Er klipkloppen opnieuw paardenhoeven over de markt en bootjes glijden over de reien, maar de coronaklap is nog lang niet verteerd voor de Brugse toeristische sector. In 2019 leverden 7,9 miljoen toeristen Brugge een omzet van 649 miljoen euro op, vorig jaar viel dat terug tot ongeveer een derde.
...

Er klipkloppen opnieuw paardenhoeven over de markt en bootjes glijden over de reien, maar de coronaklap is nog lang niet verteerd voor de Brugse toeristische sector. In 2019 leverden 7,9 miljoen toeristen Brugge een omzet van 649 miljoen euro op, vorig jaar viel dat terug tot ongeveer een derde. Wat brengt de zomer van 2021? 'We weten het oprecht niet', zegt toerismemanager Dieter Dewulf van Visit Bruges, over wie toerisme-expert Jan van der Borg (zie blz. 8) met lovende woorden praat. 'Uit onderzoek blijkt dat de reishonger groot is bij de Europeanen. Straks vallen de reisbeperkingen grotendeels weg, maar of een vakantie min of meer onder normale omstandigheden kan doorgaan, bepaalt of men vertrekt. Bezoekers uit andere continenten verwachten we deze zomer amper. Brugge mikt op Belgen en toeristen uit de buurlanden.' Overleeft de Brugse toeristische sector de coronacrisis? Dieter Dewulf: Onze sector draait in de overlevingsmodus en de onzekerheid knaagt: elke toeristische onderneming is een levenswerk. Via steunprogramma's proberen we de moeilijke periode te overbruggen. In vorige crisismomenten heeft onze sector zich altijd veerkrachtig getoond. Dat moet nu ook lukken. Brugge zet in op 'duurzaam toerisme'. Zien jullie dan liever geen dagjestoeristen, cruiseschepen of groepsreizen aankomen? Dewulf: Het lokale draagvlak is hier hoog: in 2019 steunde 76 procent van de Bruggelingen expliciet het toerisme. Naar mijn aanvoelen is de steun sinds corona nog gegroeid. Bruggelingen zijn trots op hun stad en willen die met de hele wereld delen. In onze visie hangt het welbevinden van inwoners, bezoekers en ondernemers samen. Toerisme moet niet alleen economische, maar ook maatschappelijke meerwaarde bieden. Al voor covid hebben we ingezet op een beter en duurzaam toerisme, postcorona ligt de klemtoon op duurzaam herstel. In onze campagnes mikken we op de meerwaardezoeker die tijd neemt om de stad te ontdekken: bezoekers die de platgetreden paden verlaten, met respect voor de ziel van de stad. We zetten Brugge in de markt als een esthetisch privilege. Maar iedereen is en blijft welkom in de stad. Op topdagen lopen er voor iedere Bruggeling twee toeristen rond in de stad. Enige overlast lijkt onvermijdelijk. Dewulf: In het topjaar 2018 kende onze stad 32 drukke dagen. Een 'drukke dag' omschrijven wij als: er is evenveel volk op straat als tijdens de Heilig Bloedprocessie. Brugge kende dus nooit de excessieve, permanente druk van andere Europese steden. Zelfs op topdagen is de drukte binnen het toeristische centrum kort en beperkt tot een handvol plekken. We proberen de toeristische activiteit in tijd en ruimte te spreiden. De Triënnale, die nog loopt tot oktober, is een goed voorbeeld: het kunstenparcours leidt de bezoeker naar minder bekende maar evengoed unieke plekken. Zo verrijk je de beleving. Brugge is zijn tijd ver vooruit in het beheersbaar houden van toerisme, het is zelfs een referentie in Europa. Daar halen we straks ons voordeel uit, want plekken die als druk worden gepercipieerd, zullen na corona almaar meer worden gemeden. Ontwikkelingen die we al zagen voor de pandemie komen in een stroomversnelling. Toeristen willen bewuster reizen, minder oppervlakkig en dichter bij huis. Ook authentieke belevingen winnen aan belang. Op al die punten scoort Brugge goed.