Stel dat we er, door enkele aanpassingen aan de vakantieregeling, voor kunnen zorgen dat leerlingen minder leerachterstand hebben, schooluitval wordt tegengegaan en leerkrachten een betere balans vinden bij het uitoefenen van hun job? Is het dan niet onze plicht dit te onderzoeken en het bij een positief resultaat door te voeren?

Het is met de inkorting van de zomervakantie als met het monster van Loch Ness: iedereen heeft er een mening over, het steekt om de zoveel tijd zijn hoofd boven water en verdwijnt daarna voor een poosje onder de radar. Ook over de herschikking van de andere schoolvakanties worden te pas en te onpas ballonnetjes opgelaten, waarna het dossier weer geruisloos in de schuif wordt gestoken. De coronacrisis en de recente initiatieven van de Franse Gemeenschap dwingen ons echter om ook in Vlaanderen het debat eindelijk eens ten gronde te voeren, een beslissing te nemen en klare wijn te schenken.

Tijd om discussie over hervorming schoolvakanties eindelijk te beslechten.

De Franse Gemeenschapsregering hakte op 12 mei 2021 de knoop door: schoolvakanties gaan er in Franstalig België vanaf 2022 anders uitzien. De zomervakantie wordt voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs ingekort tot zeven weken en hun herfst- en krokusvakantie zal twee weken duren. Voor de kerst- en paasvakantie verandert er niets: die blijft twee weken duren. Leerlingen gaan dus niet minder vakantiedagen hebben; ze worden enkel verschoven. Voor alle duidelijkheid: deze hervorming is enkel van toepassing in de Franse Gemeenschap en geldt dus niet voor Vlaamse scholen.

In Vlaanderen begint de zomervakantie op 1 juli en eindigt ze op 31 augustus. Er is discussie over, maar de oorsprong van onze twee maanden durende 'grote vakantie' is terug te brengen tot de agrarische samenleving, waar kinderen de hele zomer thuis moesten zijn om mee te helpen op het land. Die tijden liggen gelukkig ver achter ons. Men kan zich dus de vraag stellen of het niet stilaan tijd wordt om het schooljaar te enten op pedagogische principes in plaats van op een maatschappijmodel uit de 19e eeuw...

Europees gemiddelde

Een lange zomervakantie heeft als voordeel dat er meer tijd is voor ontspanning en andere vormen van ontwikkeling. Maar je leest wel eens dat onze zomervakantie tegenover andere Europese landen vrij lang duurt. Hoe is de situatie dan gesteld in de rest van Europa? Vlaanderen bevindt zich met acht tot negen weken zomervakantie in de Europese middenmoot. Frankrijk, Luxemburg en Noorwegen voorzien net als wij acht weken. Zowel in Nederland en Duitsland (waar de precieze timing verschilt van regio tot regio) als in het Verenigd Koninkrijk duren de zomervakanties slechts zes weken. De langste vakantieperiodes zien we dan weer vooral in Zuid-Europa. In Spanje duurt de vakantie elf weken en in Italië spreken we zelfs van twaalf tot veertien weken.

Pedagogische voordelen

Er zijn wel degelijk enkele goede argumenten aan te brengen om onze zomervakantie met twee weken in te korten en de krokus- en herfstvakantie met een week te verlengen.

  • Pedagogen pleiten ervoor om de coronacrisis aan te grijpen als momentum om de schoolvakanties in overeenstemming te brengen met wat de pedagogische inzichten ons daarover leren. Zo blijkt uit onderzoek dat twee maanden zomervakantie voor veel kinderen te lang is en bovendien voor extra leerachterstand zorgt; een fenomeen dat bekend staat als summer learning loss.
  • Lange zomervakanties zouden net diegenen treffen die het meest gebaat zijn bij leren: kwetsbare leerlingen. Zij lopen meer leerachterstand op waardoor de kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen groter wordt. En hoe langer de zomervakantie duurt, hoe groter de leerachterstand. Een inkorting van de zomervakantie zou dus niet alleen het leerverlies kunnen beperken, maar tegelijkertijd ook de ongelijkheid in het onderwijs kunnen verkleinen.
  • Schoolvakanties van twee weken doorheen het jaar laten toe om eventuele leerachterstand in een vroeg stadium vast te stellen en onmiddellijk te remediëren. Op die manier vermijden we dat leerachterstanden pas op het einde van het schooljaar aan het licht komen; op een moment dat er niet meer bijgespijkerd kan worden.
  • Een inkorting van de zomervakantie ten voordele van een extra week krokus- en herfstvakantie resulteert in een schooljaar met vier keer twee weken vakantie. Dit biedt zowel leerlingen als leerkrachten de ruimte om écht even de pauzeknop in te duwen en op adem te komen. Op zijn beurt kan dit het aantal burn-outs en andere vormen van schooluitval terugdringen.

Verregaande maatschappelijke implicaties

We moeten echter beducht zijn voor mogelijke negatieve effecten en de verregaande maatschappelijke implicaties die een hervorming van de schoolvakanties teweeg kan brengen. In de eerste plaats voor het onderwijs zelf. Want wat is de impact van een hertekening van het schooljaar op schoolprestaties, vroegtijdig schoolverlaten, de organisatie van herexamens en inschrijvingen en de kalender van het hoger onderwijs? Het spreekt vanzelf dat een hertekening van het schooljaar niet mag leiden tot minder onderwijstijd. We willen de leerachterstand tegengaan, niet vergroten. Onderwijsverstrekkers, ouderverenigingen, de Vlaamse Scholierenkoepel en andere onderwijspartners moeten dan ook een belangrijke stem hebben in dit debat.

Als we aan de schoolvakanties raken, raken we onvermijdelijk ook aan het maatschappelijk weefsel daarrond. Alle grote maatschappelijke domeinen zijn betrokken partij: van economie en toerisme over cultuur, jeugd en sport tot openbaar vervoer en zorg. Wat zijn de gevolgen voor de buitenschoolse kinderopvang en zorgt een kortere zomervakantie effectief voor een inkrimping van de capaciteit voor jeugdkampen? Ook voor de toeristische sector, die het in ons land moet hebben van het goede weer, kan een inkorting van de zomervakantie een harde dobber worden. Of onze binnenlandse toerismesector voldoende kan profiteren van een langere krokus- en herfstvakantie is maar de vraag.

Kosten-batenanalyse

Wegen de pedagogische voordelen op tegen de maatschappelijke implicaties? Ingrijpende hervormingen zoals een hertekening van de schoolkalender staan of vallen met de wetenschappelijke evidentie. Daar ontbreekt het vandaag aan. De onderzoeksresultaten waar we momenteel over beschikken komen vooral uit de Verenigde Staten en kunnen niet zomaar op de Vlaamse situatie geprojecteerd worden.

Om het politiek en maatschappelijk debat eerlijk en grondig te kunnen voeren, hebben we dus nood aan meer wetenschappelijk onderzoek naar de inkorting van de zomervakantie en de impact ervan op de leerprestaties; uiteraard toegespitst op de Vlaamse context. Wanneer dan alle kaarten op tafel liggen en het maatschappelijk debat gevoed en gevoerd is, moeten we als politieke klasse de moed hebben om deze schijnbaar oneindige discussie eindelijk eens te beslechten.

Stel dat we er, door enkele aanpassingen aan de vakantieregeling, voor kunnen zorgen dat leerlingen minder leerachterstand hebben, schooluitval wordt tegengegaan en leerkrachten een betere balans vinden bij het uitoefenen van hun job? Is het dan niet onze plicht dit te onderzoeken en het bij een positief resultaat door te voeren?Het is met de inkorting van de zomervakantie als met het monster van Loch Ness: iedereen heeft er een mening over, het steekt om de zoveel tijd zijn hoofd boven water en verdwijnt daarna voor een poosje onder de radar. Ook over de herschikking van de andere schoolvakanties worden te pas en te onpas ballonnetjes opgelaten, waarna het dossier weer geruisloos in de schuif wordt gestoken. De coronacrisis en de recente initiatieven van de Franse Gemeenschap dwingen ons echter om ook in Vlaanderen het debat eindelijk eens ten gronde te voeren, een beslissing te nemen en klare wijn te schenken. De Franse Gemeenschapsregering hakte op 12 mei 2021 de knoop door: schoolvakanties gaan er in Franstalig België vanaf 2022 anders uitzien. De zomervakantie wordt voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs ingekort tot zeven weken en hun herfst- en krokusvakantie zal twee weken duren. Voor de kerst- en paasvakantie verandert er niets: die blijft twee weken duren. Leerlingen gaan dus niet minder vakantiedagen hebben; ze worden enkel verschoven. Voor alle duidelijkheid: deze hervorming is enkel van toepassing in de Franse Gemeenschap en geldt dus niet voor Vlaamse scholen.In Vlaanderen begint de zomervakantie op 1 juli en eindigt ze op 31 augustus. Er is discussie over, maar de oorsprong van onze twee maanden durende 'grote vakantie' is terug te brengen tot de agrarische samenleving, waar kinderen de hele zomer thuis moesten zijn om mee te helpen op het land. Die tijden liggen gelukkig ver achter ons. Men kan zich dus de vraag stellen of het niet stilaan tijd wordt om het schooljaar te enten op pedagogische principes in plaats van op een maatschappijmodel uit de 19e eeuw... Een lange zomervakantie heeft als voordeel dat er meer tijd is voor ontspanning en andere vormen van ontwikkeling. Maar je leest wel eens dat onze zomervakantie tegenover andere Europese landen vrij lang duurt. Hoe is de situatie dan gesteld in de rest van Europa? Vlaanderen bevindt zich met acht tot negen weken zomervakantie in de Europese middenmoot. Frankrijk, Luxemburg en Noorwegen voorzien net als wij acht weken. Zowel in Nederland en Duitsland (waar de precieze timing verschilt van regio tot regio) als in het Verenigd Koninkrijk duren de zomervakanties slechts zes weken. De langste vakantieperiodes zien we dan weer vooral in Zuid-Europa. In Spanje duurt de vakantie elf weken en in Italië spreken we zelfs van twaalf tot veertien weken. Er zijn wel degelijk enkele goede argumenten aan te brengen om onze zomervakantie met twee weken in te korten en de krokus- en herfstvakantie met een week te verlengen. We moeten echter beducht zijn voor mogelijke negatieve effecten en de verregaande maatschappelijke implicaties die een hervorming van de schoolvakanties teweeg kan brengen. In de eerste plaats voor het onderwijs zelf. Want wat is de impact van een hertekening van het schooljaar op schoolprestaties, vroegtijdig schoolverlaten, de organisatie van herexamens en inschrijvingen en de kalender van het hoger onderwijs? Het spreekt vanzelf dat een hertekening van het schooljaar niet mag leiden tot minder onderwijstijd. We willen de leerachterstand tegengaan, niet vergroten. Onderwijsverstrekkers, ouderverenigingen, de Vlaamse Scholierenkoepel en andere onderwijspartners moeten dan ook een belangrijke stem hebben in dit debat. Als we aan de schoolvakanties raken, raken we onvermijdelijk ook aan het maatschappelijk weefsel daarrond. Alle grote maatschappelijke domeinen zijn betrokken partij: van economie en toerisme over cultuur, jeugd en sport tot openbaar vervoer en zorg. Wat zijn de gevolgen voor de buitenschoolse kinderopvang en zorgt een kortere zomervakantie effectief voor een inkrimping van de capaciteit voor jeugdkampen? Ook voor de toeristische sector, die het in ons land moet hebben van het goede weer, kan een inkorting van de zomervakantie een harde dobber worden. Of onze binnenlandse toerismesector voldoende kan profiteren van een langere krokus- en herfstvakantie is maar de vraag. Wegen de pedagogische voordelen op tegen de maatschappelijke implicaties? Ingrijpende hervormingen zoals een hertekening van de schoolkalender staan of vallen met de wetenschappelijke evidentie. Daar ontbreekt het vandaag aan. De onderzoeksresultaten waar we momenteel over beschikken komen vooral uit de Verenigde Staten en kunnen niet zomaar op de Vlaamse situatie geprojecteerd worden. Om het politiek en maatschappelijk debat eerlijk en grondig te kunnen voeren, hebben we dus nood aan meer wetenschappelijk onderzoek naar de inkorting van de zomervakantie en de impact ervan op de leerprestaties; uiteraard toegespitst op de Vlaamse context. Wanneer dan alle kaarten op tafel liggen en het maatschappelijk debat gevoed en gevoerd is, moeten we als politieke klasse de moed hebben om deze schijnbaar oneindige discussie eindelijk eens te beslechten.