseren, en hij mag vooral geen rood kostuum aantrekken dat hij bij Congolese kleermakers in Kaapstad heeft gekocht. (tegen de fotograaf) Wat vind je van mijn kostuum? Vanmechelen: Als beginnend kunstenaar had ik niet door hoeveel taboes er wel waren in de kunstwereld. En het beleid versterkte dat alleen maar, want de regels werden zo geschreven dat je je als kunstenaar volledig moest conformeren als je wilde meedraaien. Ik heb nooit gepast in wat het beleid voorschreef. Intussen is de samenleving veel diverser geworden. Maar er speelt ook een andere tendens: ondanks de steeds grotere diversiteit trekken steeds meer mensen zich op hun eiland terug. Vanmechelen: We staan op een kantelpunt. Maar of we diversiteit nu leuk vinden of niet, ze is gewoon een feit. De natuur dringt de diversiteit op. Je kunt daar ideologisch tegen vechten, maar uiteindelijk verlies je toch. Als we ons niet snel allemaal als migranten beginnen te gedragen, kunnen we het schudden. Een migrant komt ergens terecht, gaat op zoek naar kansen en probeert zijn weg te maken. Dat kunnen we maar beter allemaal doen, anders dommelen we in, worden we afhankelijk van het systeem, doden we elke vorm van creativiteit en verstomt alle commentaar. Terwijl dát net is wat een kunstenaar moet doen: commentaar leveren op de samenleving. Het begrip 'commentaar' is belangrijk, want ik geloof niet in kritiek. Kritiek doodt de andere kant. Lanoye: Ik hou juist heel erg van kritiek. Vanmechelen: Dat weet ik. Maar commentaar houdt de mogelijkheid open dat er een oplossing gevonden wordt die boven beide partijen uitstijgt. In de kritiek die je op iets levert, zit meteen al jóúw oplossing vervat. Lanoye: Beeldende kunst leent zich vanzelf meer tot commentaar, want pamflettaire beeldende kunst begint snel te vervelen. Met pamflettaire literatuur is het anders: ze heeft een houdbaarheidsdatum, maar ze is als genre best zinvol. Mijn boek Zuivering is tezelfdertijd analyse, commentaar, verbeelding én zelfonderzoek. Het hoofdpersonage Gideon Rottier is een stotterende eenzaat met een extreem beroep: hij maakt huizen schoon na brand, overstroming of zelfmoord. Hij neemt zijn nieuwe collega, de Syrische vluchteling Youssef, op in zijn herenhuis - dat met zijn vergulde muurschilderingen in de traphal heel sterk op mijn huis lijkt. Die roman is iets helemaal anders dan mijn kritische columns. Net als Koen hou ik van vermenging, maar dat wordt ons niet altijd in dank afgenomen. Daarom kom ik ook zo graag in Afrika, want daar wordt vermenging niet ter discussie gesteld. Vanmechelen: En die vermenging noem ik dus kosmopolitisme. Het vermogen om de schoonheid naast de lelijkheid te laten bestaan. Is uw kosmopolitisme niet iets heel elitairs? Vanmechelen: Helemaal niet, ze is net heel gewoon. Een samenleving waarin mensen met de vinger worden gewezen omdat ze zwart, dik of dun zijn, is allesbehalve kosmopolitisch. In een kosmopolitische maatschappij schrikken mensen niet van de verschillen. Lanoye: Kosmopolitisme is geen Disney-achtige hakuna matata-versie van de werkelijkheid. Natuurlijk zijn er veel problemen in onze diverse, multiculturele samenleving. Maar kende de monoculturele maatschappij met haar homogene bevolking dan nooit problemen? De geschiedenis van Europa bewijst het tegendeel - denk maar aan de twee wereldoorlogen. De multiculturele samenleving zorgt bij velen toch ook voor vervreemding? Het is toch niet voor niets dat veel Vlamingen die op het platteland wonen een heilige schrik hebben voor een superdiverse stad als Brussel? Lanoye: Dat zegt vooral iets over die mensen. Er zijn reservaten van homogeniteit gecreëerd, en de inwoners daarvan maken zichzelf wijs dat ze in de werkelijkheid leven. En iedereen die in het reservaat van de dialect sprekende, blanke Vlaming uit de toon valt, wordt als een 'wereldvreemde, vijandige kosmopoliet' beschouwd. Vanmechelen: Ik ben een kosmopoliet en ik ben ook niet bang om dat vrijuit te zeggen. Kunst ís vrijheid. Neem die vrijheid weg, en het wordt propaganda. We moeten oppassen dat we niet in zo'n situatie verzeild geraken. Wie zich vandaag wereldburger durft noemen, wordt op sociale media afgemaakt. Lanoye: Die haat is inderdaad erg fel. Door de rechtse propaganda zijn we nu op een bizar punt aanbeland waarop een schrijver zoals Jeroen Olyslaegers elitair wordt genoemd en een ondernemer zoals Fernand Huts een rebel. Er is dus een werkelijkheid gecreëerd die niet bestáát. Nee, hun écht probleem is iets anders. Hun echte probleem zijn open grenzen. De rechtse propaganda waarschuwt voor al die 'wereldvreemde linkse wereldburgers' die voorstander zijn van open grenzen. Die grenzen staan wel degelijk open, maar niet voor vluchtelingen uit Syrië of Sudan. Wel voor het grootkapitaal, voor multinationals, voor lui met rekeningen op de Kaaimaneilanden, voor de afgezette Catalaanse premier Carles Puigdemont. Die wordt hier kritiekloos met open armen ontvangen, terwijl hij in Spanje de grondwet geschonden heeft. Ik vind dat waanzin. Zou het kunnen dat de afkeer van de 'kosmopolitische elite' komt van mensen die het geld niet hebben om de wereld rond te reizen? Lanoye: Hun afkeer heeft vooral te maken met hun instelling, met een gebrek aan openheid en nieuwsgierigheid. Of met angst. Lanoye: De meest gepamperde burger is de rechts-populistische kwezel. Laten we daar toch niet te veel eieren meer onder leggen. Iedereen praat hem naar de mond. Vanmechelen: Tom heeft gelijk. Uiteindelijk zullen we de diversiteit moeten aanvaarden. Dat pas ik ook toe in mijn werk. Met mijn Cosmopolitan Chicken Project heeft 'mijn kip' de voorbije jaren een enorme diversiteit ontwikkeld. Ze is genetisch meer dan dubbel zo divers als een kip uit de supermarkt. Die laatste leeft in een volstrekt gecontroleerde omgeving. Onze samenleving gaat ook die kant op, daar wil niemand toch in leven? Pas nu barst het debat over diversiteit los, terwijl het dertig jaar geleden al gevoerd had moeten worden. Nee, het is tijd voor the revenge of the locals. Jarenlang werden grondstoffen zonder boe of ba weggenomen, en werd de globalisering boven de hoofden van de lokale bevolking heen in stilte georganiseerd. De reactie van de burgers is dan: 'Weg met het establishment!' Dan nemen ze wraak en stemmen ze op de verkeerde - we hebben het gezien met de verkiezing van Donald Trump. Met mijn huidige werk probeer ik te tonen dat het globale alleen maar mogelijk is dankzij de generositeit van het lokale. Globalisering kan pas werken als de lokale bevolking bereid is om haar natuurlijke bronnen of ideeën vrij te geven.