De algemene tevredenheid van de lokale besturen over de samenwerking met De Lijn gaat er dus op vooruit. De helft van de gemeenten (49 procent) is tevreden tot zeer tevreden. Bij de meting in 2012 was dat nog 42 procent. Het aantal gemeenten dat (zeer) ontevreden is over De Lijn, blijft net als in 2012 beperkt tot 2 tot 3 procent. Volgens minister Weyts zijn de gemeenten vooral tevreden over de samenwerking rond omleidingen. "Een sterkte die op peil moet gehouden worden", klinkt het. Verder zijn de gemeenten ook tevreden over de samenwerking wat betreft het haltebeheer, het uitwerken van een toekomstig mobiliteitsbeleid en de samenwerking rond informatie en communicatie. Over het aanbod en de communicatie en het overleg rond de besparingsmaatregelen is men minder tevreden. Zo willen de gemeenten bijvoorbeeld dat er meer naar hen geluisterd wordt bij aanpassingen aan het aanbod. Vraagsteller Annick De Ridder juicht de stijgende tevredenheid bij de gemeenten toe. Wat de knelpunten rond het aanbod en de besparingen betreft, verwacht De Ridder een positieve impact van de stap van basismobiliteit naar basisbereikbaarheid. "In die plannen is er net extra aandacht voor het meer proactief betrekken van steden en gemeenten. Zij hebben medebeslissingsrecht via de regisseursrol per vervoersregio. Het zullen dus de lokale besturen zijn die binnen de vervoerregio tot mobiliteitsvoorstellen komen. Dat zal ongetwijfeld de tevredenheid nog doen toenemen", aldus De Ridder. Het is volgens minister Weyts de bedoeling de enquête elke drie jaar te herhalen. De volgende meting is dus voorzien in 2018. (Belga)

De algemene tevredenheid van de lokale besturen over de samenwerking met De Lijn gaat er dus op vooruit. De helft van de gemeenten (49 procent) is tevreden tot zeer tevreden. Bij de meting in 2012 was dat nog 42 procent. Het aantal gemeenten dat (zeer) ontevreden is over De Lijn, blijft net als in 2012 beperkt tot 2 tot 3 procent. Volgens minister Weyts zijn de gemeenten vooral tevreden over de samenwerking rond omleidingen. "Een sterkte die op peil moet gehouden worden", klinkt het. Verder zijn de gemeenten ook tevreden over de samenwerking wat betreft het haltebeheer, het uitwerken van een toekomstig mobiliteitsbeleid en de samenwerking rond informatie en communicatie. Over het aanbod en de communicatie en het overleg rond de besparingsmaatregelen is men minder tevreden. Zo willen de gemeenten bijvoorbeeld dat er meer naar hen geluisterd wordt bij aanpassingen aan het aanbod. Vraagsteller Annick De Ridder juicht de stijgende tevredenheid bij de gemeenten toe. Wat de knelpunten rond het aanbod en de besparingen betreft, verwacht De Ridder een positieve impact van de stap van basismobiliteit naar basisbereikbaarheid. "In die plannen is er net extra aandacht voor het meer proactief betrekken van steden en gemeenten. Zij hebben medebeslissingsrecht via de regisseursrol per vervoersregio. Het zullen dus de lokale besturen zijn die binnen de vervoerregio tot mobiliteitsvoorstellen komen. Dat zal ongetwijfeld de tevredenheid nog doen toenemen", aldus De Ridder. Het is volgens minister Weyts de bedoeling de enquête elke drie jaar te herhalen. De volgende meting is dus voorzien in 2018. (Belga)