Waarom Knausgård?
...

Waarom Knausgård? Alexia Leysen: Mensen zijn veroordeeld tot een levenslange worsteling met één vraag: 'Wie ben ik?' Dat laat Karl Ove Knausgård zien in Mijn strijd, met zijn minutieuze beschrijvingen. De herkenning die ik daarbij voelde, overmande me. En daarmee was het zaadje van KNAUS geplant. Toch hebt u niet meteen achter uw toetsenbord postgevat. Leysen: Nee. Ik vroeg me af wat het boek met anderen deed, en heb eerst een selectie van bekende en onbekende Knausgård-lezers gemaakt, van liefhebbers tot critici en van twintigers tot negentigers - met onder anderen fotomodel Delphine Bafort, kunstenaar Jan Vanriet, auteur Herman Brusselmans en theatermaakster Suzanne Grotenhuis, maar ook mijn eigen grootmoeder. Ik vroeg hun telkens om een fragment uit Mijn strijd te kiezen en toe te lichten wat het met hen deed. Suzanne, bijvoorbeeld, koos een passage waarin Knausgård beschrijft hoe hij 's nachts naar een openhartoperatie kijkt en vaststelt dat ons hart niet geschikt is om naar te kijken. Het lijkt een diertje, als het ware, dat je met rust moet laten. U hebt uw gesprekspartners ook gefotografeerd. Het resultaat daarvan, de expo The Knausgård/Hasselblad Series, was begin dit jaar te zien in Antwerpen. Vanwaar die multimediale aanpak? Leysen: Voor ik in Maastricht een theateropleiding volgde, heb ik een jaar fotografie gestudeerd. Maar ik kreeg een indigestie van digitale fotografie: daarbij kun je honderden beelden maken, wat voor mij de magie tenietdeed. Vorig jaar gaf mijn grootmoeder me de analoge Hasselblad-camera van mijn overleden grootvader (ondernemer André Leysen, nvdr). Dankzij die camera heb ik mijn plezier in het fotograferen teruggevonden. En zo ontstond het idee om mijn Knausgård-interviewees ook te fotograferen. Doordat de gesprekken zelf zo intiem waren - al gauw merkte ik dat over Mijn strijd praten mensen 'opent' - leverden ze ook krachtige portretten op. Gaan de foto's mee op tournee met de monoloog? Leysen: Nee. Later dit jaar reizen ze wel naar het Provinciaal Domein Dommelhof in Neerpelt, en ze zijn ook te zien op de website van Brut, mijn theatergezelschap. Ook de ontmoetingen uit mijn vooronderzoek komen niet aan bod in KNAUS. De monoloog is het resultaat van de gesprekken die Valentijn Dhaenens en ik hadden over Knausgårds worsteling en die van onszelf. Zo ontstond een tekst die een mix is van romanfragmenten en tekst van eigen hand. Waarom hebt u voor Valentijn Dhaenens gekozen? Leysen: Omdat hij tegelijk iets kwetsbaars en iets ruws uitstraalt. Hij zal Knausgård overigens niet vertolken: we hebben een nieuw personage bedacht. En Stef Stessel heeft een sober decor ontworpen dat 'de mens volgens Knausgård' in beeld brengt: als een stip op de aarde, met zijn onstilbare verlangen om gezien te worden. U liet zich in 2011 zien als de bedenker van Dagen Zonder Vlees. Zal die actie een vervolg krijgen? Leysen: Dagen zonder Vlees heeft zijn doelstelling bereikt: de Belgen doen nadenken over hun vleesconsumptie. Misschien ga ik ooit weer professioneel met duurzaamheid aan de slag, maar nu broed ik op een nieuw fotoproject. Je met één job vereenzelvigen is echt niet meer van deze tijd. Ik vind het spannend om me telkens weer op nieuw terrein te wagen. Ik doe dingen uit noodzaak, zelfs al is dat soms moeilijk. En ja, ook dáár gaat KNAUS over.