Waarom herbegint u met Mouchette?
...

Waarom herbegint u met Mouchette? Arne Sierens: Sinds ik vertrokken ben bij Compagnie Cecilia ben ik professioneel dakloos. De herwonnen vrijheid is inspirerend én beangstigend. 't Is crisis, hè? We wachten tot de overheid weer inziet dat kunstenaars het volk geluk schenken. Terwijl ik - zoals talloze freelancers - naar middelen zoek, doe ik research. Ik praat graag met mensen die voor anderen zorgen. Daar gaan mijn stukken over. Dat is mijn leven. Ik kan toch niet stoppen met leven omdat ik geen subsidie krijg? Al researchend belandde ik bij enkele mantelzorgverenigingen. 'Over mantelzorg moet toch een stuk bestaan?' vroeg ik me af. 'Ik schreef er zelf een!' besefte ik daarna. Daarom en in afwachting van geld om jaarlijks een creatie te maken met een ad-hocploeg - meer wens ik niet - breng ik die remake. Hoe is dat stuk indertijd ontstaan? Sierens: Het is gebaseerd op Robert Bressons film uit 1967. Met mijn vader zag ik als zestienjarige alles van Bresson. Zijn Mouchette maakte me zó kwaad. De film gaat over het tienermeisje Mouchette. Zij zorgt voor haar zieke moeder, ontmoet een louche kerel en pleegt zelfmoord. Ik groeide op in de Gentse volkswijk Brugse Poort, waar wij met drie kinderen de mantelzorgers van onze zieke moeder waren. Daarom vond ik dat einde te donker. En de film deed me denken aan een buurmeisje, die in dezelfde situatie opgroeide. Dus schreef ik mijn versie. Mijn Mouchette kiest voor een leven als flamencodanseres en ze overwint alles. Is Mouchette ook anno 2020 dol op flamenco en woest op ' die tang van turnen met haar roste varkenspermanent'? Sierens:Zeker. Ik vond de beste flamencogitarist van het land: Myrddin De Cauter. Hij woonde een repetitie bij - Anemone Valcke en Wouter Bruneel spelen - en was nadien sprakeloos. ' Ça c'est ma vie', stamelde hij. Hij wilde absoluut spelen met gitarist Jean-Yves Evrard, met wie ik al twaalf jaar werk. Die twee laten Anemone en Wouter haast dansen. En al 'dansend' doen ze me voortdurend snotteren. Toch zijn de repetities ook vrolijk. Ik leg veel techno uit Kinshasa op. Kokoko!, bijvoorbeeld. Treedt dj Arne ook op na de voorstelling? Sierens: Dat is een idee. (lacht) We voeren sowieso nagesprekken. In Vlaanderen is een op de vijf jongeren mantelzorger. Weinig mensen vragen die jongeren of ze het redden. Net zulke mensen moeten theatermakers trachten te bereiken. Theater helpt mij om open te breken. Met dat theater wil ik hen entertainen, zonder hun miserie te ontkennen. Is uw werk daarom zo populair bij amateurtoneelkringen? Sierens: Wellicht. Ik ben een van de meest Vlaamse toneelauteurs, denk ik. Elk stuk is een tragikomisch portret van de diepe krochten in onze ziel. Ik hou van liefhebberstoneel. Ik ga graag naar hun producties, luister nadien naar hun levensverhalen en twijfels of vertel over de mijne. U luistert ook naar de 'pompiers', las ik op uw website. Sierens:(zucht) Als ik geld vind, groeit daar een geweldig locatiestuk uit. Door alle gedoe staat mijn hoofd in brand. Op een nacht schrok ik wakker en dacht: alles in brand! Dat klonk als de titel van een nieuw stuk. 's Morgens bezocht ik het brandweermuseum in Erembodegem. Op mijn schrijftafel ligt intussen een stuk, gebaseerd op mijn interviews met brandweermensen. Ja, ook ik wilde als kind brandweerman worden. En ik wérd het. Al blus ik een brand niet met water maar met theater.